MINDER GROEI, GEEN RECESSIE; Veel bedrijven hebben na zevenvette jaren goed weerstandsvermogen

Veel bedrijven hebben na zeven vette jaren goed weerstandsvermogen

Grote bedrijven kondigen verliezen en saneringen aan, de consument heeft het vertrouwen in een gezonde economische ontwikkeling al enigszins verloren. Koerst Nederland op een recessie af? Het zal door de Golfcrisis economisch allemaal wat minder worden maar voor recessie-angst lijkt vooralsnog geen reden. De economie staat er krachtig voor, de bedrijven zitten ten opzichte van tien jaar geleden veel beter bij kas, de inflatie is laag en de loonstijging beperkt.

De Nederlander moet zich bijna een ziekenhuispatient voelen aan wiens bed de artsen ruzien over de diagnose. Bankpresident Duisenberg waarschuwt voor economische tegenspoed, minister Andriessen van Economische Zaken voorspelt een daling van de groei terwijl FNV-voorzitter Stekelenburg geen enkele aanleiding ziet voor pessimisme. De vakbonden zullen daarom hun looneisen niet matigen. Niettemin melden grote concerns verliezen en kondigen saneringen aan. Philips zet zelfs ruim 40.000 mensen op straat, weliswaar in de hele wereld maar het is duidelijk dat ook in Nederland massaal banen verloren gaan. Ook met bedrijven als DAF, KLM en Nedlloyd gaat het niet goed.

Is Nederland bezig in een recessie terecht te komen? Er zijn inderdaad aanwijzingen dat de Nederlandse economie ook zonder externe invloeden een lagere groei zal vertonen. De indicatoren van De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau duiden op een hoogtepunt van de conjunctuur in de afgelopen zomer, voor het uitbreken van de Golfcrisis.

Volgend jaar ontbreekt in elk geval de impuls van de vijf miljard gulden belastingverlaging in het kader van het plan-Oort. Het naderen van de capaciteitsgrenzen in de industrie zet ook een rem op de groei. De bezettingsgraad van de bedrijven (ruim 86 procent) is in tien jaar niet zo hoog geweest. Zo kampt de metaalsector met een tekort aan personeel en omdat er toch geen mensen zijn om extra machines te bedienen heeft het weinig zin die aan te schaffen. Schaarste op de arbeidsmarkt herbergt bovendien het gevaar van loonexplosies.

Begin dit jaar gaven Nederlandse bedrijven in een enquete van het CBS aan dat ze de investeringen in 1990 met veertien procent zouden opvoeren maar in 1991 tien procent minder zouden investeren.

In recente analyses - van ondermeer Centraal Planbureau (CPB), Economisch Instituut voor het Midden en kleinbedrijf (EIM) en banken - figureren steeds vier factoren: Rente, Ruwe olie, Recessie en Recessieangst. Deze vier R's zijn van grote invloed op de nabije toekomst van de Nederlandse economie.

Rente

De Nederlandsche Bank schat dat Nederlandse bedrijven jaarlijks 4,5 miljard gulden extra aan rente betalen door de hogere rente op langlopende leningen (van 7,5 procent in '89 naar 9 procent dit jaar). Tijdens de crisis in het begin van de jaren tachtig bracht de stijgende rente het bedrijfsleven in de problemen. Anno 1990 treft de oplopende rente veel bedrijven minder hard omdat die zeven jaren van aanhoudende economische groei hebben benut om schulden af te lossen. Ongeveer zestig procent van de bedrijfsmiddelen is geleend, in 1980 was dat nog 75 procent. Nederlandse bedrijven zijn nu veel beter tegen een rentestijging bestand dan tien jaar geleden.

Veel bedrijven kennen vandaag zelfs de luxe van een overvloed aan geldmiddelen waarvoor ze intern geen goede bestemming weten. Het geld dat het particuliere bedrijfsleven op de bank heeft staan, is opgelopen van ruim veertig miljard gulden in 1982 naar meer dan honderd miljard nu.

