'Justitie wist van undercover- operatie'

ROTTERDAM, 30 okt. Justitie was op 10 oktober vorig jaar op de hoogte van een 'undercover'-operatie die vorig jaar leidde tot de arrestatie in Vancouver van twee Nederlandse handelaren in softdrugs. Dat zegt de drugs-verbindingsofficier van de Canadese ambassade in Den Haag, de Canadees D. Doornbos. De Nederlanders waren naar Canada gelokt waar ze hasj te koop aangeboden kregen. Pseudo-verkoop staat volgens de Nederlandse wet gelijk aan uitlokking.

Minister Hirsch Ballin van justitie heeft daarentegen op 20 juni van dit jaar de Tweede Kamer geantwoord dat de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) en het Openbaar Ministerie niet op de hoogte waren van deze operatie. De drugs-verbindingsofficier van de Canadese ambassade in Den Haag verscheen gisteren in Vancouver als getuige bij de rechtzitting tegen de twee Nederlandse en vijf Canadese verdachten. Doornbos verklaarde dat hij de operatie in een vroeg stadium heeft gemeld in een wekelijks overleg van 'de Nederlandse politie' met de in Nederland functionerende buitenlandse politie-attaches. Volgens woordvoerder J. de Waard van de CRI is tijdens dat overleg het contact tussen de Canadese ambassade en de Regionale Criminele Inlichtingen Dienst (RCID) in Breda, waarmee de operatie is begonnen, slechts terloops aan de orde gesteld.

Uit rapporten van Doornbos aan het hoofdkwartier van de Royal Canadian Mounted Police in Ottawa blijkt dat de CRI en het ministerie van justitie op 10 oktober vorig jaar in ieder geval op de hoogte waren van de operatie. Op die dag sprak Doornbos erover bij de CRI met de rechercheurs P. Riemans en B. van der Jacht van de Bredase RCID en met B. Voerman van de Verdovende Middelen Centrale van de CRI. Op 16 oktober stelde P. Stoffelen (PvdA) Kamervragen.

Zowel de CRI als het ministerie van justitie zeggen desgevraagd pas op de hoogte te zijn gesteld nadat de operatie was uitgevoerd.

Pag.3: Infiltrant ontving 75.000 gulden