'Ultra-rechts in Duitsland en VS steunt Renamo'

CHIMOIO/ MAPUTO, 30 okt. Fondsen en wapens van extreem-rechtse organisaties in Duitsland, de Verenigde Staten, Portugal en Zuid-Afrika zouden via Kenia en Malawi naar Mozambique worden gesmokkeld om gebruikt te worden door de guerrilla-beweging Renamo. Dat zeggen Zimbabweaanse soldaten in het midden van Mozambique en hoge politici in de hoofdstad Maputo. Kenia zou bovendien op zijn grondgebied Renamo-strijders opleiden. Bewijzen voor deze beschuldigingen ontbreken en het motief voor Kenia's steun blijft onduidelijk. Nairobi ontkent.

Renamo voerde enkele weken geleden gedurfde aanvallen uit op Zimbabweaanse posities. Een geschatte 10.000 Zimbabweanen vechten in Midden-Mozambique voor de Mozambikaanse regering van president Joaquim Chissano en om Zimbabwes transportroute naar de havenstad Beira te beschermen tegen Renamo-aanvallen. De Zimbabweaanse troepen antwoordden met een grootschalig offensief om de Gorongozabergen, waarbij volgens onbevestigde berichten aan beide zijden veel slachtoffers vallen.

Renamo reageerde met een nieuwe golf van terreur tegen de bevolking. Op een zaterdagavond eerder deze maand organiseerden bewoners van een kamp voor ontheemden bij Dondo een feestje. Om elf uur verschenen de Renamo-strijders uit de duisternis en begonnen onmiddellijk te vuren op de dansende menigte. Zeventien vrouwen en kinderen kwamen om het leven.

Renamo-leiders en enkele andere Mozambikaanse ballingen bevinden zich al sinds begin jaren tachtig regelmatig in Kenia. Ze onderhouden contacten met enkele Keniaanse politici en sommigen bezitten onroerend goed in Nairobi of Mombasa. Renamo-leider Afonso Dhlakama vroeg twee jaar geleden aan de Keniase president Daniel arap Moi te bemiddelen om rechtstreeks overleg met de Mozambikaanse regeringspartij Frelimo tot stand te brengen.

Linkse kringen in Frelimo wantrouwden Kenia en president Chissano schakelde daarom de Zimbabweaanse leider Robert Mugabe in als tweede bemiddelaar. Rechtstreeks vredesoverleg tussen Renamo en Frelimo volgde eerder dit jaar in Rome. De rol van Kenia leek hiermee uitgespeeld.

Duistere motieven

De motieven voor Kenia's vermeende nieuwe bemoeienis met Renamo lijken duister. Dhlakama onderhoudt goede relaties met Bethwel Kiplagat, directeur-generaal van Kenia's ministerie van buitenlandse zaken dat bemiddelde tussen Renamo en Frelimo. De slecht opgeleide Dhlakama wenste bij het overleg in Rome gebruik te maken van Keniase expertise. Na aanvankelijk verzet van Frelimo-zijde ging Chissano hiermee akkoord, zo verluidt in diplomatieke kringen in Maputo. Dhlakama trok daarop vorige week zijn eis in dat de Zimbabweaanse troepen Mozambique moeten verlaten. Het vredesoverleg in Rome kan worden hervat.

Met medeweten van Frelimo reizen Renamo-leiders met Keniase paspoorten en de rebellenbeweging beschikt in Nairobi over een krachtige radio om berichten te zenden naar de guerrillabasis in het Gorongoza-gebied. Deze banden tussen Kenia en Renamo kunnen nauwelijks verklaren waarom Kenia militaire hulp ging verstrekken aan de rebellen. Diplomaten in Maputo moeten het antwoord schuldig blijven. Sommige gezanten speculeren dat Kenia een rol voor zichzelf wil afdwingen in het vredesoverleg waaruit het diplomatiek gewin zou kunnen halen. Een diplomaat noemt het Britse bedrijf Lonrho. Lonrho-baas Tiny Rowlands investeert in projecten aan Frelimo-zijde en verleent tegelijkertijd hand- en spandiensten aan Dhlakama wanneer deze buiten Mozambique reist. Lonrho heeft tevens grote economische belangen in Kenia en makkelijk toegang tot Keniase politici.

Zuid-Afrika, de vorige steunpilaar van Renamo, lijkt zijn hulp te hebben gestaakt. Chissano en zijn Zuidafrikaanse collega De Klerk onderhouden uitstekende relaties en in Frelimo is men ervan overtuigd geraakt dat Zuid-Afrika niet meer de boosdoener is achter Renamo. In Zuidafrikaanse diplomatieke kringen in Maputo wordt echter rekening gehouden met de mogelijkheid dat particulieren in Zuid-Afrika Renamo blijven steunen.

