Kok voorziet splitsing in EG op weg naar monetaire unie

DEN HAAG, 31 okt. Minister Kok (financien) houdt er rekening mee dat niet alle twaalf EG-landen tegelijkertijd zullen meedoen aan de oprichting van een Europese centrale bank. Volgens Kok moet het streven er zo lang mogelijk op zijn gericht die stap gezamenlijk te zetten. 'Maar niet tot elke prijs. Er kan een splitsing optreden in het EG-peloton', aldus de bewindsman.

Kok gaf gisteren in de Kamer een toelichting op de resultaten van de jongste Europese top in Rome. Daar werd besloten dat de tweede fase van een Europese Monetaire Unie op 1 januari 1994 ingaat. In de loop van deze periode, die ongeveer drie jaar duurt, zal een Europese bank worden opgericht.

Groot-Brittannie maakte bezwaar tegen het tijdschema. Kok maakte uit de afspraken in Rome op dat de Europese centrale bank niet direct per 1 januari 1994 zal worden opgericht, maar later in de tweede fase. De afspraken in Rome zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op een eerder compromisvoorstel van Kok in de Europese ministerraad om toch in elk geval een datum voor een tweede fase te noemen.

De bewindsman zei er niet zeker van te zijn dat in 1994 ook de zwakkere EG-lidstaten al klaar zijn voor de volgende fase van monetaire eenwording. Als het niet anders kan moet volgens Kok in elk geval een zo groot mogelijk aantal lidstaten die stap wel zetten. De bewindsman toonde zich tevreden over de in Rome gemaakte afspraken. De ministers van financien krijgen volgens hem de ruimte afspraken verder in te vullen.

De coalitiefracties CDA en PvdA vroegen zich af of de prijs van een ' Europa van de twee snelheden' niet erg hoog is. Tweespalt over de monetaire unie zou volgens het CDA samenwerking op andere terreinen kunnen uithollen. Toch willen de partijen de monetaire unie niet op de Britse onwil laten afketsen.