Kunstwetenschappers voor de arbeidsmarkt

'Nee hoor', zeggen Erik Beurskens en Frederieke Genevace in koor. ' Hier zitten geen gedreven wetenschappers. Die moet je meer bij kunstgeschiedenis en muziekwetenschappen zoeken.' Erik (30) en Frederieke (26) ontvingen vandaag hun doctoraal bul 'Culturele Studies' aan de Universiteit van Amsterdam. Met medestudent Marijke Kunst zijn zij de eersten die dit nieuwe diploma boven hun bed kunnen hangen. Een beetje feest dus in Amsterdam, en vanavond zet een mooi symposium over Kunst en Staat met prof. A. de Swaan en ir. Th. Quene daaraan nog wat extra luister bij.

De verse doctorandi hebben het vlug gedaan. Het hielp wel dat ze wisten wat ze wilden. Erik: ' In 1986 ben ik muziekwetenschappen gaan studeren. Ik had toen al conservatorium gedaan, piano. Maar ik ben geen Pogorelich of Pollini, dus de concertzaal zou het niet zijn geworden, en de wetenschap lokte me ook niet zo.'

Wat wel trok was 'iets in het organisatorische vlak' en daarom stapte hij na zijn propedeuse muziekwetenschappen meteen over naar de toen net opgerichte afstudeerrichting Culturele Studies. Hij koos voor de variant 'beleid/management'. Behalve deze zijn er nog twee varianten: museologie en publicistiek. ' Ik had wel van tevoren bedacht dat ik niet langer dan vier jaar over wilde doen, en dat ik dan de praktijk in wilde.' Die vier jaar lukten en de praktijk zal ook wel terechtkomen: Erik is in vergevorderde bespreking met een impressariaat.

Frederieke kwam van kunstgeschiedenis. ' Ik ben geen wetenschapper, maar ik was erg in kunstsponsoring geinteresseerd en ik wilde stukken schrijven over kunst en cultuur.' Na haar propedeuse vertrok zij ook naar Culturele Studies en koos voor de variant 'publicistiek'. Ze deed stages bij een sponsoringbureau en een tijdschrift voor sponsors en schreef een scriptie over hetzelfde onderwerp.

Beantwoordde de studie aan de verwachtingen? Erik: ' Ja hoor. Het zou misschien nog iets praktischer hebben gekund, bijvoorbeeld door meer colleges van mensen die zelf in de kunstwereld werken.' Frederieke: ' Je kunt je studie nu veel meer naar je eigen inzichten en uit de hele Letterenfaculteit samenstellen. Als ik bij kunstgeschiedenis was gebleven had ik misschien ook wel iets aan massacommunicatie en schrijfvaardigheid kunnen doen, maar dat is vaak een heel gedoe. Andere vakgroepen zijn lang niet altijd bereid je op te nemen.'

Nieuw onderwerp

Erik en Frederieke zijn de eerste Amsterdammers, maar ook elders in den lande is kunstbeleid en kunstmanagement het favoriete onderwerp van een nieuwe generatie letterenstudenten. Groningen was er het eerst mee. De Rijksuniversiteit bracht al in 1983 een afstudeerrichting 'Kunst en kunstbeleid' voor studenten met een propedeuse Bedrijfskunde of Letteren. Andere universiteiten volgden. Ze varieren van een keuzevak 'Kunstmanagement' voor studenten kunstgeschiedenis (Leiden) tot een compleet nieuwe studierichting 'Kunst- en Cultuurwetenschappen' (Erasmus Universiteit Rotterdam). Een tussenvorm is de Utrechtse variant, waar studenten in een kunstwetenschap (kunstgeschiedenis, theaterwetenschappen, muziekwetenschappen) afstuderen en een accent bij 'kunstbeleid en kunstmanagement' kunnen leggen.

Dat al die letterenstudies plotseling zo'n aandacht voor de artistieke praktijk kregen is het gevolg van een aantal factoren. Het belangrijkst was het steeds somberder worden van het traditionele beroepsperspectief van de letterenstudent: het leraarschap. De studenten kwamen in zulke grote aantallen op de arbeidsmarkt dat ook de meest drastische schaalverkleining in het onderwijs geen soelaas zou hebben geboden. Het onlangs verschenen SCO-rapport Arbeidsmarkt en curriculum letteren zet de cijfers nog eens op een rijtje. In het begin van de jaren zeventig studeerden elk jaar 700 letterenstudenten af, in 1988 was dat getal gegroeid tot 5800. De gevolgen blijven niet uit. Vorig jaar was het officiele werkloosheidspercentage voor afgestudeerden in de letteren 16,2%, tegen 8,5 voor alle academici. De student echter trekt zich daar niets van aan. Hij, en vooral zij, kiest voor letteren uit belangstelling. ' Belangstelling voor de inhoud van de studie is vrijwel het enige wat telt bij het kiezen van een studierichting' constateert het SCO-rapport. De arbeidsmarkt speelt een ondergeschikte rol.

