Kamer stelt vragen over actie Canada

DEN HAAG, 31 okt. Het Tweede-Kamerlid W. van de Camp (CDA) zal minister Hirsch Ballin morgen bij de behandeling van de begroting van Justitie om opheldering vragen over het antwoord van de minister op Kamervragen op 20 juni 1990 over een omstreden 'undercover'-operatie. De operatie begon in Nederland leidde in juni vorig jaar in Canada tot de arrestatie van twee Nederlandse handelaren in hasj.

De minister stelde in zijn antwoord dat het ministerie, de Centrale Recherche Informatiedienst noch het Openbaar Ministerie in Breda, waar de zaak begon, op de hoogte waren van de operatie. Uit verklaringen van de Canadese drugs-verbindingsofficier D. Doornbos van de Canadese ambassade in Den Haag over deze operatie voor de rechtbank in Vancouver, blijkt dat de genoemde Nederlandse instanties op zijn laatst in de eerste week van oktober 1989 op de hoogte moeten zijn geweest van de zaak.

D66 en Groen Links willen eveneens opheldering over de 'undercover'-operatie, maar beide partijen wachten een reactie de Partij van de Arbeid af. Via het Kamerlid P. Stoffelen heeft deze partij vorig jaar de vragen gesteld waarop de inmiddels omstreden antwoorden zijn gekomen.

'Zowel de zaak zelf als het feit dat bewindslieden in hun antwoorden Kamerleden op het verkeerde been zetten, is een ernstige zaak', aldus P. Lankhorst van Groen Links. 'Undercoveracties zijn altijd al moeilijk te volgen. Je moet er dan op kunnen rekenen dat de informatie die de minister geeft, klopt.'

Het Kamerlid H. Dijkstal van de VVD zegt naar aanleiding van deze zaak al langer te hebben gedacht over undercoveroperaties mondeling overleg te voeren. Dit is ook gebeurd in 1985, maar het Kamerlid heeft het gevoel dat de afspraken die toen zijn gemaakt niet meer worden nagekomen. 'In deze zaak is de minister in ieder geval twee stations te ver doorgereden', aldus Dijkstal.