Sociocratie: van intuitie tot instrument; Sinds Genesis is debaas de baas gebleven

Om een nogal nieuw verhaal met een vertrouwde tekst te beginnen: Toen de Schepper Adam de Hof van Eden toonde 'legde Hij hem een gebod op door te zeggen: Van elke boom van de tuin moogt gij wel eten, maar van 'de boom van kennis omtrent goed en kwaad' daarvan zult ge niet eten; waarlijk op de dag dat gij daarvan eet zult gij zeker ellende ervaren'.

Dat was duidelijk.

En voor zeer velen is het nog steeds duidelijk. De mens(heid) het Hebreeuwse 'adam' kan zowel naar een individu als naar een groep verwijzen mag dan 'heersen' over de rest van de schepping, ook in het licht van de eeuwigheid, dat wil zeggen de evolutie, geldt het baas-boven-baas-principe. Er is macht en er is overmacht. Eva en Adam hadden zich maar te onderwerpen aan een goddelijk stelsel van ge- en verboden, van goed-dus-beloning of slecht en dus straf.

Goddelijk dan wel natuurlijk. Want ook wie menselijk gedrag onderworpen ziet aan een in de loop van de evolutie ontwikkeld, 'natuurlijk' regelsysteem, heeft slechts te kiezen uit twee mogelijkheden: daaraan gehoorzamen of niet. En wie ongehoorzaam aan de 'Natuur' is, zich niet houdt aan de 'natuurlijke'dus voor iedereen geldende regels, laat staan wie zich daartegen verzet, haalt zich niet minder ellende op de hals dan wie zondigt tegen de wil der goden.

Ellende, niet alleen voor de ongehoorzame(n) zelf, maar evenzeer voor de omgeving. Het Hebreeuwse stamwoord 'ellende', schrijft dr. M. Reisel in de kantlijn van zijn Genesis-vertaling, 'dat in zijn werkwoordsvorm bij personen 'sterven' betekent, drukt ten opzichte van een collectiviteit 'het in ellende zijn ten gevolge van een ballingschap' uit'.

Vereenzaming

Op grond van tegenwoordige inzichten in persoonlijk en groepsgedrag zou je Reisels toelichting kunnen verklaren met begrippen als vervreemding, isolement. De ellende van de vereenzaming als 'straf' op de zonde van twijfel aan of nog erger: overschrijding van erkende grenzen. Beloning wacht degeen die die grenzen in acht neemt en helpt bewaken. Maar wie stout is, wie zich niets aantrekt van de regels en daarmee geen respect toont voor het regelgevend en regelbewakend gezag, krijgt straf.

Zo lijkt de wereld sinds mensenheugenis in elkaar te zitten. Door hem iets te verbieden en daaraan een sanctie te verbinden wees de Schepper Adam op diens ondergeschikte positie, doordrong Hij hem van de voorwetenschappelijke notie, waarop heersers nog altijd hun overmacht baseren. 'De machthebber', schreef Michael Stein naar aanleiding van Saddams Husseins optreden, 'geeft overvloedige geschenken aan zijn volgelingen en straft tegenspraak of tegenstand onmiddellijk zeer zwaar af'.

Zoals bekend was het Adams wederhelft die, op advies van een slang op poten, geen genoegen meer nam met de autoritair opgelegde begrenzing van haar 'kennis omtrent goed en kwaad'. Zij trok de legitimiteit van het goddelijk gezag in twijfel. Het verhaal is bekend. Met de gevolgen van haar en even later ook Adams ongehoorzaamheid worstelen hun twintigste-eeuwse nakomelingen nog steeds. De wereld waarvoor de tegenwoordige generaties verantwoordelijk zijn, is gestraft (of heeft zichzelf gestraft, het is maar van welke kant je het bekijkt) met een samenleving, die, zoals commissaris der koningin Han Lammers het onlangs voor de VPRO-radio samenvatte, 'meer en meer en meer slachtoffers maakt'. Pure ellende.

Homo sapiens

Had de oermoeder niet naar de oerslang moeten luisteren? De redelijkheid gebiedt vast te stellen dat haar ongehoorzaamheid de mensheid niet louter 'ellende laat ervaren'. Al twijfelend aan de begrensdheid van eigen mogelijkheden, al hongeriger naar de vruchten van die ene, verboden boom, ontwikkelde de homo sapiens eigenschappen die hem in staat stelden aan de natuurlijke ordening, waaraan hij door zijn afkomst is onderworpen, een specifiek menselijke, abstracte ordening toe te voegen: cultuur.

