HET VERHAAL VAN DE AANDELENMARKT

De aandelenmarkten gaan vandaag de dag als jojo's op en neer. De gevreesde oktoberklap kwam dit jaar weliswaar niet - dat fenomeen bleef gereserveerd voor 1987 en 1989 - maar de schommelingen zijn voldoende groot om de handelaren flink zenuwachtig te maken en economen hoofdbrekens te bezorgen.

Niemand begrijpt goed wat de markt bezielt. De ene dag wordt een droom van Hussein verantwoordelijk gesteld voor een flinke stijging in de prijzen, de andere dag zorgt geharrewar rond de Amerikaanse begroting voor een vrije val. De handelaren moeten handelen in deze zee van onzekerheden; economen proberen dat handelen te begrijpen. Erg succesrijk zijn we tot nu toe niet geweest, de Nobelprijs ten spijt. Harry Markovitz, Merton Miller en William Sharpe kunnen genieten van de eer en het geld dat de Zweedse Nobelcommissie hun in het begin van deze maand toebedeelde, maar dat neemt niet weg dat hun modellen van de financiele markten reeds lang en breed achterhaald zijn. Ook de nieuwe generatie modellen dat hun werk stimuleerde blijft het antwoord op het gejojo op de aandelenmarkten schuldig. Het probleem is dat zij en hun nakomelingen de wereld als een machine willen voorstellen. En aan dat beeld beantwoordt de bewerkelijke financiele wereld niet.

Het probleem is terug te voeren op een spanning tussen metafoor en verhaal in het kennisproces. Wanneer u en ik elkaar iets duidelijk willen maken - iets over onszelf, over Irak of over aandelen - dan doen we dat meestal door een verhaal te vertellen. Met verhalen dichten we karaktertrekken aan mensen en instellingen toe en geven we het dramatische van een situatie aan. Een goed verhaal noopt tot actie. Het handelen in aandelen, bij voorbeeld, is omkleed met goede verhalen. Een dagje op een effectenmakelaarskantoor zal u daar direct van overtuigen.

I n hun zucht naar wetenschap pelijke kennis hebben moderne economen de verhalen die een markt gaande houden, evenwel systematisch genegeerd. Alle energie wordt gestoken in de constructie en analyse van een metaforische voortstelling van economische situaties. Economen bouwen 'vierkante' modellen - uitgewerkte metaforen - waarin de markt als een machine wordt afgebeeld en handelaren als rekenmachines. Om zulke modellen mogelijk te maken, moeten alle aspecten duidelijk worden gedefinieerd, dus ook de onzekerheid waaronder de rekenmachines werken. De vondst waarvoor vooral Markovitz en Sharpe nu beloond zijn, is de vertaling van onzekerheid in termen van een wiskundige kansrekening. Ik zal u niet lastig vallen met de details maar u mag van mij aannemen dat met deze vondst de modellen zo ingewikkeld werden dat er het equivalent van een doctoraal wiskunde aan te pas moet komen om ze te ontcijferen. Deze modellen zijn uiterst geschikt gebleken als een bezigheidstherapie voor academici - altijd nuttig - en hebben zelfs indruk weten te maken op de wereld van effectenhandelaars. Een beetje bureau heeft een aantal techneuten in dienst die met deze mechanische metaforen overweg kunnen. Maar de metaforische benadering heeft weinig te melden over de markt van vlees en bloed.

Het probleem met de mechanische voorstelling is dat ze geen ruimte laat voor 'menselijke' reacties. Psychologisch onderzoek heeft bij voorbeeld duidelijk gemaakt dat in situaties van onzekerheid mensen zich vastklampen aan gevestigde meningen, aan goede verhalen dus. Wanneer de informatie overdadig is, selecteren mensen de informatie die de aandacht heeft in de wandelgangen en media. Iedereen praat over Philips dus krijgt Philips de aandacht die tal van andere bedrijven op grond van hun (slechte of goede) prestaties net zo goed hadden verdiend. Dit wordt het 'vivedness'-effect genoemd.

Onderzoek wijst verder uit dat veel effectenhandelaren de instelling van gokkers hebben. Gevraagd naar het waarom van hun activiteit zegt het merendeel de 'kick' die het speculeren geeft het belangrijkste te vinden. Die instelling wijst erop dat het handelen in de markt overeenkomsten zou kunnen vertonen met het handelen in een spel vol met onzekerheden. Om te begrijpen wat er gebeurt in dit spel moeten we achterhalen hoe de spelers zich een mening vormen over de te volgen strategie. De verhalen die ze elkaar vertellen zouden een sleutel kunnen bevatten.

D e mechanische metafoor die momenteel het economisch denken beheerst, staat zulk realistisch denken niet toe. De economische wetenschap zit vast. John Maynard Keynes had nog oog voor de psychologie van de markt - zijn eigen speculatieve activiteiten stonden daar borg voor - maar zijn volgelingen hebben de wetenschap tot een steriele bezigheid gemaakt. Dit is ook de impliciete boodschap van Robert Shiller, een jonge Amerikaanse econoom die in een recent boek (Market Volatility, uitgegeven door MIT Press) laat zien dat de technische modellen hopeloos te kort schieten wanneer het om een verklaring van het gejojo in de aandelenmarkt gaat. Zijn kritiek komt van binnen het mechanische bolwerk: Shiller gebruikt de mechanische metafoor om haar in het aanzicht van de feiten op te blazen.

Shiller gaat evenwel verder door de verhalen van de aandelenmarkt te onderzoeken. Na de duikelingen in oktober 1987 en '89 stuurde hij vragenlijsten naar handelaren om er achter te komen wat hen bezielde. Het bleek dat de handelaren zich vrijwel uitsluitend door de stemming in de markt, d.w.z. elkaar, lieten leiden en niet door nieuwsberichten of de uitkomsten van technische analyses zoals de mechanische metafoor suggereert. Shiller heeft ontdekt wat Keynes al wist: om de markt te begrijpen moeten we haar verhaal kennen.

    • Arjo Klamer
    • Economische Zaken