Geen unanimiteit over resolutie tegen Irak in VN

NEW YORK, 30 okt. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren opnieuw een resolutie tegen Irak aangenomen, de tiende tot nu toe. Maar de resolutie werd niet unaniem goedgekeurd. Twee leden van de Raad, Cuba en Jemen, onthielden zich van stemming.

Van Jemen werd zaterdag nog verwacht dat het voor zou stemmen. Volgens een Westerse diplomaat was het bezweken onder druk van Irak.

Bovendien zei de ambassadeur van Colombia gisteren dat de handelwijze van de Raad haar tegenstond, en stelde de ambassadeur van China dat zijn regering nog steeds tegen het gebruik van geweld is om Irak uit Koeweit te verdrijven.

Dit duidt op grotere weerstand tegen de VS en Groot-Brittannie, die gisteren demonstratief probeerden de druk op Irak te vergroten en lieten doorschemeren dat zij aansturen op militaire actie tegen Irak.

In de resolutie wordt opnieuw gesteld dat Irak zich onvoorwaardelijk uit Koeweit moet terugtrekken en ook het nemen van gijzelaars wordt weer veroordeeld. Verder verlangt de resolutie dat Irak de buitenlandse ambassades en andere diplomatieke missies van voedsel voorziet of laat voorzien.

Ook wordt Irak er aan herinnerd dat het aansprakelijk is voor alle schade die het aanricht in Koeweit. De bewoordingen van deze passage in de resolutie zijn echter niet hard: 'De Veiligheidsraad herinnert Irak eraan dat het onder internationaal recht aansprakelijk is voor ieder verlies, schade of kwetsing met betrekking tot Koeweit en derde staten en hun burgers en bedrijven als gevolg van de inval en illegale bezetting van Koeweit door Irak.'

Voorts worden lidstaten van de VN opgeroepen om de eisen aan Irak tot schadevergoeding van hun inwoners en bedrijven te verzamelen. Als Irak zich niets gelegen laat liggen aan deze en eerdere resoluties van de Veiligheidsraad zal de Raad 'verdere maatregelen' nemen. Deze stappen worden echter niet gespecificeerd.

De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Thomas Pickering, wees er gisteren op dat mishandeling van Amerikanen in Irak of Koeweit, of voortdurende isolatie van de ambassade in Koeweit, door de VS als een casus belli kon worden opgevat. 'Ik wil een punt benadrukken', zei Pickering. 'Ieder land heeft de plicht zijn burgers te beschermen. Dit is een fundamentele plicht. De VS zullen doen wat nodig is om hun landgenoten te beschermen.'

De Iraakse ambassadeur had voor de stemming de vergadering een uur en tien minuten lang toegesproken zonder eenmaal de naam Koeweit te noemen. De doorgaans flegmatieke Britse voorzitter van de Veiligheidsraad, Sir David Hannay, noemde dit 'eerlijk gezegd stuitend'.

Pickering was deze keer ook niet erg diplomatiek. 'Dat was het grootste stel verdraaiingen, leugens en bizarre verhalen dat ik ooit heb gezien', zei hij na afloop tot verslaggevers. 'Het is alsof je de vos om advies vraagt hoe je de kippenren moet beschermen.'

Maar de confrontationele opstelling van de Britten en Amerikanen stond in scherp contrast tot de woorden van Colombia, een niet-gebonden lid van de Veiligheidsraad, en China, het enige permanente lid van de Veiligheidsraad dat zich niet voortdurend aan de zijde van de VS schaart.

'De afgelopen week hebben wij intensieve onderhandelingen gevoerd om resolutie 674 te formuleren, en die hebben ons gefrustreerd en gekwetst', zei Juanita Castano. Colombia had voorgesteld de secretaris-generaal van de VN, Javier Perez de Cuellar, te laten bemiddelen. Dat voorstel werd in sterk afgezwakte woorden opgenomen in de resolutie.

Li Daoyu, die als ambassadeur van China het vetorecht heeft, herhaalde dat zijn land in de Golfkwestie op het standpunt staat dat pogingen in het werk moeten worden gesteld om een vredzame oplossing te vinden op basis van de VN-resoluties en dat China tegen het gebruik van geweld is. Dat lijkt de pas af te snijden voor een resolutie waarin de VN toestemming geeft aan bij voorbeeld de VS om militaire actie te organiseren tegen Irak.

Hannay, die donderdag als voorzitter wordt opgevolgd door Pickering, zei na afloop niet te verwachten dat de Veiligheidsraad deze week nog zal spreken over de Golfcrisis. Woensdagnacht moet Perez de Cuellar zijn rapport over de bezette gebieden in Israel inleveren.