PRESTIGE EUROPA IN HET GEDING

De Europese Commissaris voor externe betrekkingen en buitenlandse handel, de Nederlander Frans Andriessen, valt niet te benijden als EG-onderhandelaar in de GATT-ronde. Hij heeft niet te maken met een regeringsstandpunt, zoals de Amerikanen en de Japanners, maar met twaalf. Die standpunten tot een samenhangend, rechtvaardig en realistisch geheel aaneen smeden is, zoals de praktijk van de afgelopen weken heeft bewezen, een heidens werk.

Nadat Andriessen eerder dit jaar in botsing was gekomen met landbouwcommissaris Ray MacSharry over de mate waarin de wereldhandel in agrarische produkten kan worden geliberaliseerd, kwam de Europese Commissie begin deze maand dan eindelijk tot een pakket waarin de landbouwsubsidies met dertig procent worden verminderd, over een periode van 1986-1996.

Een minimaal voorstel, menen voorstanders van een vrijere wereldhandel, zoals Nederland en Groot-Brittannie. Onverkoopbaar aan onze boeren, vinden echter de Fransen en de Duitsers. Bondskanselier Kohl wil bovendien het oog houden op de Bondsdagverkiezingen van 2 december.

Na afloop van de Europese topconferentie in Rome van dit weekeinde was Andriessen dan ook zeer teleurgesteld over het feit dat zelfs de regeringsleiders van de EG-landen niet de politieke wil toonden om de Europese Commissie nu snel een onderhandelingsmandaat te geven. 'Nu we in de eindfase zitten is elke dag die we verliezen er een teveel', waarschuwt Andriessen.

Maar welke belangen staan er eigenlijk op het spel voor de Europese Gemeenschap?

Andriessen: 'De GATT is een veelomvattend handelsakkoord waarin nu voor het eerst sprake is van het inbrengen van andere sectoren dan alleen goederen, zoals bij voorbeeld diensten, maar ook de bescherming van intellectueel eigendom. Het is dus van het grootste belang, juist voor Europa - waar deze zaken in toenemende mate van belang zijn voor welvaart en werkgelegenheid - dat er een goed functionerend wereldsysteem komt. Wat nu dreigt is dat bij afwezigheid van een akkoord over de landbouw de andere zaken onvoldoende uit de verf komen.'

Hoe is het te verklaren dat de landbouw zo'n overheersende rol is gaan spelen en de andere zaken is gaan overschaduwen?

'Landbouw heeft van meet af aan een grote rol gespeeld in de Europese Gemeenschap, hij was heel lang een soort cement voor het integratieproces. Er zijn grote landbouwbelangen in een aantal lidstaten, in Frankrijk en Duitsland, maar ook in andere landen, zoals Nederland. Maar duidelijk is dat op dit moment in deze lidstaten de landbouwbelangen zwaarder wegen dan de belangen van andere sectoren.'

Hoe ziet u de rol van de Fransen en de Duitsers?

'Ik betreur het zeer dat de Fransen niet akkoord gaan met een verklaring die eigenlijk de bijdrage van de Gemeenschap al zeer minimaal maakt en dat de Duitsers zich daarmee vereenzelvigen.'

Laat de EG door dit gekissebis niet een grote kans liggen om geaccepteerd te worden als de grootste economische macht ter wereld?

'Nog niet, maar dat dreigt wel. Als we het niet over de landbouw eens worden dan brengt dat inderdaad ernstige schade toe aan het prestige van Europa in de wereld.'

Is het eigenlijk niet navrant dat, terwijl steeds meer landen in de wereld de principes van markteconomie en vrije handel omarmen, de traditionele handelsblokken zich steeds protectionistischer lijken op te stellen?

'Dat is natuurlijk niet waar. We praten niet over protectionisme, we praten over minder protectionisme in de landbouw. We zijn zeker niet meer protectionistisch dan we waren, we zijn zelfs bereid zeer ver te gaan in het openstellen van onze grenzen. De belangrijkste moeilijkheid op dit ogenblik is de landbouw, maar dat draait niet om meer protectionisme. Het gaat juist om het gevecht om minder.'

In hoeverre denkt u dat de Amerikanen bluffen met hun eis dat de EG negentig procent vermindering van exportsubsidies en zeventig procent afbraak van de landbouwsteun doorvoert?

'Ik denk dat er in het onderhandelingsvoorstel van de Amerikanen natuurlijk een onderhandelingsmarge zit. Er is een bepaald vertrekpunt, maar dat betekent niet dat het ook noodzakelijkerwijze het eindpunt moet zijn. Er is een ding duidelijk: de Amerikaanse regering staat ook budgettair onder zware druk. Dat betekent dat niet alleen op sociale uitgaven, maar ook op landbouw bezuinigd moet worden. In zoverre ligt het voor de hand aan te nemen dat de Amerikaanse regering het serieus meent wanneer ze zegt dat ze op landbouw zal bezuinigen. Of dat in de orde van grootte zal zijn die ze aankondigt is een andere kwestie.'

Vindt u de opstelling van de EG niet minimalistisch ten opzichte van de ontwikkelingslanden?

'Dat vind ik niet. Laten we eerlijk zijn. Het is voor de eerste keer dat landbouw aan de orde is in het kader van de GATT. Over de tarieven in de industriele sector praten we al veertig jaar en het is nog steeds niet tot een einde gekomen. Wanneer men nu spreekt over een substantiele vermindering van de invoerbeperkingen in de landbouw is dat een zeer belangrijke bijdrage om juist de belangen van de ontwikkelingslanden in de gaten te houden. Ik vind dus zeker niet dat ons voorstel een minimale bijdrage is. Integendeel, ik denk dat de EG door haar aanpak zeker een substantiele bijdrage levert om ook de situatie van de ontwikkelingslanden te verbeteren.'

Bent u bang dat als de Uruguay-ronde mislukt er een echte handelsoorlog zal uitbreken?

'Handelsoorlog weet ik niet, maar ik denk wel dat dan een grote kans om de omstandigheden van de internationale handel te verbeteren zou blijven liggen. Of dat onmiddellijk leidt tot een handelsoorlog weet ik niet, maar de neiging tot protectionisme zal daardoor ongetwijfeld toenemen en de Europese Gemeenschap, die uiteindelijk afhankelijk is van goede handelscondities op wereldniveau, zal een van de eerste zijn die daarvan de gevolgen ondervindt, maar nog meer de ontwikkelingslanden die natuurlijk in een veel zwakkere positie verkeren dan wij.'