Haarlem laat bus rijden voor mensen die weinig mobielzijn

HAARLEM, 30 okt. Een bus speciaal voor gehandicapten, bejaarden, ouders met kinderwagens en soortgelijke 'zorggroepen' rijdt met ingang van 5 november twee weken op proef door Haarlem. Het is een vorm van 'openbaar vervoer op maat' die volgens de gemeente Haarlem en het streekvervoerbedrijf NZH moeilijk in de bestaande dienstregeling is in te passen en daarom een aparte behandeling verdient.

Als voorbeeld heeft de initiatiefnemers Zweden voor ogen gestaan, waar in een aantal steden 'service routes' bestaan. Daarop rijdt een bus met een lage vloer, die geschikt is voor rolstoelen en waarvoor de dienstregeling zodanig is dat de chauffeur tijd heeft passagiers zonodig bij het in- en uitstappen een handje te helpen. Dat gebeurt bovendien zo dicht mogelijk bij de plaats van bestemming. Consequentie is dat de reis langer duurt. De service route onderscheidt zich daarmee van het 'normale' openbaar vervoer dat de pretentie heeft behalve hoogwaardig ook snel te zijn en dat vooral gericht is op vervoer van huis naar werk.

Zo'n Zweedse bus, overigens van Canadese makelij, is in Haarlem gearriveerd. Vanmiddag werd hij tijdens een kort symposium gepresenteerd. De bus kenners van typen mogen hem graag aanduiden met benamingen als Orion II of Ontario II , rijdt straks gedurende twee weken langs voorzieningen als winkelcentra, bejaardenhuizen, ziekenhuizen en andere openbare instellingen in Haarlem. De proef met de 'Multibus', zoals hij in Haarlem wordt genoemd, is beperkt tot werkdagen, van half tien tot kwart voor vijf.

Haarlem heeft de bedoeling het experiment in een definitieve regeling om te zetten en wil volgend jaar samen met de NZH een plan presenteren voor een openbaar-vervoerlijn voor zorggroepen. Uiteraard vormt het geld daarbij een struikelblok. Daarom meent wethouder A. P. Marselje (verkeer) dat het ministerie van verkeer en waterstaat, belangenorganisaties van ouderen en minder-validen, de ziekenfondsen en particuliere verzekeringsmaatschappijen een fonds moeten stichten waarmee dit speciale openbaar vervoer mede kan worden gefinancierd. Hij wijst erop dat gehandicapten nu ook een bijdrage kunnen krijgen voor taxivervoer of rolstoelvervoer.

Het ministerie lijkt vooralsnog meer sympathie dan geld te hebben voor wat wordt genoemd de 'verbeteringen van de mobiliteitspositie van ouderen en gehandicapten'. Ze moeten uit de bestaande meerjarencijfers worden gefinancierd. Een stuurgroep, waarin de Gehandicaptenraad en de COSBO (belangenorganisatie van ouderen) zijn vertegenwoordigd, werkt aan aanbevelingen om tot verbetering te komen. Overigens kent het departement al een subsidieregeling voor de aanschaf van bussen met lage vloeren.

Marselje voorziet een groeiende behoefte aan de multibus, omdat er steeds meer ouderen komen. Hoe langer zij 'mobiel' blijven, des te langer zullen ze ook zelfstandig kunnen wonen, is zijn stelling. Het openbaar vervoer moet zich volgens de wethouder bij de te verwachten groei van de komende jaren dan ook niet alleen richten op snelheid, stiptheid en efficiency, maar specifieke aandacht schenken aan de genoemde zorggroepen.