KIWIBOEREN HOPEN OP GATT-DOORBRAAK

Nieuw-Zeeland dat net een nieuwe conservatieve regering heeft, leunt voor een belangrijk deel op zijn agrarische sector. De boeren moeten op de exportmarkt zonder subsidies opboksen tegen concurrenten die alleen in meerdere of mindere mate overheidssteun krijgen. De toekomst van de landbouw hangt goeddeels af van een succesvol slot van de GATT-onderhandelingen.

Het Nieuwzeelandse vulkanische landschap schittert op een mooie lentedag. Een door aardwarmte verhitte beek blaast stoom af. Een steile bergrug markeert de grens van de zuivelstreek van Waikite Valley, midden op het Noord-eiland. Het enige Europese in deze omgeving is Fries stamboekvee. Over de economische toekomst van dit sprookjeslandschap wordt in december in Brussel, op 18.000 kilometer afstand, beslist.

Veehouder Peter Kampfraath (41), Nederlands immigrant, kijkt trots uit over zijn 51 hectare grasland en 130 gezonde melkkoeien. Hij zegt: 'Het is hier goed toeven maar ik slaap vaak slecht door mijn schulden.' Net als veel collega's leeft Kampfraath tussen hoop en vrees. Als straks in Brussel de laatste fase van de GATT-onderhandelingen over de liberalisering van de wereldhandel mislukt, staat veel Nieuwzeelandse boeren een bankroet te wachten.

'Door de onverwachte verkoop eerder dit jaar van 50.000 ton Amerikaanse boter aan de Sovjet-Unie en door een nieuwe EG-exportsubsidie op caseine is de afzetsituatie plotseling verslechterd. Dit seizoen krijgen we voor een kilo melkvet 4 Nieuwzeelandse dollar (4,40 gulden) tegen 6,00 Nieuwzeelandse dollar (6,60 gulden) vorig jaar. Dit is een derde van de prijs die de Europese boeren ontvangen. Dat betekent voor mij een verschil tussen een redelijk inkomen en een jaar lang helemaal niets verdienen.' Kampfraath verloor vorig jaar zijn overheidsbaan als bosbouwonderzoeker door bezuinigingen en gebruikte zijn ontslagpremie als aanbetaling voor zijn melkveehouderij.

Dramatisch

Vierhonderd kilometer zuidelijker, in een betonnen kantoorkolos in de hoofdstad Wellington, huist de New Zeeland Dairy Board, de organisatie die de zuivelprodukten in het buitenland probeert te slijten. Voorlichter Neville Martin schetst de achtergrond van de opwellende wanhoop: 'De vrije internationale zuivelmarkt beslaat slechts vijf procent van de wereldproduktie. De beslissingen over exportsubsidies die de Verenigde Staten en de EG-landen nemen, hebben voor Nieuw-Zeeland dramatische gevolgen.'

'Ons land produceert een kwart van de zuivelprodukten die op die vrije markt worden verhandeld. Nieuw-Zeeland is het enige land waar boeren geen subsidies krijgen. Alle andere producenten op de wereldmarkt dumpen hun zuivelprodukten. Dat gebeurt vaak voor minder dan de helft van de produktiekosten. Dat we totnutoe toch konden concurreren, geeft aan hoe efficient onze boeren hier produceren. Omdat de landbouw in de economieen van andere wereldproducenten slechts een bijrol speelt, blijven subsidies en marktbescherming daar politiek aanvaardbaar.'

De bij de verkiezingen van afgelopen weekeinde verslagen Labourregering maakte in 1984 een einde aan landbouwsubsidies na een devaluatie van de eigen dollar met twintig procent. Ook gegarandeerde minimumprijzen zijn inmiddels verdwenen. De markt dicteert voortaan de ontwikkelingen van de belangrijkste economische sector van het land. Het probleem blijft dat bijna alle afzetmarkten voor Nieuw-Zeeland door protectionistische maatregelen zijn beschermd en dat de concurrentie met subsidies in de rug wordt gesteund.

'De vooruitzichten zijn somber. Alleen Groot-Brittannie, Denemarken en Nederland steunden de voorstellen van de EG-commissie om de landbouwsteun in tien jaar met dertig procent te verminderen. Dat geeft aan hoe diep de Europeanen hun hoofd in het zand hebben', meent voorzitter Owen Jennings van de boerenbelangenorganisatie Federated Farmers.

'We hopen dat Europese regeringsleiders tussen nu en begin december zullen ingrijpen en het bijzonder zwakke openingsbod zullen aanpassen. Landen zoals Nieuw-Zeeland moeten er nu alles aan doen om de internationale druk op de EG te verhogen', zegt Jennings

De net afgetreden Labour-premier Mike Moore speelde een hoofdrol in de zogenoemde Cairnsgroep, die de belangen bundelt van veertien rijke en Derde-Wereldlanden die van agrarische export afhankelijk zijn. De groep kwam voor het eerst bijeen in de Australische stad Cairns en probeert liberalisering van de internationale agrarische handel op gang te houden.

