'Het enige dat wij altijd horen is dat het niet goed gaat metonze kinderen en dat ze achterblijven'

'Veel jonge kinderen die hier op school zitten hebben meer meegemaakt dan ik. Maar als ik daarvan droevig word kan ik er wel mee ophouden. Dan doe ik 's nachts geen oog meer dicht.'

Wies Molenaar (37) is onderwijzeres aan de J. A. Kambergschool in de Arnhemse wijk Klarendal. Een schoolgebouw uit het begin van de eeuw dat hoog uittorent boven de lage huisjes in de buurt. Aan de achterkant, waar de straten naar beneden lopen, ligt op een verhoging de speelplaats, overschaduwd door oude bomen en omheind door een gietijzeren hekwerk. Even terug in de wereld van Dik Trom.

Klarendal is volgens het ambtelijk jargon een 'achterstandsgebied'. Vorig jaar was de wijk in het nieuws toen de bewoners in opstand kwamen tegen de overlast van drugsgebruikers en criminaliteit. De werkloosheid is er hoog en een groot percentage van de buurtbewoners is van buitenlandse afkomst.

De kinderen op de Kambergschool hebben namen als Yasenin, Imad, Bianca, Serdal, Remco. Mohammed, en Manuel. Wanneer de muziekleraar het lied 'Hansje, pansje, kevertje' inzet, zingen ze wat onwennig mee.

' De helft is niet aanspreekbaar', zegt juf Wies later als de kinderen naar huis zijn. Ze loopt nog even door de klas om de kleurpotloden op te ruimen en de stoeltjes recht te zetten. ' Je moet je voortdurend realiseren dat ze niet begrijpen wat je zegt. Maar toch moet ik ze op de een of andere manier zien te bereiken en dat kost veel energie.'

Wies Molenaar is duizendpoot. Ze staat afwisselend voor vijf van de zeven groepen die de school telt, de kleuters incluis, en geeft daarnaast nog anderhalve dag per week individueel onderwijs aan leerlingen met taalproblemen. ' De pedagogische begeleiding komt hier op de eerste plaats. Ze moeten zich thuis voelen op school en vertrouwd raken met vaste regels en een vaste structuur. Je begint met dingen die andere kinderen meestal van huis uit hebben meegekregen: op een stoel zitten, geen spullen van elkaar afpakken, de boel opruimen, niets kapotmaken. Sommige leerlingen willen alleen maar doen waar ze zelf zin in hebben of zijn maar moeilijk aan te zetten tot iets nieuws. Ik moet ze voortdurend stimuleren. Het belangrijkste is echter dat ze leren luisteren en leren praten. Ruzies worden hier altijd uitgepraat. In het onderwijs gaat men uit van een gemiddelde norm, maar als veel kinderen ook de Nederlandse een achterstand hebben gaat die norm gewoon niet op. Je kunt niet verwachten dat een leerling van deze school na acht jaar hetzelfde niveau bereikt heeft als het kind van een dokter uit de dure buurt. Ook al proberen we de leerlingen zoveel mogelijk mee te geven, de achterstand kunnen we onmogelijk wegwerken. Dat is een achterhaald idee uit de jaren zeventig.'

Wies Molenaar werkt al ruim twaalf jaar op achterstandsscholen. Tropenjaren, maar een bewuste keuze. ' Het zijn hartstikke mooie kinderen', zegt ze, ' elk kind heeft iets leuks. Je moet de positieve dingen zien, anders houd je het hier niet vol. De een kan goed tekenen, de andere is een uitstekende voetballer, een derde kan op een hele pientere manier zijn zin doordrijven. En er zitten ook onder de buitenlandse leerlingen hele taalvaardige kinderen.' Ze zijn zeker niet dommer, maar ze kunnen vaak andere dingen dan in het onderwijs van ze verlangd wordt. Zoals bij voorbeeld de jongen die zowel Arabisch, als Turks als Nederlands spreekt.

Voor de leerlingen die het Nederlands niet machtig zijn, en voor de Nederlandse kinderen die niet zo goed praten of weinig zeggen, is er op de Kambergschool een apart taalprogramma. Het idee is: goed begrijpen leidt tot beter spreken. Wies Molenaar laat de tekening zien van Hassan die onder de douche staat. ' Ik heb dan behalve deze tekening ook een handdoek en zeep bij de hand. Het moet allemaal heel beeldend en concreet zijn want ze verstaan nauwelijks wat ik zeg. Ik zit met een groepje van vier a vijf kinderen en ik wijs op de tekening de zeep aan. Ik neem het stukje zeep in m'n hand en laat de kinderen er aan ruiken en voelen. Dan zeggen ze me na: 'zeep'. Vervolgens wijs ik op de buik van Hassan, en alle kinderen leggen de handen op hun buik en zeggen 'buik'. ' Een taalles die goed aansluit bij de gemeenschappelijke ervaring van kleuters, want elke dinsdagmiddag gaan ze met z'n allen op school onder de douche.

Het is een oefening in zelf wassen en zelf aankleden. En dan zijn ze meteen weer eens lekker schoon', zegt juf Wies. Niet alle kinderen komen even goed verzorgd op school. Laat naar bed gaan en slecht eten zijn twee andere veel voorkomende problemen.

' Je weet dat het niet goed is voor ze om tot 's avonds laat achter de televisie te zitten of vrijwel iedere dag friet te eten, maar als school kun je je daar niet al te veel tegen afzetten. Je kunt niet elke keer tegen ouders zeggen dat ze het anders moeten doen. Ze doen op hun manier vaak erg hun best.'

Hoogdravende idealen heeft Wies Molenaar niet meer. Ze moet haar verwachtingen constant bijstellen, anders loopt ze vast. Er wordt al wat bereikt als de kinderen graag naar school gaan, is haar overtuiging. Dan betekent het onderwijs wat voor ze en dat is van invloed op de rest van hun leven. ' Ik zie dat de kinderen zich ontwikkelen en ondanks de enorme problemen in de wijk zijn ze enthousiast en willen ze graag leren. Ook als ze op hun vijfde al een tweede vader hebben of een van de ouders in de gevangenis zit. Ze zijn blij dat wij structuur en regels bieden en het verschil tussen thuis en school voelen ze feilloos aan. Het werk dat hier verzet wordt is te vergelijken met het speciaal onderwijs, maar erg veel waardering krijgen we er niet voor. Het enige dat wij altijd horen is dat het niet goed gaat met onze kinderen en dat ze achterblijven.'