Auto-katalysator helpt maar kort

DEN HAAG, 31 okt. De schone personenauto's die de afgelopen jaren in Nederland zijn verkocht zijn na een aantal jaren gebruik vaak beduidend minder schoon. Dat geldt vooral voor de auto's die zijn uitgerust met een ongeregelde katalysator. Auto's met een geregelde drieweg-katalysator doen het veel beter. Ze rijden in vrijwel alle gevallen nog even schoon als toen zij de showroom verlieten.

Dit zijn de voornaamste resultaten van een onderzoek dat het Instituut voor Wegtransportmiddelen van TNO in opdracht van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer verrichtte. Het onderzoek was het derde uit de reeks van het 'steekproefcontroleprogramma', waarin elk jaar bij een steekproef uit het Nederlandse autobestand gemeten wordt of de uitlaatgasnormen waaraan de auto voldeed toen hij zijn typegoedkeuring kreeg, nog steeds worden gehaald. Dit jaar werden een kleine 300 auto's in 52 verschillende types geleend van particulieren en een week lang onderzocht. De particulieren kregen zolang een huurauto. Deelname is niet verplicht en vooral eigenaren van dure auto's zijn vaak moeilijk te bewegen hun auto ter beschikking te stellen.

Van alle onderzochte auto's voldeed nog maar 70 procent aan de oorspronkelijke emissie-normen. Evenals in vorige jaren bleken vele automotoren niet correct te zijn afgesteld, als gevolg waarvan ze veel te veel koolmonoxyde produceerden. Na correcte afstelling haalden 77 procent van alle onderzochte auto's de norm.

Vooral auto's met een ongeregelde katalysator vertoonden een terugval. Dit type is zeer gevoelig voor een correcte afstelling en de helft van de onderzochte auto's voldeed niet meer aan de normen. Bij de auto's met een geregelde katalysator haalde slechts 1,5 procent de norm niet. Gezien het feit dat van alle nieuw verkochte personenauto's nu al 72 procent met een geregelde katalysator is uitgerust, valt te verwachten dat de problemen steeds geringer zullen worden. In de gerapporteerde steekproef zaten overigens geen LPG-auto's en personendiesels. Op dit moment worden ze wel onderzocht; de resultaten komen volgend jaar.

De belangrijkste tekortkomingen deden zich voor bij de exemplaren van 11 verschillende autotypen. In de meeste gevallen brachten importeurs of fabrikanten op voorstel van het ministerie van VROM en van TNO verbeteringen aan in dealer-instructies of in de produktie. Zo bleken de officiele afstelvoorschriften van de Skoda 105 S, de Alfa 33 junior, de Subaru 1.6, de Mazda 323 1.5, en de Mitsubishi Colt niet juist meer te zijn en tot te hoge emissies te leiden. De dealers zijn ingelicht.

Van de Volvo 340 DL en de Ford Sierra 1.6 en 1.8 moesten de carburateurs zelfs geheel worden gewijzigd. De Citroen BX16RE en de Peugeot 405 1.9, beide met dezelfde motor uitgerust, bleken als gevolg van systematische produktiefouten te veel koolmonoxyde te produceren. Peugeot en Citroen hebben hun dealers opgedragen deze fouten bij een beurt te herstellen. De Peugeots van het type 205 bleken een lambdasonde te gebruiken die een slecht massacontact maakte. Een Lada 2100 bleek alleen na zeer zorgvuldig afstellen door technici van de importeur de norm te halen.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van VROM werden de wijzigingen in voorschriften en produktie in het algemeen 'in goed overleg' met de fabrikanten en importeurs doorgevoerd. Maar als dat mislukt is er sinds kort een stok achter de deur: in juli van dit jaar is een wettelijke 'terugroepregeling' van kracht geworden. Importeurs en fabrikanten kunnen nu verplicht worden autotypen waarvan bij controles blijkt dat ze de oorspronkelijke normen niet meer halen, terug te roepen, te controleren en te herstellen. Nederland is het enige land in de EG waar een dergelijke regeling bestaat.