De tragische knekelgeschiedenis van Henderson

In 1988 werd door een Amerikaanse uitgever de 'definitieve' studie over het Pacifische en onbewoonde eiland Clipperton (Frans bezit) aangekondigd. In 1989 nam ik het verschenen boek zenuwachtig en jaloers in de hand: iemand was mij voor geweest met het samenstellen van een kloeke monografie over een van 'swerelds meest desolate en intrigerende eilanden. Gelukkig zou ik bijna schrijven is Jimmy M. Skaggs' Clipperton, A history of the island the world forgot een mislukt boek. Skaggs bleek niet in staat om de talrijke bronnen over Clipperton die in het Frans geschreven zijn te raadplegen; hij kan geen Frans lezen. Daarmee is zijn boek zo onvolledig, zo eenzijdig en zo slecht dat de waarachtige Clippertonomaan het zeer voorzichtig dient te gebruiken.

Het Clipperton-onderzoek staat nog steeds in de kinderschoenen, hetgeen niet gezegd kan worden van de Pitcairn-research. Pitcairn is een in het oostelijk deel van de Pacific gelegen eiland waar een deel van de Bounty-muiters zich in 1790 vestigden. Ze werden in 1814 door Britse oorlogsschepen ontdekt, maar de Britse regering schonk de muiters vergiffenis. Nog steeds wonen er afstammelingen van de oorspronkelijke Bounty-bestormers, maar recent is het aantal tot een gevaarlijk klein aantal gedaald (vijftig). Het is zeer de vraag hoe lang deze unieke gemeenschap het hoofd boven water kan houden op die allereenzaamste rots in een uithoek van de wereld.

De Pitcairn- en vooral de Bounty-literatuur is enorm. Recent werd deze uitgebreid met de uitgave van enkele nieuwe brieven over de muiterij van de hand van kapitein William Bligh (de man die door de muiters van zijn eigen schip werd geschopt): Paul Bruntons Awake, bold Bligh! William Bligh's letters describing the mutiny on HMS Bounty (State Library of New South Wales, 1989), maar toch is er in dit boek ook weer geen sprake van Henderson Island. Dat is begrijpelijk want Henderson Island speelde geen rol in de Bounty-affaire, maar wel in de geschiedenis van Pitcairn Island.

Postzegel

Pitcairn Island is de facto een onafhankelijk staatje binnen het British Commonwealth, maar zijn naam wordt meestal niet juist geschreven. Het enige postzegelverzamelingetje dat ik koester, geeft de naam echter steeds juist weer: Pitcairn Islands (meervoud dus). Ook het orgaan van Pitcairn-liefhebbers en mensen die geinteresseerd zijn in de postale geschiedenis van de eilanden, weten hoe het moet. De Newsletter van de Amerikaanse Pitcairn Study Group (verschijnt vanaf 1973; vanaf eind 1974 onder de naam Pitcairn Log) heeft het in elk nummer correct over de eilanden in 't meervoud, terwijl er op de andere eilanden van het archipelletje toch nooit een postzegel afgestempeld is. De andere eilanden zijn: Ducie, Oeno en Henderson.

Ducie (470 km ten oosten van het hoofdeiland Pitcairn) en Oeno (120 km ten noordwesten van Pitcairn) zijn zeer klein en kunnen gerekend worden tot de minst bekende en beschreven eilanden die de wereld rijk is. Henderson Island (168 km ten noordoosten van Pitcairn) is iets beter bekend en heeft de vorm van een rechthoek van zo'n vijfendertig vierkante kilometer. Dit laatste eiland slaagt er af en toe in de wereldpers te halen, onlangs zelfs een groot aantal Engelse kranten. Ik citeer de Observer uit het artikel Island mission goes in search of nature's bounty (21 oktober 1990): 'An international expedition is being mounted to investigate one of world's most remote islands.'

Het is de bedoeling dat gedurende twee jaar tien mensen onderzoek doen op Henderson. Deze expeditie staat onder de patronage van David Attenborough en wordt gesteund door de Royal Society. Het grootste probleem, meldt de Observer, is de logistiek: er is niets op Henderson, behalve dan het uniek vogel- en plantenleven. Het is niet mogelijk om met een vliegtuig te landen op Pitcairn en met een (uitsluitend) kleine boot gelanceerd van een groot schip is het ook al een heel gedoe. Vliegtuigen kunnen uiteraard ook Henderson niet aandoen, maar zelfs een vlet heeft de grootste moeite de kust van dit eiland te bereiken. Daarnaast is men bijzonder bevreesd de ecologie van Henderson te verstoren: het is immers een van de weinige plekjes ter wereld waar het ecosysteem nooit en nergens door een noemenswaardige menselijke invloed verstoord werd.

