'Schuldenlast Zuid-Amerika kan in 1995 zijn bedwongen'

ROTTERDAM, 30 okt. Latijns Amerika gaat in de jaren negentig een tijd van hernieuwde economische groei tegemoet als de regeringen doorgaan met de hervormingen en hun natuurlijke rijkdommen beter benutten. Over vijf jaar is de schuldenlast dan zozeer verminderd dat het continent niet langer netto kapitaal zal exporteren.

Dit schrijft de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) in haar jaarrapport over de Latijns-Amerikaanse economieen. Het rapport kenmerkt zich door een optimistische toon. De IDB is niet langer van mening dat de jaren tachtig voor Latijns Amerika een 'verloren decennium' zijn geweest.

In de jaren tachtig daalde de economische groei in Latijns Amerika weliswaar sterk, tot gemiddeld 1,1 procent per jaar, terwijl dat in de jaren zeventig nog 5,9 procent was. En in 19 van de 25 onderzochte landen daalde het inkomen per hoofd van de bevolking. Maar volgens het rapport heeft een 'stille revolutie' plaatsgehad, die het komende decennium haar vruchten kan afwerpen: gaandeweg is een consensus ontstaan dat de landen zich meer moeten richten op export. Daarmee ging een herwaardering van de vrije markt gepaard, die de concurrentiekracht van Latijns Amerika vergrootte.

Dank zij de mentaliteitsverandering zijn de plannen voor economische samenwerking in Latijns Amerika veel realistischer geworden. Ook heeft het oude streven naar diversificatie van de export een nieuwe impuls gekregen. Diversificatie is niet langer gebaseerd op industriele produktie die wordt beschermd tegen concurrerende invoer, maar op het verbouwen van niet-traditionele landbouwprodukten. Zo exporteert Chili tegenwoordig perziken en peren, Guatemala voert brocoli uit en Mexico verscheept tomaten en meloenen.

Toch blijkt de groei van de export tegen te vallen. Het grote overschot op de betalingsbalans nodig om de schulden te kunnen betalen kalfde geleidelijk af van 38 miljard dollar in 1984 tot 27 miljard dollar in 1989.

De laatste jaren kampten de Latijns-Amerikaanse economieen met stagflatie: stagnerende produktie en hoge inflatie. De meeste landen slaagden er niet in de binnenlandse besparingen op te voeren. Zij gingen of in eigen land lenen tegen hoge rentes die investeringen in de weg stonden of lieten de geldpersen draaien waardoor de inflatie werd aangewakkerd.

De economische hervormingen moeten worden voortgezet, aldus het rapport, maar regeringen moeten voorkomen dat arme bevolkingsgroepen onnodig zware lasten dragen. Dat is in het verleden wel het geval geweest. De Bank kan niet goed verklaren waarom desondanks de levensverwachting en de alfabetiseringsgraad in de jaren tachtig zijn gestegen en suggereert dat de terugslag mogelijk pas de komende jaren is te zien.

De Ontwikkelingsbank wijdt een uitvoerige passage aan de rol van vrouwen in economische ontwikkeling. De veertig miljoen werkende vrouwen in Latijns Amerika krijgen nog steeds de mindere banen die weinig zekerheid bieden, worden slechter betaald, hebben geen toegang tot krediet en hebben minder mogelijkheden voor het volgen van scholing. Regeringen zouden het potentieel van vrouwen veel beter kunnen benutten. Het rapport raadt de landen aan hun economische plannen uit te breiden met 'een op vrouwen gerichte dimensie'.

De Latijns-Amerikaanse landen besteedden vorig jaar gemiddeld 45,9 procent van hun exportinkomsten aan rentebetalingen over en aflossingen van hun buitenlandse schuld. Volgens het rapport is dat een verbetering. De rijke landen zouden meer kunnen doen voor schuldvermindering door particuliere banken betere (belasting)voorwaarden te bieden voor het afschrijven van schulden.

Het grootste deel van het (jaarlijkse) rapport is gewijd aan afzonderlijke landen. Het vooruitzicht voor Suriname is 'vrij goed', op voorwaarde dat de regering alleen in veelbelovende sectoren investeert, bijvoorbeeld in de produktie van rijst en pinda's. Twee factoren kunnen roet in het eten gooien. De rampzalige staat van het machinepark zou kunnen leiden tot een snelle toename van de invoer, terwijl een daling van de prijs voor bauxiet Surinames belangrijkste bron van inkomsten in het verschiet ligt.