Richtlijn verplicht EG-lidstaten tot transito-vervoer vanaardgas

LUXEMBURG, 30 okt. De lidstaten van de Europese Gemeenschap krijgen vanaf juli volgend jaar de plicht hoeveelheden aardgas die van het ene naar het andere land worden verkocht door hun leidingnetten te transporteren.

Hiertoe heeft de Europese Raad van ministers voor energiezaken gisteren in Luxemburg besloten. In een volgende ministerraadsvergadering moet de tekst van de desbetreffende Europese richtlijn nog worden vastgesteld. Het gaat bij de verplichte doorvoer van gas alleen om de hoofdleidingen die onder hoge druk staan. Het recht van een land op internationaal gastransport kan alleen worden afgedwongen wanneer het land dat moet doorvoeren over voldoende transportcapaciteit beschikt, maar een tekort aan capaciteit moet worden aangetoond.

Door de nieuwe verplichting denkt de Europese Commissie de concurrentie tussen de aanbieders van aardgas te versterken, waarvan een prijsmatigend effect kan uitgaan. Het gebruik van aardgas en omschakeling van olie en kolen wordt er door aangemoedigd, waardoor West-Europa minder afhankelijk wordt van olie en het milieu wordt gespaard. De Nederlandse Gasunie kan bijvoorbeeld verplicht worden om aardgas uit Noorwegen dat aan derde landen in de Gemeenschap wordt verkocht, te transporteren, waarmee het monopolie van Gasunie wordt doorbroken. Dat monopolie werd in 1988 al enigszins aangetast door de aankoop van Noors gas door de Samenwerkende Elektriciteits Producenten.

Tevergeefs hebben de Nederlandse minister van economische zaken, Andriessen, en zijn Duitse en Deense collega's zich gisteren tegen de nieuwe richtlijn verzet. Andriessen vindt de verplichting niet nodig omdat verscheidene landen nu al gas voor andere landen doorvoeren. 'Waarom zou je nieuwe regels maken voor iets dat de markt al prima verzorgt', vroeg Andriessen gisteren retorisch. Hij had het antwoord al gekregen van de Europese commissaris voor energiezaken, de Portugees Cardoso e Cunha: meer concurrentie kan geen kwaad.

Aanvankelijk zag het er naar uit dat de nieuwe richtlijn geen gekwalificeerde meerderheid in de ministerraad zou krijgen, omdat Italie ook sterke bedenkingen had. De ministerraad werkt met gewogen stemverhoudingen: de grote landen hebben elk tien stemmen en de kleinere naar rato een lager aantal. De Italiaanse minister ging akkoord nadat hij van Cardoso de verzekering had gekregen dat de Europese Commissie de richtlijn niet ziet als een stapje op de weg naar verdergaande verplichtingen. Nog tijdens de vergadering kwam Cardoso met een schriftelijke verklaring die als toelichting moest dienen. Daarin is vastgelegd dat de Commissie niet het in Engeland en de Verenigde Staten aanvaarde 'common carrier'-principe nastreeft. Volgens dat principe kan elke grote gasverbruiker de leverancier kiezen die hem de voordeligste aanbieding doet, waarbij de beheerders van pijpleidingen verplicht zijn het aangekochte gas bij hem af te leveren.

Minister Andriessen was wel tevreden over dat deel van de verklaring, omdat invoering van het 'common carrier'-principe het Nederlandse beleid om de kleine aardgasvelden te benutten zou doorkruisen door een te grote concurrentie. Winning van gas uit de kleine velden brengt meer kosten met zich mee dan het leegzuigen van de grote bel in Slochteren. Maar de minister kritiseerde Cardoso omdat zijn verklaring te laat was ingediend en de richtlijn was voorzien van 'een vloed van voetnoten' van de lidstaten. Cardoso had daarmee een uiterste poging gedaan om zijn beleidsvoorstel aanvaard te krijgen. Ook bestreed Andriessen passages in de verklaring waarin Cardoso samenhang suggereerde tussen de richtlijn en het plan-Lubbers. 'De Commissie doet betrekkelijk weinig aan het plan-Lubbers, maar vermengt het wel met intern beleid van de Gemeenschap. Daar heeft het weinig mee te maken, het gaat bij het plan-Lubbers om samenwerking met de Sovjet-Unie om de energievoorziening in heel Europa veilig te stellen.'

De ministerraad aanvaardde gisteren ook een richtlijn voor internationaal transport van elektriciteit, waar Nederland wel van harte mee instemde. De Nederlandse regering heeft daar ook meer belang bij omdat ons land elektriciteit uit Frankrijk en Duitsland importeert.

Een voorstel van commissaris Cardoso e Cunha om de EG bij een tekort in de olievoorziening bij wijze van crisismaatregel een derde van de voorraden te laten beheren, kreeg geen instemming. In plaats daarvan werd een verklaring van de Britse minister aanvaard waarin aansluiting is gezocht bij het beleid dat het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in een crisissituatie voert. Volgens deze verklaring zal de Gemeenschap zich direct nadat het IEA constateert dat er sprake is van een ernstig tekort aan olie, bijvoorbeeld door een oorlog in het Midden-Oosten, beraden over een serie maatregelen. Daartoe behoren een verdeling van de beschikbare olie en vermindering van de vraag, onder andere door verlaging van de maximum-snelheden op de autowegen met verscherpte controle en autoloze zondagen.