Veel anders is het in menig alfa- of gammavak natuurlijk nooit geweest, maar toen het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen aan de verenging van de beroepskansen financiele consequenties ging verbinden, gooiden veel letterenfaculteiten het roer om. Waar zouden die letterenstudenten nog meer terecht kunnen? In het bedrijfsleven! Menige faculteit ontdekte in alfa-informatica en tal van communicatie- en publiciteitsvarianten nieuwe arbeidsterreinen. Over het succes van die goede bedoelingen is nog niet veel te zeggen, maar spectaculair is het resultaat tot nog toe niet. Anders dan bijvoorbeeld in Groot-Brittannie is het Nederlandse bedrijfsleven nog niet zo vertrouwd met de gedachte dat een latinist een uitstekende P. R.-manager kan zijn en dat een egyptoloog heel goed de bedrijfsgebouwen kan beheren. Meer perspectief lijkt het welig bloeiende veld van de kunstinstellingen, adviesorganen en overheidsinstellingen op het gebied van de kunst te bieden. Uitbreiding van het letterenpakket met een dosis bestuurskunde, economie en management moet de kunstwetenschapper toch een goede positie op de arbeidsmarkt kunnen geven, was de gedachte die in menige universiteitsstad opkwam. Dr. J. J. van Maanen, coordinator van het studieprogramma Kunst en Kunstbeleid in Groningen: ' We hebben drie jaar geleden een onderzoekje gehouden naar de arbeidsmarkt in de sector waar we op mikken. We kwamen op 3000 arbeidsplaatsen en per jaar komen daar zo'n 150 banen vrij.' Tot nu toe worden die banen door kunsthistorici, juristen, economen en sociologen bezet en het ligt voor de hand te veronderstellen dat de nieuwe kunstwetenschappers daar meer geschikt voor zijn.

Liever een econoom

Toch is niet iedereen daarvan overtuigd. Cas Smithuijsen, directeur van de in Amsterdam gevestigde Boekmanstichting, studie- en voorlichtingscentrum voor kunst, cultuur en beleid en lid van een commissie die de ontwikkeling van Culturele Studies begeleidt: ' Ik heb nu een econoom nodig en ik heb eigenlijk het meest aan een keiharde bedrijfseconoom met interesse voor kunst. Het gevaar van al die culturele studies is die verbreding, dat leidt maar al te gauw tot oppervlakkigheid. Ik heb het idee dat je meer hebt aan een echte econoom, een jurist of een socioloog, die ook nog belangstelling voor kunst heeft.'

Een klein comite van de voormannen van Culturele Studies is van deze reserves niet zo onder de indruk. De historicus Pim den Boer, pas tot hoogleraar benoemd en verbonden aan Culturele Studies: ' Het gevaar van 'te breed gaan' zit erin. Maar de studenten hebben een stevige ondergrond door hun propedeuse kunstgeschiedenis, Frans, Nederlands, enzovoorts en dat moet de basis blijven.' Prof. De Meijer, hoogleraar Italiaans en een van de initiatiefnemers van Culturele Studies: ' Vergeet niet dat veel van die zogenaamde monodisciplinaire studies in feite ook brede multidisciplinaire richtingen zijn. Toen ik in 1951 geschiedenis ging studeren kreeg ik tot mijn kandidaats oorkondeleer, oude geschiedenis, middeleeuwse geschiedenis vaderlandse geschiedenis, nieuwste geschiedenis, economische en social geschiedenis. Allemaal verschillende disciplines!' Drs. Tom Bohm, coordinator van de studierichting: ' Of neem Nederlands: taalbeheersing, taalkunde, letterkunde, ook nog onderverdeeld in historische perioden, dat loopt ook nogal uiteen.'

Prof. Evert van Uitert ziet elk jaar 25 van zijn studenten overstappen naar Culturele Studies, maar het doet hem geen pijn. ' In het begin was onze reactie: oh god, daar gaan onze banen en onze studenten, maar dat is snel overgegaan. In feite zijn het dezelfde studenten en docenten die de programma's volgen en geven. Er moet alleen meer heen en weer worden gefietst tussen de Johannes Vermeerstraat en de Spuistraat.

' Ik vind het eigenlijk wel een interessante ontwikkeling, het is een nieuwe beroepsvariant voor kunsthistorici die hier tot ontwikkeling komt. Er zijn mensen die zeggen universiteit is universiteit, maar veel mensen komen helemaal niet in de wetenschap terecht. Ik vind het heel goed dat er ook op andere manieren tegen de kunst wordt aangekeken. En de stemming in de vakgroepen is redelijk ontspannen en opgewekt. Als ik mezelf zo beluister ben ik eigenlijk heel enthousiast.'

Het Symposium 'Kunst en Staat', georganiseerd door de Boekmanstichting en de studierichting Culturele Studies, begint vanavond om 20.00 u. Aula van de Universiteit, Singel 411. Kaarten zijn aan de zaal verkrijgbaar.

    • Warna Oosterbaan