Het bankbiljet te boek gesteld

Mensen komen iedere dag uit hun bed om er op te jagen. Maar bijna niemand weet zelfs maar de primaire kleur van het wild te noemen. Ed van Gelder wel. Hij schreef voor Buhrmann-Ubbens Papier een fraai geillustreerd boekje over geld dat in de statige burelen van gelddrukkerij Joh. Enschede en Zonen gepresenteerd werd.

Toen Marco Polo na een verblijf van zeventien jaar in China thuis over papiergeld vertelde, haalden de zakenmensen er hun schouders over op. Ze konden zich in de dertiende eeuw niets voorstellen bij geld zonder intrinsieke waarde. En bovendien: Waarom had Polo niet een voorbeeld van dat geld meegebracht? Nu weten we dat de Chinezen al in de zevende eeuw met papiergeld werkten. Aan het einde van de Ming-dynastie in 1661 raakte het door de inflatie weer in onbruik. Inflatie was voor de Zweden juist de reden om het papiergeld te introduceren. Een muntstuk van 53 bij 28 centimeter was de twintig kilo wegende druppel die Johan Palmstruck op het idee bracht van bankpapier. Het Zweedse woord voor 'kleingeld' is van na die datum.

In Nederland zijn vanaf 1814 bankbiljetten van de Nederlandsche Bank in omloop. Tot 1862 werd ieder biljet door zowel de president als de directeur van de Bank met een ganzeveer gesigneerd. Het was toen nog niet nodig het cellofaan van een kersenbonbon te gebruiken als roodfilter om de afbeelding van een konijntje op een briefje van fl.250, - te ontdekken. De druktechnieken waren minder ingewikkeld dan nu en cellofaan bestond bovendien nog niet; het biljet van fl.250, - evenmin.

Afwijkingen zijn er overigens altijd geweest, al dan niet stiekem door de ontwerper aangebracht. Na de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland een geldsanering doorgevoerd. De bankbiljetten werden in Engeland gedrukt. Dat er veel haast bij was, is maar een schraal excuus voor het feit dat de Britten erin zijn geslaagd koning Willem I op het tien-guldenbiljet en koning-stadhouder Willem III op het twintigje een foutief geboortejaar mee te geven. In het geval van Willem III is dat wel erg schrijnend, omdat hij nota bene koning van Engeland is geweest.

In 1954 werd een Canadees bankbiljet uit roulatie genomen omdat het kapsel van Elisabeth II zo gecoiffeerd was, dat ze meer op een duivel leek dan op een koningin. Op de Seychellen-eilanden werden drie palmen rondom het hoofd van dezelfde Elisabeth gedrapeerd op een manier dat de bladeren het woord sex vormden. Dat werd minder erg gevonden. Deze biljetten mochten tenminste in tegenstelling tot de Canadese blijven rouleren.

Dat de toegenomen technische mogelijkheden niet altijd ten goede komen aan de 'gewone gebruiker' blijkt uit de nummering op de nieuwe Nederlandse biljetten. Tot voor kort was het optellen van de cijfers van het biljetnummer een van de mogelijkheden om te controleren of we met een vervalsing hadden te maken. Als dit getal niet door negen deelbaar was, wist je met vals geld in aanraking te zijn. Die controle is voor de gebruiker ingewikkelder geworden omdat de op 27 maart van dit jaar geintroduceerde briefjes van fl.25, - een in streepjescode uitgevoerd nummer bevatten. Er staan nog wel cijfers op dit biljet, maar die zijn niet door negen deelbaar.

Volgens het boekje van Van Gelder is het beslist geen science fiction dat in de nabije toekomst een 'intelligente chip' op het papiergeld wordt gemonteerd. Het wordt dan mogelijk om met een briefje van fl.100, - (digitaal leesbaar) een bedrag van fl.58,12 te betalen en een biljet van fl.41,88 over gehouden. Het zal ook wel geen science fiction zijn als de banken tegen die tijd een kleine vergoeding inhouden (digitaal natuurlijk) voor deze service, want alles kost geld, zelfs het uitgeven ervan.

    • Hans Renders