Mensen bouwden tempels, vernietigingskampen en fabrieken, bedachten communisme en feminisme, transcendente meditatie, hemel en hel. Zij wagen de sprong in het heelal en duiken het atoom binnen, verdubbelen hun levensduur en optimaliseren hun vernietigingskracht, organiseren Olympische Spelen, pogroms en Moederdag.

Is de straf voor al dat 'goed en kwaad' alleen maar ellende?

Of bestaat de straf soms hieruit, dat mensen sinds dat paradijselijk incident zijn gedoemd slechts te kunnen kiezen tussen twee mogelijkheden: gehoorzamen of niet? En geldt die straf dan ook intermenselijke relaties? Met andere woorden: is het, zo niet Gods wil, dan toch 'natuurlijk' dat dezelfde mensen, die dood en leven, tijd en ruimte tarten, zich tegenover elkaar nog altijd gedragen als kuddedieren? Dat zij voor hun machinerieen ongehoord ingewikkelde produktieprocessen ontwerpen, maar zich in hun onderlinge verhoudingen nog altijd onderwerpen aan de rechtlijnige logica: je dwingt gehoorzaamheid af of je gehoorzaamt, je bent of 'baas' of 'knecht'?

In het begin van de jaren vijftig leerde ik als dienstplichtig militair dat gehoorzaamheid de ziel van de krijgsmacht is. Dat betekende gehoorzaam zijn aan de korporaal, die op zijn beurt gehoorzaamheid was verschuldigd aan de sergeant, die enzovoort enzovoort tot en met de minister van oorlog, die als puntje bij paaltje kwam had te luisteren naar de parlementaire meerderheid. Nu ligt de lineaire machtsstructuur, gebaseerd op de bevelsverhouding tussen meerdere en mindere, tussen baas en knecht, er in het leger wel heel dik bovenop. In de meeste organisaties lijkt het toch aanzienlijk minder eenvoudig toe te gaan. De bevelsstructuur in bedrijven en instellingen is vervangen door een in de Wet op de Ondernemingsraden vastgelegde overlegstructuur. En mogen we niet allemaal jij en jou tegen elkaar zeggen?

Macht

Wie het spel om de macht in en tussen organisaties, zeker als die onder druk staan, van nabij meemaakt, ontkomt om het behoedzaam te formuleren niet altijd aan de vraag of bijvoorbeeld het verplichte overleg tussen werkgevers en -nemers de traditionele ongelijkwaardigheid tussen beide partijen heeft opgeheven, of dat machtsverschil alleen maar heeft verpakt in eigentijdse rituelen.

Nog altijd zijn bij het nemen van beslissingen slechts twee, onderling ongelijkwaardige, posities mogelijk: die van de baas (directie, bestuur, chef, volwassene, man, meerderheid) en die van de knecht. En voor laatstgenoemde (medewerker, sous-chef, kind, vrouw, minderheid), zit er nog altijd niets anders op dan de baas, hoe democratisch en sociaal voelend die ook mag zijn, te gehoorzamen. Al is het onder protest. Niet gehoorzamen kan ook, maar dan volgt straf of wordt de relatie verbroken en buiten die structuur is de baas geen baas en de knecht geen knecht meer.

De politiek heeft nog een speciale variant in de veelal ideologisch gemotiveerde gewelddadige revolutie. Namens het geknechte volk worden andere bazen de baas. Er voltrekt zich een wisseling van de macht, maar aan de manier waarop de macht wordt verdeeld verandert niets, zodat de kiem voor de volgende revolutie al is gelegd. Enzovoort enzovoort.

Zijn zondige begeerte naar kennis heeft de homo sapiens verdreven uit zijn paradijselijke, zo men wil 'natuurlijke' staat. Of daaruit verlost. Dat blijft een kwestie van geloof. Hoe dan ook, zijn prehistorische overtreding heeft de mens niet louter 'ellende' bezorgd, maar ook meer zicht en greep doen krijgen op zijn individueel en collectief bestaan. Maar de zweep blijft knallen: al hun kennis van goed en kwaad ten spijt blijven mensen gebukt gaan onder het juk van de ongelijkwaardigheid, onder het structurele machtsverschil tussen baas en knecht.

Kees Boeke

Die opmerkelijke verbinding tussen paradijsvloek en maatschappijstructuur zou ik nooit hebben leren leggen als ongeveer twintig jaar geleden de toenmalige hoofdredacteur van deze krant, Andre Spoor, mij niet had gevraagd eens te onderzoeken wat na Kees Boekes overlijden (in 1955) nog leefde van diens ooit provocerende ideeen over mens en maatschappij. Spoor had als kind in Bilthoven gewoond en dus de prikkelende rook ingeademd van Boekes experimentele 'Werkplaats Kindergemeenschap'.

