Verzuring eist verminderen vee

ROTTERDAM, 30 okt. De bijdrage van ammoniak aan de verzuring van Nederland is voor scheikundeleraren een bron van dagelijks terugkerende verwarring. Ammoniak (NH) is immers een basevormer en zou daarom volgens klassieke chemische regels een zuur moeten neutraliseren.

In eerste instantie is dit ook zo. Regen die wordt opgevangen in gebieden met intensieve veeteelt de voornaamste bron van ammoniakgas blijkt minder zuur dan elders in het land. De zuurvormende stoffen als SO en NOx worden door de ammoniak geneutraliseerd.

Maar eenmaal in de bodem wordt ammoniak door bodembacterien snel omgezet in salpeterzuur. Voor de bodem is ammoniak dus wel een zuurvormende stof, in niets onderscheidbaar van het salpeterzuur afkomstig van de NOx-depositie. Gelukkig bevinden zich in de bodem ook zogeheten nitrificerende bacterien die het salpeterzuur omzetten in moleculaire stikstof dat geheel onschadelijk is. Dit proces gaat echter langzaam.

Ammoniak veroorzaakt ook zogenaamde 'brandschade' aan bomen. De geconcentreerde ammoniaklucht uit veestallen waait nagenoeg onverdund tegen bomen en veroorzaakt daar schade aan de bladeren. Deze zichtbare 'brandschade' bevindt zich binnen een straal van enkele honderden meters van de veestallen. De ammoniakbelasting van de nabijgelegen bossen zal ook erg hoog zijn door de filterende werking van het bos. Uit de lucht zal ammoniak neerslaan op de bladeren, vooral op natte of bedauwde bladeren. Door de filterwerking kennen bossen een veel hogere ammoniakdepositie dan de rest van Nederland.

Uit het eindrapport van een grootschalig onderzoek naar verzurende stoffen, dat werd uitgevoerd door het RIVM samen met een groot aantal onderzoeksinstellingen en dat begin 1991 openbaar wordt gemaakt, blijkt dat de landbouw 31 procent van de verzurende depositie in Nederland levert maar tevens dat ze daarmee toch de grootste verzuurder van de Nederlandse bossen is.

Ammoniak werd aanvankelijk als een lokaal probleem gezien. En nog steeds is 70 procent van de Nederlandse ammoniakdepositie afkomstig uit eigen land. Maar hoe langer hoe meer wordt duidelijk dat er een egale ammoniakdeken over geheel Noordwest-Europa ligt. De ammoniak is niet alleen een probleem voor de verzuring van Nederland, het is ook een probleem geworden voor de luchtkwaliteit.

In de landbouw wordt nu hard gewerkt aan technische oplossingen. Door veel bedrijven wordt de gier nu niet langer simpel met een sproeier uitgereden maar met speciale werktuigen zo snel mogelijk onder de grond gewerkt. Voorbeelden zijn de zodebemester en de mestinjecteur. Nog lang niet alle bedrijven beschikken over dergelijke hulpwerktuigen. Het is ook nog niet geheel duidelijk op welke grond welke techniek de voorkeur heeft.

Verder wordt het uitrijden gebonden aan seizoenen. Het bemesten kan het best plaatshebben in het voorjaar als de planten de meststoffen kunnen opnemen. Voor het bewaren van de mest zijn de laatste jaren tienduizenden mestsilo's gebouwd, een bouwactiviteit die in de agrarische wereld zijn weerga niet gekend heeft. Het uitrijverbod is de afgelopen jaren uitgebreid en het valt te verwachten dat het nog verder zal worden aangescherpt. Een probleem vormt de handhaving van de regels, want de milieupolitie is onderbemand.

Een tweede technische maatregel is het ammoniakdicht maken van stallen, waarmee zojuist is begonnen. Een derde maatregel is het vervaardigen van mestkorrels. Dit laatste is in het stadium van een proeffabriek. De korrels blijken tot dusverre nogal duur uit te vallen.

Naast een scherp uitrijverbod vooral bedoeld voor rundveehouders die op grasland en voor varkenshouders die op maispercelen uitrijden is er ook in toenemende mate sprake van gebruik van dierlijke mest op akkerbouwgronden. Tot voor kort gebruikten akkerbouwers vooral veel kunstmest. Het verplaatsen van mestoverschotten, voor een deel via de mestbank, stuit echter op nogal wat weerstanden. De noordelijke landbouwprovincies protesteren tegen de gedwongen vloed van zuidelijke mest: 'Geen paapse stront op protestantse grond'.

Naast een ammoniakprobleem zorgt dierlijke mest ook voor nitraat in het grondwater door hoog nitraatgehalte zijn al enkele drinkwaterputten gesloten en voor fosfaatverzadigde gronden. Op het moment is de mestquotering gebaseerd op het fosfaatgehalte in de mest. Maar omdat mest ook via stikstof slecht is voor de bodem, wordt overwogen de norm op fosfor en op nitraat te baseren. Begin december zal een ambtelijke commissie hierover rapporteren.

Volgens drs. Jan Fransen van Natuur en Milieu valt er met de technische oplossingen echter niet meer te bereiken dan een reductie van 50 a 70 procent. Dit is te weinig voor het halen van de doelstelling in het NMP-plus en ook te weinig voor de afspraken met de Noordzee-landen voor de beperking van lozingen van fosfaat en nitraat tot de helft. Volgens Natuur en Milieu zal men er niet aan ontkomen om de veestapel te beperken. Honderd miljoen kippen, vijf miljoen koeien en twintig miljoen varkens zijn teveel voor Nederland.

De noordelijke landbouwprovincies willen geen 'paapse stront op protestantse grond'