Het idealisme is failliet

Met een wonderlijk gevoel voor timing heeft, zo las ik in Trouw van zaterdag, de bekende Duitse theologe Dorothee Solle, die ook of vooral? in Nederland haar bewonderaars heeft, aangekondigd in de verkiezingsstrijd voor de Bondsdag actief de PDS de opvolgster van de Oostduitse communistische SED te zullen ondersteunen.

Die steun zal de partij goed kunnen gebruiken, nu zij betrapt is geworden op een poging tot ordinaire, maar grootscheepse fraude. Als zij nog enig krediet had, dan was dat te danken aan haar voorzitter, de advocaat Gregor Gysi, die de meeste Duitse politici in flair en humor overtrof, dus niets had van zijn betonnen voorgangers. Maar dat krediet is zij nu ook kwijt.

Immers, Gysi heeft niet de moed gehad de consequenties uit zijn politieke verantwoordelijkheid te trekken door af te treden. Net zoals bij Marcus Bakker de meedogenloze vervolger van andersdenkenden zo nu en dan te voorschijn kwam vanachter de volbloed parlementarier, zo trad hier de ware communist naar voren, die zich meer als werktuig van de partij beschouwt dan als iemand die ook eigen eer en verantwoordelijkheid heeft.

Op een perverse manier zou zo iemand ook moed toegeschreven kunnen worden: de moed van de zelfwegcijfering ter wille van de partij. Maar dat is dan dezelfde moed die ten slotte leidde tot de absurde zelfbeschuldigingen waarmee oude communisten in de stalinistische zuiveringsprocessen zichzelf, ter wille van de partij, veroordeelden tot het executiepeloton. De opoffering voor een door en door corrupte zaak kan niet moedig, op z'n hoogst tragisch, genoemd worden.

'De houding van de SED in het algemeen kan', zo schrijft Henri Beunders in een van zijn artikelen uit de DDR die nu gebundeld zijn in het boek De drang naar Duitsland of het einde van een zwaar bewaakte illusie (Uitg. Jan Mets, Amsterdam), 'niet anders dan laf genoemd worden. Waar president Charles de Gaulle na een verloren referendum zijn bureau leegruimde en vertrok, trachtte de SED zich op alle mogelijke manieren aan de macht vast te klampen'.

'Men smeet de oude leiders eruit, men beschuldigde hen van het ridicule 'hoogverraad', men opende de Muur, men herdoopte zich in PDS en deed daarna alsof men nooit iets met de SED te maken had gehad. Bij de begrafenis van oud-parlementsvoorzitter Horst Sindermann in april was geen enkele PDS-vertegenwoordiger aanwezig. Sindermann? Nooit van gehoord.' (Maar ja, twintig jaar geleden was niemand van de kopstukken van de toenmalige KVP aanwezig op de begrafenis van de public relations-man Ben Kosten, die kort tevoren nog bij hen op schoot had gezeten. Hij had, in een ogenblik van onberadenheid, uit de school geklapt en was daarmee non-person geworden. Alleen de liberale senator Van Riel trok zich daar niets van aan en was er.)

Bij zo'n laffe partij sluit Dorothee Solle zich nu aan. Nu, geluk ermee! De reden waarom zij het doet, is overigens ook curieus: 'Volgens Solle zet het socialisme zich het best in voor een oplossing van milieuproblemen en bevordering van het feminisme.' En dat zegt zij van een partij die heel Oost-Europa, de Sovjet-Unie incluis, oneindig meer vervuild heeft dan het kapitalisme, waar dan ook, gedaan heeft! Zoiets kan toch niet serieus genomen worden (behalve in de Nederlandse kerken, waar ze alles wat zich als links aandient voor zoete koek slikken)?

Solle gaat de PDS dus actief steunen omdat 'het socialisme zich het best inzet enz.'. Zij gaat er dus van uit dat de PDS, die bestaat uit oud-SED'ers die treuren om de ondergang van de DDR, het socialisme willen. Is dat zo? De Groningse historicus Ger Harmsen, kenner van het socialisme, zegt zo las ik onlangs dat de maatschappijen in Oost-Europa, die nu ineengestort zijn, helemaal niet socialistisch waren.

Dat is me ook te gemakkelijk als verklaring. Wat is dan wel socialistisch? Als in Oost-Europa niet althans een poging is ondernomen het socialisme te vestigen, dan moet ons verteld worden waar dan wel een socialistisch model te vinden is dat op z'n minst half geslaagd is. Zo gemakkelijk als Harmsen doet kan men zich niet van de bewijslast bevrijden.

Intussen zijn er meer in de kerken, naar het schijnt, dan bij de PvdA nog altijd mensen die heimwee hebben naar de zich socialistisch noemende samenlevingen, vooral de DDR. Daar 'gloorde toch iets van dat het ook werkelijk anders kon' dan onder het kapitaal, zo schrijft iemand die werkzaam is in het 'kerkelijk toerustingswerk' (wat dat is, mag de hemel weten) in Voorlopig, een blaadje dat iedere maand bij het weekblad Hervormd Nederland wordt gevoegd.

Vroeger vond hij het 'steeds weer heerlijk om in de DDR te komen'. 'Met een gevoel van opluchting' verliet hij telkens West-Berlijn, 'veilig achter het IJzeren Gordijn even onbereikbaar voor de exorbitante etalage van het rijke westen'. In de DDR was tenminste 'goedkoop openbaar vervoer, gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, goedkope woningen voor iedereen, voor iedereen een gegarandeerde plek in het economisch bestel'.

Dat dit alles er juist de oorzaak van is dat de DDR, met haar verouderde industrie en haar vervallen steden en dorpen, totaal failliet was, begrijpt hij kennelijk niet. Een toerustingswerker die elk ogenblik kan terugvallen op de vleespotten van het versmade rijke westen, hoeft zich daar geen zorgen over te maken en kan zelfs, vanuit die vrijplaats, zonder enige nadere verklaring beweren dat, met het verdwijnen van de DDR, 'de wereld totalitairder is geworden' !

Dit alles zou geen vermelding, laat staan commentaar, waard zijn, ware het niet dat alles wat zich met het predikaat 'kerkelijk' tooit in dit geval is het een 'kerkelijk toerustingswerker' altijd kan rekenen op een zekere welwillendheid. Zij hoeven althans nooit hun goede wil van tevoren te bewijzen. Dat geeft ze een voorsprong in het Nederlandse discours, waarin de goede bedoeling zwaarder weegt dan het argument.

Nee, dan heb ik meer waardering voor de theoloog prof. G. H. ter Schegget, die in Hervormd Nederland van 1 september door de ineenstorting van het socialisme in Oost-Europa tot de bittere conclusie is gekomen:

'Het idealisme is werkelijk failliet en is gebleken per se gewelddadig te zijn. (...) Het politiek willen realiseren van de utopie, het politieke messianisme, stelt zich, hoe edel ook, een onmogelijke opgave. Zelfs al zou het doel worden bereikt (wat zonder dwang en geweld niet lukt en met dwang en geweld nog minder), dan nog zou het bereikte de ellende van het verleden en zelfs de offers voor het ideaal niet goedmaken.'