Vertrekkend diplomaat in Nederland in zijn element

Als er een leerschool bestaat voor de post van Duitse ambassadeur in Israel, dan moet die haast wel in Den Haag staan. Ondanks de hechte nabuurschap en voortreffelijke economische betrekkingen, gekarakteriseerd door de trefwoorden Toerisme, Tulpen en Tomaten, doet zich in de Duits-Nederlandse verhouding een nog altijd niet volkomen geheelde wond voelen: de herinnering aan het lot van de Nederlandse joden, waarvan de naam Anne Frank zo'n onuitwisbaar symbool vormt. Voor zijn overplaatsing naar Tel Aviv heeft Otto von der Gablentz de Bondsrepubliek ongeveer acht jaar vertegenwoordigd in Den Haag, waar hij zich uiterst bekwaam en met veel politieke tact om de betrekkingen tussen beide landen heeft bekommerd.

Het is een verstandig besluit van het ministerie van buitenlandse zaken, hem de moeilijke standplaats Israel toe te vertrouwen. Otto von der Gablentz, geboren in 1930, is een voorkomend, hoffelijk man met een gedegen politieke achtergrond. Hij kan een standpunt hardnekkig verdedigen, zonder echter ooit kwetsend te zijn; inzicht in historische en politieke processen stelt hem daarbij in staat de belangen van zijn gastland juist te taxeren en fouten te voorkomen die de Bondsrepubliek nadeel zouden berokkenen.

Zijn meesterschap in het vermijden van onnodige perikelen bewees hij drie jaar geleden, toen de Duitse president een staatsbezoek aan Nederland bracht. Destijds zaten nog altijd twee wegens hun aandeel in de jodenvervolging tot levenslang veroordeelden in Breda gevangen. Een expliciet verzoek om hun vrijlating zou, gezien de grote gevoeligheid van de Nederlandse publieke opinie, gemakkelijk een schaduw over dit bezoek hebben kunnen werpen. De president roerde de kwestie echter in het openbaar niet aan en beperkte zich tot de opmerking dat gratieverlening een zaak van het rechtsgevoel van de Nederlanders moest blijven. En ziedaar: begin 1989 werden de twee meer dan tachtigjarige gevangenen over de Duitse grens gezet.

Otto von der Gablentz, die uit een Pruisische adellijke familie stamt en wiens vader jarenlang aan het hoofd van de Duitse Hogeschool voor Politiek in Berlijn heeft gestaan (het latere Otto Suhr-Instituut), legde de grondslag voor zijn diplomatieke carriere door rechten en sociologie te studeren in Berlijn en Freiburg. Ook studeerde hij enige tijd in Oxford en Harvard. Na enkele jaren te hebben gewerkt in Melbourne en Londen keerde hij in 1973 naar Bonn terug in dienst van buitenlandse zaken. Daar hield hij zich bezig met de politieke samenwerking in de Europese Gemeenschap, onder meer met de beraadslagingen over de gang van zaken bij de Europese Veiligheidsconferentie. In 1987 werd hij hoofd van de afdeling buitenlands beleid op de kanselarij van de bondskanselier.

Zijn reputatie als aanhanger van Helmut Schmidt leidde in 1983 na de regeringswisseling tot zijn uitzending naar Den Haag, hoewel Von der Gablentz ook voor een zwaardere post wel in aanmerking zou zijn gekomen. Toch heeft hij zijn jaren in Nederland nooit als een verbanning beschouwd. Israel kende hij alleen van enkele bezoeken. In zijn nieuwe positie is het zeker van voordeel dat zijn vader in 1934 door de nazi's van de universiteit is verwijderd en later contacten heeft onderhouden met de verzetsgroep 'Kreisauer Kreis'.