'Universiteiten moeten hun bestuur zelf regelen'; Conferentie Ritzen kritiseert voorstel raden af te schaffen

ROTTERDAM, 30 okt. De universiteiten en hogescholen moeten de vrijheid hebben om zelf hun bestuurlijke organisatie te regelen. Het accent dient daarbij te liggen bij de faculteiten. Het centrale bestuur zou zich met de hoofdlijnen van het instellingsbeleid bezig moeten houden.

Dit is de teneur van de inleidingen die gisteren werden uitgesproken bij het begin van de tweedaagse, besloten conferentie in het Haagse hotel Atlantic over de bestuursstructuur van het hoger onderwijs.

Minister Ritzen (onderwijs), die de conferentie heeft georganiseerd, voorziet op den duur grote verschillen in de bestuurlijke organisatie van de universiteiten en hogescholen. In zijn openingsrede nam hij afstand van het advies dat de voorzitters van vijf advies- en wetenschapsorganisaties vorige week publiceerden. Daarin werd aanbevolen de universiteitsraden op te heffen en te vervangen door ondernemingsraden en de status van de faculteitsraden te verlagen tot die van adviesraden.

Volgens Ritzen moeten de universiteiten en hogescholen bestuurd worden door personen die het vertrouwen genieten van docenten en studenten. Daaraan kunnen, zo zei hij, 'raden een belangrijke bijdrage leveren door besturen te steunen, maar ook te kritiseren en te controleren'.

De conferentie vormt de eerste aanzet tot een mogelijke verandering van de bestuursstructuur. Ritzen meent dat die nodig is, omdat de universiteiten en hogescholen zelfstandiger moeten gaan functioneren. Zij moeten dan, aldus Ritzen, besturen hebben die 'krachtig, ondernemend en gezaghebbend' zijn. In het meerjarenakkoord dat de minister onlangs met de universiteiten en hogescholen sloot, heeft hij vastgelegd dat discussie over de bestuurlijke organisatie wenselijk is.

Prof. dr. R. J. in 't Veld, hoogleraar bestuurskunde en oud-directeur-generaal voor het hoger onderwijs, verklaarde gisteren dat de universiteiten heel goed zelf hun bestuurlijke organisatie kunnen regelen. Ook de Groningse bedrijfskundige prof. dr. M. R. van Gils pleitte voor zelforganisatie door de universiteiten en hogescholen. 'Zelforganisatie levert per definitie spanningen op waardoor creativiteit en vernieuwing worden gestimuleerd.'

In 't Veld vindt dat de universiteiten wettelijk dezelfde vrijheid moeten krijgen als de hogescholen nu al hebben. De universiteiten moeten in een afzonderlijk 'charter' aangeven hoe hun bestuur er op den duur uit zou moeten zien. Dat is volgens hem de enige mogelijkheid om te voorkomen dat de huidige structuur ondanks de deregulering van de wet 'eeuwig' onveranderd blijft. In 't Veld vindt dat er maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat de autonome universiteiten zich volledig uitleveren aan de markt en haar eigenlijke taken in het gedrang komen.

Volgens de oud-secretaris van de HBO-Raad, P. Th. Verburgt, is er geen enkele reden om de bestuursstructuur van de hogescholen te veranderen. Hij wees erop dat binnen de hogescholen inmiddels het besef doorbreekt dat ze er zijn voor de studenten. Hij vindt ook dat de minister wel erg snel tot de conclusie is gekomen dat er iets moet veranderen. 'Pas sinds een jaar of vier staan de hogescholen op eigen benen en komen ze los van het ministerie in Zoetermeer. Die nieuwe mentaliteit vraagt tijd om zich te vestigen', aldus Verburgt.

Vanochtend hebben de vertegenwoordigers van de Landelijke Studentenvakbond, die al eerder bezwaar maakte tegen het besloten karakter ervan, de conferentie verlaten. Zij nemen nu deel aan een 'tegenconferentie' die de studentleden van de universiteitsraden vandaag in Amsterdam hebben georganiseerd. Deze conferentie is wel openbaar.

De voorzitter van college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, J. K. M. Gevers, heeft gisteren tegenover de bezetters van het Maagdenhuis verklaard dat hij er niet over piekert de universiteitsraad af te schaffen. Deelname van studenten aan het bestuur van de universiteit is volgens hem essentieel. Het voorstel om de universiteitsraad af te schaffen moet niet serieus worden genomen. Dat is 'borrelpraat waar we niet voor in zijn', aldus Gevers.

    • Quirien van Koolwijk