Een van Boekes oud-leerlingen ('werkers'), die ik interviewde, was de toen 41-jarige Gerard Endenburg, directeur-eigenaar van een middelgroot elektrotechnisch installatiebedrijf in Rotterdam. Ook diens herinneringen aan de legendarische pedagoog werden verwerkt in de serie artikelen, die in de zomer van '73 onder de titel 'Kees Boeke, een radikale dromer' in het Zaterdags Bijvoegsel is gepubliceerd.

Het gesprek met Endenburg leverde meer op dan herinneringen. Voorzichtig, maar zelfverzekerd gaf Endenburg aan dat hij bezig was 'iets' met bepaalde ideeen van Boeke te doen. Sterker nog: hij had een structuur en daaruit af te leiden regels 'ontdekt' voor wat hij toen noemde 'een menswaardiger organisatie van ons leven en samenleven'. Als eresaluut aan Boeke, die in zijn in 1945 verschenen brochure 'Een redelijke ordening van de menschengemeenschap' profeteerde dat na dictatuur en democratie 'sociocratie' zou volgen, noemde Endenburg zijn sociaal ontwerp het sociocratisch kringorganisatiemodel. Het duurde nog een jaar voor de Rotterdamse ondernemer met zijn opmerkelijk verhaal naar buiten durfde te komen. In de zomer van '74 verscheen in het Zaterdags Bijvoegsel een reeks artikelen over sociocratie, met bijdragen van onder anderen de Nijmeegse bedrijfspsycholoog prof. dr. J. A. P. van Hoof, de inmiddels overleden pedagoog prof. dr. M. J. Langeveld, de aan de PTT verbonden organisatiepsycholoog C. Rumke en J. Th. J. van den Berg, die destijds een politieke column in deze krant schreef. Ook de toenmalige economisch redacteur A. F. van Zweeden en zijn financiele collega E. Damen gaven commentaar op Endenburgs organisatiemethode.

Commentaar niet zozeer op de methode zelf. Geen woord over de technisch-organisatorische kwaliteit van het ontwerp: een op cybernetische wetmatigheden gebaseerde besluitvormingsstructuur, die alle leden van de 'kringen', waaruit een organisatie is opgebouwd, de mogelijkheid biedt om op voet van onderlinge gelijkwaardigheid mee te beslissen over beleidszaken. Nee, de commentaren golden de toepasbaarheid van het concept.

Ook in latere reacties op sociocratie gold de kritiek niet zozeer de structuur en de op zichzelf eenvoudige regels, die Endenburg had bedacht, als wel diens onversaagd beleden overtuiging dat het democratisch maatschappijmodel niet voldoet aan de eisen die burgers aan de organisatie van hun samenleving (mogen) stellen. Die overtuiging impliceert immers dat onze kostbare, met zoveel idealisme en moed verworven en verdedigde parlementaire democratie niet deugt.

Argwaan

Het is ongetwijfeld vooral te wijten aan die in eerste instantie emotionele afkeer van of op zijn minst argwaan tegen een niet-democratisch, misschien wel anti-democratisch systeem, dat het sociocratisch experiment zich, op enkele incidentele publikaties .) en radioprogramma's na, buiten de belangstelling van de nieuwsmedia voltrok en voltrekt.

Bovendien: nieuwsmedia plegen zich bij voorkeur bezig te houden met wat gebeurt. Wat gebeuren kan is een gevaarlijk onderwerp, zeker als het, uiteraard onvoorspelbare, politieke consequenties heeft. Sociocratie gaat uiteindelijk om het herverdelen van de de macht, dus houdt een politieke, zij het nadrukkelijk geen partijpolitieke, stellingname in.

Laat over de kern van de zaak geen misverstand bestaan. Met zijn 'fundamentele reorganisatie van de besluitvorming' tast Endenburg de basisstructuur van ons maatschappelijk stelsel aan. En dat nog wel op grond van een in veler ogen blasfemische analogie tussen cybernetica en menselijk gedrag. Geen wonder dus dat niet alleen 'de' politiek, maar evenzeer 'de' wetenschap en 'de' overheid liever niet en zo ja dan met opgestoken stekels op het sociocratieverhaal reageren. En welbeschouwd ligt het voor de hand dat die irritatie vooral de schijnbaar gemakkelijke manier geldt, waarop de Rotterdamse technicus de roestvrije logica van machinale stuurprocessen toepast op de besluitvorming in een kring van zo egocentrische en onbetrouwbare wezens als mensen.

