Kamer wil haast bij medisch-ethische wet

DEN HAAG, 30 okt. De Tweede Kamer wil dat staatssecretaris Simons (volksgezondheid) haast maakt met wetgeving op medisch-ethisch gebied. De Kamer drong daar gisteren op aan tijdens een commissievergadering over de nota Werken aan Zorgvernieuwing, waarin de bewindslieden van WVC in hoofdlijnen hun beleid voor de komende jaren op het gebied van de gezondheidszorg uiteenzetten.

Verscheidene fracties uitten hun zorg over het tempo van de wetgeving op medisch-ethisch gebied. Als voorbeeld werd onder meer de wettelijke regeling voor orgaandonatie genoemd. In het regeerakkoord beloofde het kabinet dat een wetsvoorstel binnen drie maanden zou worden ingediend. Pas na zes maanden, begin dit jaar, werd het voorontwerp van het voorstel voor advies naar de Nationale Raad voor de Volksgezondheid (NRV) gestuurd.

Staatssecretaris Simons zegde toe dat hij NRV-voorzitter Hendriks binnenkort zal herinneren aan de adviesaanvraag. Hij gaat ervan uit dat het wetsvoorstel in september 1991 aan de Kamer kan worden voorgelegd. Nog dit jaar kan een voorstel voor een wet op experimenten met embryo's worden ingediend.

Volgens mr. E. B. van Veen, hoofd van de afdeling wetgeving en juridische zaken bij de Nationale Raad voor de Volksgezondheid, is het advies over de wetgeving voor orgaandonatie in december gereed. Hij wijst erop dat er al sinds 1968 wordt gesproken over een wettelijke regeling. De discussie kwam vorig jaar in een stroomversnelling toen sprake was van vermeende commerciele handel in nieren. Van Veen: 'Toen moest er op stel en sprong wetgeving komen. In mei kregen we het definitieve voorontwerp. Dat had nog open einden, bijvoorbeeld wat donatie door kinderen betreft. Er is tijd nodig om tot een advies te komen, maar het is nog altijd een-veertigste van de tijd die het departement aan het voorontwerp heeft besteed.'