Noodlijdende Belgische fabriek krijgt uitstel van executie; Frans bod op wapens van FN

BRUSSEL, 31 okt. De noodlijdende Belgische wapenfabriek Fabrique Nationale in Herstal, die voor driekwart eigendom is van De Generale, de houdstermaatschappij van honderden Belgische ondernemingen, heeft opnieuw een maand uitstel van executie gekregen.

Op de algemene aandeelhoudersvergadering die gisteren in Luik werd gehouden is afgesproken dat tot 30 november met de Franse wapengroep Giat-Industries (Groupement Industriel des Armements Terrestres) zal worden onderhandeld over de overname van de meeste activiteiten van FN. Op die datum moet dan de uiteindelijke beslissing vallen of FN kan voortbestaan of moet worden geliquideerd.

FN-directeur Albert Diehl toonde zich gisteren optimistisch dat een akkoord wordt bereikt met Giat. Uit een 'letter of intent' blijkt dat Giat het grootste deel van de FN-activiteiten in de sector lichte civiele en militaire wapens wil overnemen, inclusief de participatie van 36 procent in de Italiaanse wapenfabriek Beretta. In de smelterijen van FN en in een aantal kleinere participaties is Giat niet geinteresseerd.

Het voorstel van Giat komt in grote lijnen overeen met het industriele plan dat de raad van bestuur van FN op 28 september heeft ingediend, en dat voorziet in een kapitaalinjectie van 13 miljard frank (ruim 700 miljoen gulden). Een breekpunt in de onderhandelingen zou nog zijn of Giat ook een deel van de schulden van FN overneemt. Volgens het sociale hoofdstuk in het plan zullen 1.200 van de 2.600 man personeel van de fabriek in Herstal moeten afvloeien.

Giat-Industries is met een omzet van 6,8 miljard Franse franc (2,2 miljard gulden) en 14.200 werknemers de zesde Franse wapengroep. Bij de stichting van het bedrijf in 1971 was het eigenlijk een afdeling van het Franse ministerie van defensie, waardoor het eenzijdig gericht was op de behoeften van het Franse leger. Vorig jaar leed het bedrijf een verlies van 680 miljoen franc (220 miljoen gulden). Begin juli is het bedrijf omgevormd tot een naamloze vennootschap, waarin de Franse staat 1 miljard franc (340 miljoen gulden) als kapitaal inbracht. Tegelijkertijd wordt voorzien in een afslanking tot 12.000 werknemers in 1992.