Voetvolk

De geheime dienst van het toenmalige Rhodesie maakte eind jaren zeventig gebruik van onvrede in de Mozambikaanse provincie Manica om Renamo op te richten. De gewone Renamo-soldaten, het voetvolk, werden deels onder dwang in de beweging gerecruteerd, zo blijkt uit verscheidene publikaties van buitenlandse onderzoekers. De Renamo-leiders daarentegen koesterden bij de oprichting wel degelijk politieke idealen, menen inwoners van Manica.

'Het is onjuist om de oorlog geheel te wijten aan buitenlandse factoren', zegt een inwoner. 'Er bestond een vruchtbare voedingsbodem voor verzet in Mozambique. Het rigide marxistische beleid van Frelimo, de gedwongen dorpsvorming zonder respect voor de lokale cultuur, de gewelddadige repatriering van werkloze stadsbewoners naar het platteland, de overheersing in het Frelimo-leiderschap door zuiderlingen, al deze factoren droegen bij aan de onvrede.

'Enkele leiders die Frelimo uitstootte sloten zich aan bij Renamo. In het begin konden de guerrillastrijders daarom op enige steun rekenen onder de bevolking. Door hun grootschalige terreur tegen onschuldige burgers maken de rebellen nu echter weinig kans bij vrije verkiezingen.'

Ook binnen Frelimo groeide het besef dat eigen fouten bijdroegen aan de oorlog, zo vertellen waarnemers in Maputo.

Renamo beloofde alles anders te zullen doen wanneer het eenmaal aan de macht zou zijn gekomen. Het politieke programma moest dus haaks staan op dat van Frelimo: tegen marxisme, tegen gedwongen dorpsvorming, tegen de een-partijstaat en tegen het ontnemen van macht aan traditionele stamhoofden. Chissano ontnam in de afgelopen drie jaar op behendige wijze Renamo dit politieke programma. Eind 1986 introduceerde hij de economie van de vrije markt, vorig jaar zwoer Frelimo het marxisme af en op 31 juli kondigde de president het meer-partijenstelsel af. Chissano haalde Renamo rechts in.

Renamo blijkt een diverse club. Het herbergt zwarte elementen in zich onder leiding van Dhlakama en blank-Portugese belangen onder ex-kolonialen in Portugal en Zuid-Afrika. De zwarte Renamo-soldaten lijken moegestreden, er blijft geen politiek motief over voor de strijd. Maar er valt eveneens nauwelijks materieel gewin te behalen bij een vredesakkoord. De Renamo-leiders blijken intellectueel slecht onderbouwd en het ontbreekt hun aan visie. In een eventuele coalitieregering zullen zij onderdoen voor hun beter opgeleide Frelimo-collega's.

Meer partijen

Oppositiepartijen mogen zich vermoedelijk eind dit jaar organiseren voor verkiezingen die in de loop van 1991 zouden worden gehouden. Geen enkele oppositiepartij diende zich nog aan. In het geval van een vredesakkoord mag Renamo deelnemen aan verkiezingen. De rebellen zullen dan, aldus luidt de heersende mening in Mozambique, verliezen van Frelimo dat over een sterke partijstructuur beschikt. Op de iets langere termijn lijkt de vorming mogelijk van een christen-democratische partij, waarin elementen zich verenigen uit de rechtse katholieke kerk die over een goed netwerk beschikt in het land en leden van het zwarte Renamo-leiderschap.

Chissano schiep de ruimte voor een politiek alternatief voor zijn eigen Frelimo, maar niemand pakte de toegeworpen handschoen op. De cynische werkelijkheid is dat de politiek nauwelijks meer een oplossing kan aandragen voor de problemen van Mozambique. Het chaotische geweld ging een eigen leven leiden en de diepe sociale misere die daar een gevolg van is kan niet worden opgelost zonder een vredesverdrag.

En als er vrede komt? 'Dan kunnen alle groepen uiteenvallen', zegt een Mozambikaanse waarnemer in Chimoio. 'Renamo in binnen- en buitenlandse facties, Frelimo in voor- en tegenstanders van het vredesakkoord. Eveneens onduidelijk is of alle Renamo-bendes wel onder controle vallen van een centrale leiding. Bovendien desintegreerde de hele samenleving door de oorlog. Er hadden massale volksverhuizingen plaats, het overgrote deel van het platteland raakte onbewoond en de infrastructuur ligt in puin. Vrijwel iedereen bivakkeert rondom stedelijke centra. De traditionele stamculturen die de samenleving bijeenhielden, verdwenen. Als er vrede komt, waar moeten de Mozambikanen dan naartoe?'