Moore onderstreepte de afgelopen weken in zijn verkiezingscampagne dat de internationale agrarische bescherming het belangrijkste economische obstakel voor Nieuw-Zeeland vormt. Onderzoek heeft geleerd dat volledige verdwijning van agrarische bescherming een groei van het Nieuwzeelandse bruto nationaal produkt van 5,5 procent oplevert.

Kruisbes

Produkten uit de primaire sector (landbouw, visserij en bosbouw) zorgden in de twaalf maanden tot 1 juli 1990 voor 70 procent van de Nieuwzeelandse export. Het grootste deel daarvan bestaat nog steeds uit wol, vlees en zuivelprodukten. Nieuw-Zeeland probeert de laatste jaren de afhankelijkheid van die relatief laagwaardige produkten te verminderen met de ontwikkeling van wijnbouw en de commerciele verbouw van de Chinese kruisbes (Kiwi) die een kwart eeuw geleden slechts goed genoeg geacht werd voor het voeren van varkens.

Na een voorbeeldige marketingcampagne veroverde deze harige vrucht onder de naam 'Kiwifruit' wereldfaam. Toch blijft het kiwi-effect op de handelsbalans minimaal. Het produkt neemt slechts drie procent van de totale uitvoer voor zijn rekening en ondervindt steeds meer concurrentie uit Argentinie, Italie en Griekenland.

Tot overmaat van ramp worstelt Nieuw-Zeeland met een crisis in de schapensector. Economische problemen in de Sovjet-Unie en China, beide belangrijke afnemers van wol, leidden tot het wegvallen van afzet. Daardoor liep de wolopbrengst in het afgelopen seizoen met een kwart terug.

De uitvoer van lamsvlees en levende schapen naar Irak en Koeweit, voor Nieuw-Zeeland ook van aanzienlijk belang, is ook tot stilstand gekomen. 'Het enige lichtpuntje van de Golfcrisis is dat de vraag naar wol door de gestegen olieprijzen weer zal toenemen. Synthetische vezels voor kleding en vloerbedekking zullen duurder worden', hoopt Jennings.

De ontwikkelingen in Oost-Europa treffen Nieuw-Zeeland eveneens. 'Het stoppen van voedselsubsidies daar betekent een kleinere vraag naar ons vlees en boter. Bovendien is de landbouw in Oost-Europa een van de weinige sectoren die op korte termijn een stuk efficienter gemaakt kan worden. Dat zal onze positie ook nadelig beinvloeden', zegt Neville Martin.

De Nieuwzeelandse boeren willen dat de economische liberalisering snel wordt voortgezet. Owen Jennings van de boerenbond: 'We willen arbeidsmarkthervormingen. Onze zuivelindustrie en havens werken nog steeds niet efficient genoeg. We willen ook nog minder bescherming van de industrie. Die steun vormt een directe belasting voor de exportsector.'

De nu aan macht gekomen Nationale Partij is door de werkloosheid van meer dan tien procent bang de invoerrechten te ver te verlagen. Maar Jennings meent: 'De Nationale Partij heeft geen keus. Onze binnenlandse markt voor industrieprodukten is veel te klein. We moeten ons concentreren op de sector waarin we uitblinken en dat is de landbouw.'

Nederland

Jennings meent dat succesvolle GATT-onderhandelingen ook van belang zijn voor het milieu in Nederland. 'Ik ken de Nederlandse landbouw goed. Ik heb grote bewondering voor de vaardigheden van de Nederlandse boeren, van wie wij hier veel hebben geleerd. Als de GATT-ronde echter slaagt, verdwijnt de dwang voor Nederland om zo'n grote produktie uit zo'n beperkte hoeveelheid grond te halen. De hoeveelheden mest, fosfaten en chemische bestrijdingsmiddelen kunnen dan omlaag. Dat komt het milieu ten goede. Door de hogere prijzen zullen veel boeren in Nederland met verminderde grondstofkosten toch een goed bestaan kunnen hebben. In Nieuw-Zeeland zijn de klimatologische omstandigheden veel beter dan in Nederland, terwijl de grond een stuk goedkoper is. We moeten natuurlijk oppassen dat we hier niet dezelfde fouten maken als in Europa. Op dit moment zijn onze milieuproblemen echter minimaal.'

De Nieuwzeelandse boerenleider acht het aanvaardbaar om boeren in bepaalde gebieden in Europa uitsluitend te belonen voor hun werk om het landschap in stand te houden, of de sociale structuur in landelijke gebieden te behouden. 'In Engeland en Noorwegen zijn er al regionale subsidies voor boeren om met heel extensieve middelen het landschap te beschermen. In zo'n dichtbevolkt werelddeel is het toch waanzin om de laatste druppel melk of het laatste pond karbonade uit het vee te halen, wanneer dat ten koste gaat van de kwaliteit van bodem, lucht of water?'

In Waikite Valley lijken de Europese milieuproblemen een halve wereld weg.

    • Hans van Kregten