Bedrijfsleven

Vergeleken bij het politieke, ambtelijke en wetenschappelijke establishment blijkt niet alleen het bezige wereldje van alternatieve mens- en kosmosbeschouwers, maar ook het bedrijfsleven aanzienlijk minder moeite te hebben met Endenburgs ideeen. Daarbij zal wel een rol spelen dat het sturen van organisaties, het management, zo langzamerhand de populariteit van een topsport heeft bereikt. Elk idee, elk voorstel om de prestaties te verbeteren is vanzelfsprekend welkom. Wie als ondernemer en in zijn kielzog een reeks van adviseurs en begeleiders serieus wil worden genomen, dient van training naar seminar, van cursus naar symposium te hollen. Al was het alleen maar om te voorkomen dat de concurrent een lucratief ideetje meer oppikt.

Trouwens, afgezien van de verderstrekkende aspecten (en pretenties) is de sociocratische kringorganisatie ook een 'lucratief ideetje': hef het machtsverschil bij het nemen van beleidsbepalende beslissingen op en voorkom daarmee het energieverlies en de frustratie, die de strijd om macht nu eenmaal kost. Zonder dat gevecht is het trouwens aanzienlijk prettiger en efficienter werken. Bovendien komt het vechten om beslissingsmacht de wendbaarheid van een organisatie niet ten goede. Wie de gewelddadige dynamiek van deze tijd wil overleven zal optimaal wendbaar moeten zijn - niet alleen in technologisch en economisch opzicht maar evenzeer sociaal.

Ook dat laatste is voor de moderne manager gesneden koek maar, zo pleegt ook hij zich af te vragen: kan die verandering dan niet democratisch tot stand worden gebracht? Moeten daarvoor alle democratische vrijheden en idealen overboord worden gezet? Integendeel, luidt Endenburgs antwoord daarop: de kringstructuur geeft die vrijheden en idealen zelfs meer kans dan een structuur dat kan, waarin de verdeelsleutel van de beslissingsmacht vastligt in de rechtlijnige, statische verhouding tussen baas en knecht. Zo bekeken is sociocratie democratischer dan democratie.

Zijn aanvankelijk door velen als te simpel afgewimpelde alternatieve model is zich inmiddels aan het ontwikkelen 'van intuitie tot instrument', van 'redelijk ideaal' tot 'produktiemethode voor dynamisch organiseren', in Endenburgs woorden.

Verbreiding

Met die methode voedt het in 1978 opgerichte Sociocratisch centrum een zich langzaam maar zeker uitbreidend scholingsnetwerk en begeleidt het de stapsgewijze toevoeging van de kringorganisatiestructuur aan de bestaande werkstructuur van een groeiend aantal bedrijven en instellingen in binnen- en buitenland. Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid geeft organisaties, die met sociocratie in zee gaan, tijdelijke vrijstelling van de Wet op de Ondernemingsraden. Ook in de VS en Canada, waar dependances van het centrum zijn opgericht, zijn verscheidene ondernemers met 'sociocratic engineering' aan de slag gegaan.

Niet los te denken van de verbreiding is de inhoudelijke ontwikkeling van sociocratie, de uitwerking en verfijning van de procedures. Even noodzakelijk blijkt een wetenschappelijke plaatsbepaling en onderbouwing van het model. Een promotie van Endenburg op sociocratie als 'sociaal concept' staat al geruime tijd op stapel. Al zeer geruime tijd. Want niet alleen politici en ambtenaren maar ook geleerden aarzelen bij het inslaan van een pad, dat noch terugvoert naar het Hof van Eden, noch leidt naar een toekomstig paradijs, maar dat misschien uitzicht biedt op 'een redelijker ordening van de mensengemeenschap' dan de starre en verstarrende orde die van oudsher heerst tussen baas en knecht.

) In deze krant onder meer bij het verschijnen van het WRR-rapport Beleidsgerichte toekomstverkenning deel I, in 1981, waarin het begrip niet het model sociocratie werd afgezet tegen het begrip technocratie, en bij het verschijnen van de boeken Sociocratie, een redelijk ideaal (Klaas Woudt, 1975), Sociocratie, het organiseren van de besluitvorming (Samsom, 1981; een tweede druk verschijnt dit jaar) en van het Sociocratisch manifest (Sociocratisch centrum, 1984).