JEVGENI PRIMAKOV; Mede-architect van perestrojka

MOSKOU, 30 okt. Hij is dank zij zijn 'pendeldiplomatie' tussen het Midden-Oosten en West-Europa de laatste maand bijna dagelijks op de televisie. Maar toch kunnen de verrichtingen van president Gorbatsjovs reizende afgezant Jevgeni Primakov, gisteren 61 jaar geworden, in de Sovjet-Unie nauwelijks opwinding veroorzaken. Desondanks is Primakov al jarenlang een van de voornaamste architecten van de perestrojka in de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie, zeker als het om het Midden-Oosten gaat. Ten tijde van partijleider Brezjnev waren zijn mogelijkheden beperkt tot voorzichtig nuanceren, sinds Gorbatsjov aan de macht is heeft hij alle kans.

De Sovjet-politiek in het Midden-Oosten is eigenlijk altijd bepaald geweest door haar zwakte. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die aanleiding was voor Moskou om de banden met Israel te verbreken, was Moskou meer en meer op de Arabische wereld gaan koersen. Toen president Sadat van Egypte in 1972 de Sovjets uit zijn land zette, werden de marges echter nog smaller en moest Moskou meer en meer gaan koersen op landen als Irak en vooral Syrie.

Maar binnen de regeringselite heeft over die keuze ideologisch gezien nooit consensus bestaan. Voor de haviken was het een politiek gericht tegen het 'zionistische imperialisme' kortom, een principiele keuze. De meer geo-politiek geinteresseerden in de partij en het staatsapparaat zagen het liever als een min of meer gedwongen stap die aanvankelijk was ingegeven door het fiasco in Egypte. Na de val in 1979 van de sjah in Iran, werd dit beleid ook nog eens beinvloed door angst voor overslaan van de islamitische revolutie naar de zuidelijke Sovjet-republieken.

Primakov is al die jaren een van de belangrijkste representanten van deze laatste vleugel geweest en gebleven. Primakov, een Rus uit Kiev (Oekraine) die is opgegroeid in de Georgische hoofdstad Tbilisi en heeft gestudeerd aan de prestigieuze Lomonosov-universiteit in Moskou, was tussen 1956 en 1970 correspondent van de Pravda geweest in het Midden-Oosten. In de jaren zeventig en tachtig was hij directeur van het Instituut voor Orientaalse Studies. In die functie legde hij er steeds de nadruk op dat de Verenigde Staten in het Midden-Oosten geen globale belangen najoegen, maar er slechts op uit waren hun olievoorziening veilig te stellen. Hetgeen in die tijd een gematigde visie was. Consequentie van deze redenering was dat hij altijd maar een geringe belangstelling voor de Palestijnse bevrijdingsbeweging PLO aan de dag wilde leggen. Met uitzondering van de korte periode 1983-84 (Libanon, Sjabra en Chatila) pleitte hij binnenshuis en in officiele publikaties steeds voor een vorm van 'Sovjet-Amerikaanse crisispreventie' in het Midden Oosten.

De komst van Gorbatsjov in 1985 als Sovjet-leider veranderde ook Primakovs leven. In dat jaar werd hij directeur van het belangrijke Instituut voor Wereldeconomie en Internationale Betrekkingen en toegevoegd lid van het Centraal Comite van de partij. Na de verkiezing van de partijleider tot staatshoofd werd hij dit voorjaar ook nog eens opgenomen als internationaal adviseur in de Presidentiele Raad.

Op zijn rondreis poogt Primakov nu te realiseren waarvoor hij altijd heeft gepleit, in een tijd bovendien waarin buiten, maar vooral ook binnen de Sovjet-Unie bijna niemand nog gelooft dat hij een supermacht vertegenwoordigt.