'Noorden zal economische achterstand niet inlopen'

GRONINGEN, 30 okt. Het noorden zal zijn economische achterstand ten opzichte van de rest van Nederland niet inlopen. Verminderde steun van het rijk en een zwakke en eenzijdige economische structuur maken de toekomst van Friesland, Groningen en Drenthe weinig rooskleurig.

De noordelijke provincies zullen onvoldoende profiteren van een toeneming van de handel met Scandinavie en Oost-Europa.

Dit zijn enkele conclusies uit een onderzoek van prof. dr. J. Oosterhaven, drs. T. M. Stelder en drs. R. J. Stoffelsma, die staan in het deze week verschenen boek 'Groningen, Friesland en Drenthe op eigen kracht naar Europa 2000?'

Volgens dr. J. van Dijk, eindredacteur van het boek en verbonden aan de vakgroep algemene economie van de Rijksuniversiteit in Groningen, hebben de noordelijke provincies een gunstige ligging ten opzichte van Scandinavie en Oost-Europa, maar biedt de economie, die voornamelijk gebaseerd is op de landbouw en de dienstensector, te weinig perspectieven voor economische groei. 'Deze sectoren exporteren te weinig.'

Het regionaal beleid van het rijk zal de komende jaren afnemen, terwijl juist een dergelijk beleid perspectief biedt voor het inlopen van de achterstand van het noorden, aldus Van Dijk. 'Het noorden krijgt per jaar honderd miljoen gulden ISP-geld (Integraal Structuurplan Noorden des Lands). Dat is evenveel als het bedrag dat de gemeente Amsterdam misloopt door een gebrekkige controle op zwartrijders in het openbaar vervoer. Met zo'n bedrag help je het noorden niet', stelt Van Dijk.

Om de positie van het noorden te verbeteren is meer overheidssteun nodig, maar ook meer onderlinge samenwerking van het noordelijk bedrijfsleven, waardoor er meer exportmogelijkheden komen. Een hechtere samenwerking op het bestuurlijke vlak in de Bestuurscommissie Noorden des Lands is eveneens van belang, aldus Van Dijk. 'Een oplossing die duur, maar wel effectief is, is het verplaatsen van een ministerie naar Groningen of Leeuwarden. Het verplaatsen van rijksdiensten is politiek misschien een gepasseerd station, maar het werkt wel.'

Ook ziet Van Dijk veel heil in verminderen van overheidssubsidies voor het vervoer in de Randstad: 'Als het vervoer daar duurder wordt, zullen bedrijven eerder naar het noorden verhuizen. Dan verandert het beeld ook dat het hier koud en kaal is. Bedrijven die hier eenmaal gevestigd zijn, prijzen de ruimte, het gemotiveerde arbeidspotentieel en het feit dat er geen files zijn.'

Van Dijk is van mening dat het psychologisch effect belangrijk is. 'De afstand van Groningen naar Den Haag is maar de helft van de afstand Den Haag naar Groningen.' Hij is van mening dat het voeren van (advertentie)campagnes nuttig is om het imago van het noorden in de Randstad op te vijzelen.

Van Dijk pleit verder voor het financieren van wegen in het noorden uit de pot infrastructurele middelen en niet uit de ISP-pot voor het regionaal beleid. 'Wegen in de Randstad worden ook uit de eerste pot betaald. Wordt er in het noorden een weg aangelegd, dan heet het opeens regionaal beleid. Door dat te veranderen blijft er meer geld over voor andere projecten.'