Het had overigens weinig gescheeld. In 1957 spendeerde de Amerikaanse zonderling Robert Tomarchin drie weken op Henderson. Hij deed een eigenaardig experiment: Tomarchin wilde onderzoeken of het mogelijk was om samen met zijn chimpansee Moko een solitair samenlevingsverband aan te gaan. Tomarchin en zijn behaarde vriend werden wereldnieuws, vooral omdat de twee na drie weken van het eiland gered konden worden door een bij toeval passerend schip. Moko was bezig zijn baas te vermoorden.

Begin 1980 werd Henderson local news in de Verenigde Staten. De excentrieke Amerikaanse miljonair Smiley Ratcliff bood aan het eiland voor veel geld te kopen, er een exclusief toeristenoord van te maken en in ruil daarvoor de Pitcairn Islands op Henderson een internationale luchthaven te schenken waardoor het hoofdeiland voor het eerst in de geschiedenis betrekkelijk snel bereikbaar zou zijn. De Britse regering raadpleegde de Pitcairners en die weigerden. Het aanbod van Ratcliff werd in 1983 definitief afgewezen.

Henderson werd, menen enkele bronnen, in 1606 ontdekt door de Portugees-Spaanse zeevaarder Pedro Fernandez de Quiros (1565-1615) en hij zou het San Juan Bautista hebben genoemd. Ik acht het ontdekkingsjaar 1606 nogal discutabel. Ik hecht meer geloof aan de ontdekking en nagenoeg definitieve beschrijving van het eiland door de kapitein van het handelsschip Hercules, James Henderson.

Vlak daarna deed kapitein Henry King met de walvisvaarder Elizabeth het eiland aan. Door hem kwam de naam Elizabeth Island in zwang en onder die naam leerden de Pitcairners het eiland kennen toen ze er op 11 november 1851 voor het eerst met vakantie gingen. Pitcairners met vakantie? zal menigeen zich afvragen. Inderdaad: sedert bijna anderhalve eeuw brengen de muiters-afstammelingen drie dagen per jaar op Henderson door om er te vissen en miro-hout te kappen. Het hout laat zich aangenaam bewerken en het is, samen met de postzegelhandel, het enige financiele gewin dat Pitcairners kennen. In de jaren vijftig en zestig toen er enkele enigszins regelmatige liner-diensten in de oostelijke Pacific werden onderhouden werden ze enkele jaren door een passagiersboot naar en van Henderson gebracht, maar sedert de liner-diensten de regio niet meer aandoen, maken de Pitcairners eenmaal 's jaars het twee keer vierentwintig uur durende tochtje weer met hun eigen vlet.

Schokkend bericht

Is Henderson ooit bewoond geweest? Hoewel Britse kranten beweren dat Henderson nu voor het eerst wordt bezocht door geleerden is dat niet juist. Gelet op het artikel in Pitcairn Log (december 1981), Pitcairn Islands' fauna en flora issues, werd Henderson vanaf 1825 door vier min of meer wetenschappelijke expedities bezocht; de laatste de National Geographic-Oceanic Foundation Expedition deed in 1970 tamelijk uitvoerig onderzoek.

Een jaar later kwam de Hawaiiaanse geleerde Yosihiko Sinoto met een schokkend bericht: tussen 1250 en 1425 zou Henderson bewoond zijn geweest door Polynesiers. Sinoto had in een grot op Henderson sporen van oer-Polynesische bewoning aangetroffen. Met deze mededeling plaatste Sinoto Henderson Island direct in een soort Paaseilandse magie, maar wat is er waar van zijn (overigens buitengewoon gammele) bewijsvoering?

Botten, uitgebleekte menselijke delen en hele geraamten zijn er door de Pitcairners vanaf 1851 tijdens hun 'vakanties' met een zekere regelmaat aangetroffen. Men neemt echter algemeen aan dat dit overblijfselen zijn van schipbreukelingen of desperado's. Een aardig overzicht van de tragische knekelgeschiedenis van Henderson geeft R. Gerard Wards American activities in the central Pacific 1790-1870 (1967, vol. 3. p. 198-217), maar hoe zit 't met de volstrekt unieke gevleugelde vrienden (een niet vliegende 'kippevogel' en een leuke papegaai die elders op de wereld niet voorkomen en waar ik weet van heb omdat ze op mijn Pitcairnse postzegeltjes staan afgebeeld), zeldzame plantjes en insekten?

Hopelijk weten we omstreeks 1994 meer, want dan verschijnen de eerste wetenschappelijke rapporten van de expeditieleden die over een paar maanden op weg gaan naar die godvergeten uithoek. Ik wou dat ik mee mocht!

Bounty Bay op Pitcairn Island