De Nederlandse ondernemingen investeerden een deel van de overtollige middelen de afgelopen jaren in het buitenland via deelnemingen en overnemingen. Het ging in 1989 om 21 miljard gulden tegen nog maar 7 miljard het jaar ervoor. De afgelopen vijf jaar ging op die manier 65 miljard gulden de grens over, het dubbele van de buitenlandse investeringen in Nederland.

Gezien hun rijkdom hebben veel bedrijven de aandelenbeurs nauwelijks nodig om geld aan te trekken. Afgelopen jaar werd op die manier slechts een miljard gulden binnengehaald, een procent van de totale investeringsbehoefte. De beursmalaise die door de rentestijging is aangewakkerd, raakt daardoor de meeste bedrijven nauwelijks.

De Nederlandse gezinnen profiteren per saldo van een hogere rente omdat ze meer spaargeld dan schulden hebben. De rentestijging van 7,5 naar 9 procent levert ze volgens het Centraal Planbureau jaarlijks anderhalf miljard gulden extra op. Maar huiseigenaren met een hypotheek en weinig spaargeld gaan er op achteruit. Toch is volgens De Nederlandsche Bank in het tweede kwartaal van dit jaar voor 3,3 miljard gulden aan hypotheken verstrekt, 200 miljoen meer dan een jaar eerder.

Optimisten verwachten dat de rente zal dalen omdat hij gecorrigeerd voor inflatie in jaren niet zo hoog is geweest. Pessimisten daarentegen voorzien een rentestijging nu Japan en Duitsland, de twee grootste internationale geldbronnen, om interne redenen de geldkraan dichtdraaien op een moment dat de vraag naar geld stijgt.

Ruwe olie

De dollarprijs van een vat ruwe olie is sinds de zomer verdubbeld tot meer dan dertig dollar. Maar de daling van de dollar van circa 2,20 gulden rond de jaarwisseling naar ruim 1,70 gulden deze week heeft de prijsstijging gedeeltelijke teniet gedaan. De Golfcrisis joeg de olieprijs boven de zeventig gulden maar de prijs is inmiddels gezakt tot bijna zestig gulden, de helft boven het niveau van 1989. Midden jaren tachtig bereikte de olieprijs nog een piek van ruim 110 gulden zonder dat een crisis uitbrak.

Hogere energieprijzen treffen vooral de grotere ondernemingen. In het midden- en kleinbedrijf maakt energie slechts twee procent van de kostprijs uit tegen gemiddeld vijf procent in het grootbedrijf. De transportsector heeft het zwaar te verduren. Vervoerders als KLM en Nedlloyd boeken plotseling verliezen en moeten honderden banen schrappen. Elke dollar olieprijsstijging kost KLM dertig miljoen gulden per jaar. De chartermaatschappijen Air Holland, Martinair en Transavia delen in de malaise. Ook de chemie (o.a. Akzo, DSM, Shell Chemie) die op grote schaal olie als grondstof gebruikt, ondervindt de weerslag van een olieprijsstijging.

Natuurlijk zijn er sectoren die profiteren van duurdere energie. De offshore trekt aan en Rotterdamse havenbedrijven als Pakhoed en Van Ommeren Ceteco ontmoeten extra vraag naar opslagfaciliteiten voor olie.

De consument ziet in eerste instantie vooral hogere prijzen aan de benzinepomp. De duurdere brandstoffen zijn de belangrijkste oorzaak voor het oplopen van de inflatie in september naar 2,7 procent (op jaarbasis) tegen 2,3 procent in juli. De Nederlandse inflatie blijft desondanks de laagste in de EG (gemiddeld 6,6 procent). Duurdere energie vermindert de koopkracht waardoor de bestedingen kunnen worden afgeremd.

Recessie elders

Vooral Engelstalige landen (Australie, Nieuw-Zeeland, Canada, Groot-Brittannie en de VS) balanceren op de rand van een recessie. De Golfcrisis wakkert de neergang in die gebieden aan en een recessie daar kan overslaan naar Nederland. Dat gebeurt in eerste instantie via een verminderde afzet van de Nederlandse exporteurs. Het midden- en kleinbedrijf is daar niet zo gevoelig voor omdat slechts achttien procent van zijn afzet naar het buitenland gaat tegen 43 procent in het grootbedrijf. Bovendien richten kleinere bedrijven zich vooral op Europese landen, met een sterk accent op de Bondsrepubliek die tachtig procent van hun uitvoer opneemt.

