EG-ministers: uitstoot CO2 in 2000 naar niveau van 1990

LUXEMBURG, 30 okt. De ministers van milieu van de Europese Gemeenschap hebben gisteren ingestemd met het streven om de uitstoot van kooldioxyde (CO) in het jaar 2000 te stabiliseren op het niveau van 1990. Voor het eind van dit jaar zal de Europese Commissie een plan uitwerken hoe dat doel kan worden bereikt.

Ingewijden in de milieuproblematiek karakteriseerden deze stap om te komen tot bestrijding van het broeikaseffect gisteren als een 'doorbraak'. Kooldioxyde is de stof die vrijkomt bij alle verbrandingsprocessen verbranding van fossiele brandstoffen, maar ook de omzetting van zuurstof bij het ademen en is waarschijnlijk in belangrijke mate verantwoordelijk voor het broeikaseffect.

Om het broeikaseffect terug te dringen moet de emissie van kooldioxyde de komende honderd jaar met ongeveer 60 procent teruggebracht worden, zo hebben wetenschapsmensen berekend.

Met name de zuidelijke EG-landen hebben moeite met het streven van de EG, omdat de groei van hun industriele produktie automatisch zal leiden tot een grotere uitstoot van CO. Zij hebben gisteren dan ook bepleit dat ze voorlopig nog niet hoeven te voldoen aan de norm die in het doel is gesteld. Wel zijn de minder ontwikkelde EG-lidstaten Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland bereid om de efficientie van het gebruik van energie bij hun economische activiteiten te verbeteren.

Nederland heeft al vorig jaar besloten om uit voorzorg het niveau van CO in het jaar 2000 terug te brengen met 3 tot 5 procent ten opzichte van het niveau van 1990. Duitsland wil in het jaar 2005 zelfs komen tot een reductie van 25 procent ten opzichte van het huidige niveau, maar Groot-Brittannie wil veel minder ver gaan: daar streeft men naar stabilisatie in 2005 op het niveau van 1990. Denemarken streeft naar een reductie met 20 procent in 2005, terwijl Frankrijk, Belgie en Italie hetzelfde willen als de Europese Commissie.

De uitstoot van CO per hoofd van de bevolking is groter naarmate de ontwikkelingsgraad van een land hoger ligt. Als men bedenkt dat bij de verbranding van een tank benzine meer dan het gewicht daarvan aan kooldioxyde de lucht in wordt geblazen wordt begrijpelijk dat per hoofd van de bevolking per jaar in Nederland bijvoorbeeld 3,3 ton per jaar aan kooldioxyde wordt uitgestoten. In Duitsland is dat 3,6 ton, in Engeland 2,9 ton, in Frankrijk 2,2 ton, in Italie 1,8 ton, in Spanje 1,4 ton per persoon per jaar. In Portugal, Griekenland en Ierland liggen die cijfers lager.

Op grond daarvan voeren de minder ontwikkelde lidstaten van de EG aan dat het onrechtvaardig zou zijn als zij evenveel reductie van de uitstoot zouden moeten realiseren als de noordelijke lidstaten. Afgesproken is gisteren dan ook dat die landen nog wel enig soelaas kunnen krijgen en dat de noordelijke lidstaten wat meer zullen reduceren in vergelijking met de zuidelijke. Dat betekent dat de EG als geheel de kooldioxyde-uitstoot in 2000 zal stabiliseren op het gemiddelde niveau van 1990, 2,4 ton per hoofd van de bevolking.

Het grootste probleem bij de Milieuraad was gisteren dat het Verenigd Koninkrijk niet bereid was om evenveel te doen aan de reductie als de andere noordelijke lidstaten. Het argument dat de Britten daarvoor aanvoeren is dat zij, in tegenstelling tot de Fransen en de Italianen, goede plannen hebben klaarliggen voor de toekomstige reductie van CO. Het probleem is dat Groot-Brittannie nog steeds last heeft van zijn 'remmende vorsprong'. De elektriciteitsproduktie is nog steeds sterk georienteerd op de verwerking van goedkope maar milieu-onvriendelijke steenkool. De Nederlandse minister van milieu, Hans Alders, had gisteren graag gezien dat de Britten hun beleid zouden ombuigen in de richting van de andere noordelijke lidstaten, maar de Britten bleven onvermurwbaar en hielden vast aan 2005.