Familie gijzelaars wil delgatie sturen uit kerk en moskee

DEN HAAG, 30 okt. Een man met een lange, grijze baard: ds. D. N. Wouters, zestig jaar, gereformeerd predikant te Amsterdam, tevens beleidscoordinator van stichting De Regenboog voor hulp aan drugsverslaafden. Hij heeft bovendien een zoon in Irak en vertegenwoordigt sinds enkele minuten het gros van de Nederlanders die onder de noemer 'familieleden van de gijzelaars' vallen.

Het is acht uur in de avond en de vrouwen, mannen en kinderen keren druppelsgewijs terug van een (besloten) bijeenkomst met minister Van den Broek op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. Ook staatssecretaris Simons (volksgezondheid) was erbij voor de 'maatschappelijke zorg' van het thuisfront. De meesten gaan zo snel mogelijk huiswaarts; zo niet ds. Wouters, die weldra het middelpunt van een kluwen journalisten vormt. Hij heeft dan ook iets te vertellen:

'Wij als familieleden zijn de eerstverantwoordelijken, ook als het gaat om het zenden van bemiddelaars naar Irak. Daarom hebben we zojuist een familiecomite gevormd. Van daaruit zal het gebeuren. Wat ons voor ogen staat, is geen delegatie van politieke sterren of oud-sterren, maar een afvaardiging uit kerk en moskee. Een kleine delegatie van drie man: twee familieleden en iemand uit de moslimwereld, die er zeker bij moet zijn. We hebben al overlegd met vrienden uit de moslimgemeenschap. Maar laten we haast maken, want voor onze verwanten daar is het een uitputtingsslag geworden.'

Dichtbij de roltrap op de eerste etage van B. Z. zit P. Bakker, oud-rector van een scholengemeenschap in het Overijsselse Holten en lid van het kersverse familiecomite. Hij geeft alle eer aan Wouters: 'Die heeft het initiatief genomen en ik heb me onmiddellijk aangesloten, want ook ik heb een zoon in Irak. Hij was er net met vakantie toen het gebeurde en de grens op slot ging.'

Bakker roemt de 'uitstekende sfeer' op de meeting: 'Niemand is erg emotioneel geweest en er is geen onvertogen woord gevallen.' Iets verderop weet Wouters te melden: 'We hadden te maken met een menselijke minister. Hij zei dat zijn hart verscheurd was.' Dat neemt niet weg dat Van den Broek zich opnieuw uitsprak tegen het zenden van onderhandelaars. Een grijze vrouw die uit Veghel gereisd kwam, is er lichtelijk door verbitterd: 'Als de minister daar zelf een zoon had zitten, was die allang vrijgekomen. En wij moeten maar wachten en wachten. Mijn zoon woont in Zwitserland en moest net voor een collega invallen om een klus in Koeweit op te knappen, toen dat land werd overvallen.'

Ernst-Jan Reinders uit 's Gravendeel mist zijn vader, die in Irak drainagewerk uitvoerde en nu ergens buiten Bagdad in een portokabin verblijft. Wat Ernst-Jan betreft mag Nederland best met Saddam Hoessein over vrijlating onderhandelen: 'We kunnen hem toch aanbieden onze schepen uit de Golf terug te trekken in ruil voor de gijzelaars?'

Het is kwart voor vijf in de middag als de eerste familieleden zich melden op het departement aan de Bezuidenhoutseweg. Hun namen staan op een lijst van genodigden, die door leden van de veiligheidsdienst keer op keer zorgvuldig wordt geraadpleegd. Binnen in de grote zaal staan hapjes en drankjes klaar. Niet alleen Van den Broek, maar ook staatssecretaris Simons zal er het woord voeren en vragen beantwoorden.

Het begrip familieleden is ruim opgevat. Ook mevrouw M. van den Berg uit Heemskerk heeft toegang als vriendin van Corrie Baars, verpleegkundige op de intensive-care van het Parkziekenhuis in Bagdad. Ze is verre van gerust op een goede afloop: 'Corrie belt me af en toe op en de laatste keer was ze erg bedrukt. Ze zou met Kerstmis thuiskomen, maar is bang dat het niet zal lukken.'

Mevrouw A. Pino uit Leiden, echtgenote van een branchemanager voor de Nederlandse Kabelfabriek in Bagdad, toont zich aanmerkelijk gedecideerder: 'Nederland heeft een goede pers in Irak en dat kan ik weten, omdat ik er zelf ook vijf jaar heb gewoond. Laten we daar toch alsjeblieft gebruik van maken door een bemiddelaar te sturen. Als het niet iemand van de regering is, dan iemand anders, een persoonlijkheid die niet voor eigen eer gaat, maar voor de gijzelaars.' En ze laat, na alle namen die al genoemd zijn, die van Hans Wiegel vallen.

Om half zes gaat de zaal dicht en begint de opmerkelijke, tweeenhalf uur durende reunie, die zich achter gesloten deuren voltrekt. Men komt alleen naar buiten voor toiletbezoek. Tegen halfacht verschijnt staatssecretaris Simons, die zich haastig uit de voeten wil maken, want niet lukt, omdat hij bijna letterlijk door verslaggevers wordt besprongen. Hij verklaart, na veel aandringen, dat familieleden met hun 'persoonlijke zorgen' zich tot hem en deskundigen kunnen wenden. Voor zieken onder de gijzelaars zijn speciale medische voorzieningen getroffen, maar op de vraag 'welke?' is het antwoord: 'Daar ga ik niet op in.'

Onder de tweehonderd familieleden en verwanten is er een die, als de tekenen niet bedriegen, in een bevoorrechte positie verkeert: mevrouw J. de Bie uit Beverwijk. Haar zoon W. de Bie was trainer van het nationale waterpoloteam in Koeweit en moest begin augustus ijlings met zijn ploeg van een toernooi in Joegoslavie terugkeren wegens de oplopende spanningen. Hij was een van de laatste Nederlanders in Koeweit. En nu? 'Het zit er dik in', aldus zijn moeder met ingehouden vreugde 'dat hij samen met de Franse gijzelaars wordt vrijgelaten, want hij heeft een Franse vrouw, die bovendien een tweeling verwacht.' Vanmorgen landde hij samen met de Franse gijzelaars inderdaad in Parijs.