Voor het Nederlandse bedrijfsleven als geheel vervult de EG een steeds dominantere rol. Het EG-aandeel in de Nederlandse uitvoer (exclusief energie) klom van zeventig procent in 1985 op naar 74,4 procent vorig jaar en vervolgens naar 76,1 procent in de eerste vijf maanden van 1990. De export naar de VS en Groot-Brittannie is gedaald van bijna zeventien procent vorig jaar naar 15,5 procent in de eerste helft van dit jaar. Het duurder worden van de gulden ten opzichte van pond en dollar droeg daaraan bij. DAF Trucks dat via British Leyland veertig procent van de omzet in Groot-Brittannie behaalt, is een belangrijk slachtoffer van de economische problemen in Engeland.

Door een recessie in de VS zou de dollar ten opzichte van de gulden verder kunnen dalen.

Vooral grote bedrijven piepten toen de dollar dit jaar met ruim een vijfde daalde. Van de Nederlandse export gaat weliswaar een schamele vier procent naar de VS maar ongeveer een kwart van de export gaat naar overzeese landen die hun munt hebben gekoppeld aan de dollar. Een lagere dollar veroorzaakt afzetverlies maar is ook een schadepost voor investeerders in de VS. Nederland is daar na Groot-Brittannie de grootste buitenlandse investeerder. Een indirect effect van de goedkopere dollar - een effect dat ook het midden- en kleinbedrijf treft - is de groeiende concurrentiekracht van Amerikaanse bedrijven op de Europese markt. Volgens de Amrobank daalt de Nederlandse export met een procent (ruim 2,5 miljard gulden) bij elke twintig cent waardedaling van de dollar.

Maar een lage dollarkoers heeft ook voordelen want de prijs van de meeste grondstoffen luidt in dollars. Een twintig cent lagere dollar drukt volgens de Amrobank de grondstofprijzen met drie procent en maakt produkten in de winkel een half tot een procent goedkoper.

Recessie-angst

Door de Golfcrisis is het vertrouwen van de Nederlandse consument in de economische ontwikkeling flink gedaald, zo blijkt uit een maandelijkse enquete van het CBS. Dat kan de bestedingen afremmen en de afzet van bedrijven aantasten.

Recente rapporten naar aanleiding van de Golfcrisis van onder meer het Centraal Planbureau (CPB), Amrobank, EIM en ABN Bank hebben als teneur dat het economisch allemaal wat minder zal worden, zonder dat onmiddellijk voor een recessie hoeft te worden gevreesd. De eerste negen maanden van dit jaar groeide de industriele produktie nog vier procent, met uitzondering van 1989 het hoogste niveau sinds het midden van de jaren zeventig.

Sinds de Tweede Wereldoorlog deed zich in Nederland slechts vier keer (in 1958, 1975, 1981 en 1982) een negatieve economische groei voor. De sectoren transport en chemie maken nu een moeilijke tijd door. Maar de meeste bedrijven staan er relatief sterk voor: veel eigen middelen, een lage inflatie en een relatief beperkte loonstijging.

Het Centraal Planbureau schat dat de industriele produktie volgend jaar 2,75 procent zal groeien (4 procent dit jaar) als olieprijs en dollar ongeveer op het huidige niveau blijven. Vorig jaar bedroeg de bevolkingsgroei in Nederland 0,67 procent, de inwoners blijven er gemiddeld genomen op vooruit gaan zolang de economische groei boven dat percentage ligt.

Op iets langere termijn zal een positieve stimulans uitgaan van de toenemende Europese samenwerking en de ontwikkelingen in het Oosten. Nederland kan snel profiteren van de Duitse integratie ontwikkeling in Duitsland. Indien zich geen calamiteiten voordoen, kan een tijdelijke inzinking van de groei al betrekkelijk snel worden gevolgd door een voortzetting van de gunstige economische ontwikkeling van de afgelopen jaren.