Japan opnieuw in de greep van wijdvertaktaandelenschandaal

TOKIO, 30 okt. Opnieuw is Japan in de greep van een wijdvertakt financieel schandaal. De slachtoffers vallen echter niet in de politiek, zoals twee jaar geleden, toen het beruchte Recruit-schandaal leidde tot de val van eerste minister Takeshita. Dit keer worden de onoirbare praktijken in het Japanse bankwezen aan het licht gebracht.

Het middelpunt van het zich nu ontvouwende schandaal is Mitsuhiro Kotani, hoofd van de onroerend-goedfirma Koshin. Kotani heeft een reputatie als speculant en overname-specialist.

Kotani wordt ervan beschuldigd de prijs van aandelen in Fujita Tourist, een hotel- en restaurantketen, te hebben opgedreven en 'insider-tips' te hebben verstrekt. Kotani ontkent dat zijn machinaties met de Fujita-aandelen bedoeld waren om 'moedwillig een verdraaid beeld te wekken van handel in bepaalde aandelen op de markt'.

Vooralsnog zijn het alleen Japans eerbiedwaardige bankinstellingen die in opspraak zijn geraakt. De recentste ontwikkeling in de zaak-Kotani is de arrestatie vorige week van vier werknemers van de Mitsui Trust en Banking. Zij worden ervan beschuldigd te hebben verzuimd 1,8 miljard yen (23 miljoen gulden) aan inkomsten uit aandelentransacties met Kotani op te geven aan de belastingen.

De vier hadden leningen gearrangeerd voor Kotani, die in ruil daarvoor de vier 'insider'-tips verstrekte. Een functionaris van de Mitsui Bank verklaarde dat het om persoonlijke activiteiten van de vier ging, en dat de bank er niets mee te maken had.

Daarmee liep de jongste onthulling niet zo dramatisch af als de eerdere arrestatie van een medewerker van de Sumitomo Bank, de op twee na grootste bank van Japan (en van de wereld). Het hoofd van het filiaal van de bank in Yokohama, Akinori Yamashita, had Kotani geholpen bij het financieren van zijn speculatieve transacties door buiten de bank om leningen te arrangeren voor een totale waarde van 23 miljard yen (290 miljoen gulden). Yamashita streek hier smeergeld voor op.

Zijn arrestatie was voor de topman van de Sumitomo Bank, Ichiro Isoda, reden om af te treden om de verantwoordelijkheid voor de onrechtmatigheid op zich te nemen en de reputatie van de bank te redden.

Later bleek dat ook Yamashita's opvolger in Yokohama soortgelijke leningen heeft verstrekt, naar zijn zeggen op verzoek van de klanten die door Yamashita zo goed waren bediend. Zij kregen twintig procent rente voor een lening van een half jaar. Kotani gebruikte het geld voor speculaties met onroerend goed en aandelen.

Ook is inmiddels bekend geworden dat de Sanwa Bank, net als Sumitomo een van Japans grootste banken, leningen heeft verstrekt aan Kotani. Illegale aspecten zijn hier niet aan ontdekt, maar niettemin was het bericht schokkend omdat het aantoonde dat gerenommeerde financiele instellingen er blijkbaar geen been in zien om geld te lenen voor speculatieve doeleinden.

Inmiddels heeft de beurs van Tokio vier effectenhuizen beboet wegens samenwerking met Kotani bij het opdrijven van de aandelenkoersen van Fujita. Ook hier vielen weer grote namen, onder andere Daiwa, het op een na grootste effectenhuis in Japan, en Scrimgour Vickers, een effectendochter van het Amerikaanse Citicorp.

De Tokiose beurs heeft echter geen bevoegdheid een onderzoek in te stellen naar manipulaties door individuele beleggers, terwijl het wel degelijk in hun vermogen ligt om de beurs te beinvloeden.

Omdat het grootste deel van de aandelen van een willekeurig Japans bedrijf in handen is van 'stabiele aandeelhouders', zoals 'bevriende' bedrijven en banken en handelspartners (het 'keiretsu'-systeem), is het aantal verhandelbare aandelen relatief klein (gemiddeld 22 procent van de uitstaande aandelen) en navenant makkelijk te manipuleren.