De fusie

Veel middelbare scholen werden de laatste jaren gedwongen te fuseren. Dit tijdperk is nog niet afgesloten. Met de komst van de basisvorming moeten nog veel meer scholen samengaan.

Om de ronde tafel in de rectorkamer zitten zes mensen. Allemaal hebben ze het concept voor zich liggen van een enquete naar de aansluitingsproblemen tussen onderbouw en bovenbouw. ' De afgelopen jaren', zo begint de enquete, ' zijn de resultaten in met name de bovenbouw van de HAVO weinig bevredigend. Maar ook die in 4 VWO laten soms te wensen over'.

De zes, samen de werkgroep onderbouw/bovenbouw, buigen zich geconcentreerd over het concept. Het gaat erom de oorzaken van het probleem te achterhalen zonder collega's te beledigen. Suggestieve vragen zijn uit den boze. Misschien moeten vraag 12 en 13 anders worden geformuleerd. Gaat het niet wat ver om te stellen dat ' de leerkrachten in de onderbouw onvoldoende op de hoogte zijn van de exameneisen' (mee eens/mee oneens)? Of dat ' de leerlingen in de onderbouw niet worden opgevoed tot zelfstandig werken' ?

Iemand merkt op: ' Als ik leraar in de onderbouw was, zou ik me 'ns achter de oren krabben. Doe ik nog iets goed? Doen de anderen niets fout?'. De werkgroep besluit zelfs de beginzinnen van de enquete te schrappen. Ook die zouden wel eens onlustgevoelens kunnen opwekken.

De openbare Schoter Scholengemeenschap voor MAVO, HAVO en VWO in Haarlem is een school met een helende wond. In 1984 gebood de gemeente dat de onder haar bevoegd gezag vallende categoriale MAVO Klaas de Vries en het Lorentzlyceum (voor HAVO en VWO) moesten fuseren. Op beide scholen nam het aantal leerlingen af en de gemeente wilde in Haarlem-Noord juist sterke scholen, om te concurreren met het katholieke Mendel College. De twee scholen waren tegen, maar voor handtekeningenacties en protestbrieven was de gemeente niet gevoelig. Heus, het was beter zo, daar zouden ze zelf ook wel achter komen.

Nu, zes jaar later, heb je in de lerarenkamer van het Schoter nog altijd 'de Lorentztafel' en 'de Klaas de Vriestafel'. Er wordt wat lacherig, soms ook wat verontschuldigend over gedaan. De Klaas de Vriestafel komt nog uit de oude school, het is een hoge tafel ' en dat zit veel fijner dan zo'n lage'. Sommigen zeggen dat ze bij elkaar blijven zitten ' om over het onderwijs te kunnen praten' en tot vorig jaar was er het excuus dat aan de ene tafel werd gerookt en aan de andere niet. De Klaas de Vriestafel was de rooktafel. Inmiddels mag aan beide tafels worden gerookt. De kampen blijven gescheiden.

' Op onze school is de moeizame aansluiting tussen onder- en bovenbouw ook een kwestie van cultuur', zegt rector Gerard Wentholt. Daags voor de vergadering van de werkgroep onderbouw/bovenbouw heeft hij het er nog over gehad met conrector Han Korting. Natuurlijk, het probleem speelt op alle scholengemeenschappen voor MAVO, HAVO en VWO. Overal heb je in de bovenbouw voornamelijk eerstegraadsleraren en in de onderbouw vooral tweedegraders, een tegenstelling die nog scherper is geworden sinds in 1985 de HOS (Herziening Onderwijs Salarisstructuur) bepaalt dat eerstegraadsleraren eigenlijk niet meer in de onderbouw mogen werken. Maar op het Schoter is het aansluitingsprobleem door de fusie bijna onbespreekbaar, het lijkt te veel op een terechtwijzing van de vroegere MAVO-leraren.

Korting, toch al twintig jaar lid van de schoolleiding, wist ook niet hoe ze het moesten aanpakken. De werkgroep was een stap in de goede richting maar misschien, had hij gezegd, moesten ze een voorbeeld nemen aan scholen waar niet iedereen met een MAVO-diploma automatisch door mag naar 4 HAVO. Aan de andere kant: het Schoter wil alle leerlingen, ook de twijfelgevallen, een kans bieden. Het was een taaie kwestie, concludeerden ze.

Helemaal geen reputatie

Wanneer twee scholen fuseren is de optelsom niet meteen een nieuwe school. Hoewel de Klaas de Vries en het Lorentz beide degelijke scholen heetten te zijn, kreeg het Schoter die reputatie niet. Het Schoter had in het begin zelfs helemaal geen reputatie, of het moest zijn als ' die school met de fusieproblemen'.

Toch ging er op de nieuwe school, gehuisvest in het gebouw van het Lorentz, niet eens zo veel mis. Na het aanvankelijke gemor en de eerste, vervelende maanden schikten de meesten zich in het onvermijdelijke. Een enkeling was zelfs enthousiast. Achteraf noemt Hetty Knippen (Engels, ex-Klaas de Vries) het een 'naieve gedachte', maar toen er werd gefuseerd verwachtte ze dat alle leraren de uitdaging opgetogen zouden aannemen. ' Ik dacht: een grote school betekent nieuwe mogelijkheden, meer communicatie. Dat zou toch iedereen moeten aanstaan?'

Het stond bijna niemand aan. ' De Lorentzleraren maakten zich bezorgd over het aanzien van hun school, ze waren bang voor een moeras-effect. Er kwam een andere rangorde onder de leraren en natuurlijk was er een afvloeiingslijst. Die lijst was heel belangrijk. Eigenlijk draaide alles om eigenbelang, zowel bij de Lorentz- als bij de Klaas de Vriesleraren.' Hetty wierp zich volledig op het lesgeven, en dat deden de meesten.

Misschien was het die houding die hen er weer bovenop heeft geholpen, misschien ook had de gemeente gelijk toen zij beweerde dat een fusie voor beide scholen het beste was. Fries de Vries (Nederlands en geschiedenis, ex-Lorentz): ' De leraren van de Klaas de Vriesschool waren meer kindgericht dan wij. Bij ons stond het leren centraal. Nu hebben we van beide zaken wat.' Alleen, nou ja, de twee tafels in de lerarenkamer zijn verschillende gebieden gebleven.

Daarmee liep de fusie maar op een plaats verkeerd af: in de schoolleiding. Terwijl de leraren zich terug konden trekken op hun territorium de klas en er daar langzaam maar zeker achter kwamen dat door de fusie de leerlingen betere kansen hadden gekregen, moesten beide directies het met elkaar zien te rooien.

Impulsgroep

Toen de onenigheid uit de hand dreigde te lopen greep de gemeente in. Dit was niet de bedoeling. Het Schoter moest een geduchte concurrent van het Mendel worden, geen zinkend schip. Er kwam professionele hulp, een impulsgroep 'om de visieontwikkeling ter hand te nemen' en twee jaar lang een extra conrector. De rector trad vervroegd uit.

Dat gebeurde in het schooljaar 1988/89, voor Han Ketting ' het zwaarste schooljaar in mijn carriere'. Nu groeit het Schoter weer. In het door de impulsgroep geschreven marketingplan staat als nieuwe visie dat de school ' aantrekkelijk wil zijn voor zowel leerlingen met een gemengd als leerlingen met een eenduidig advies'. De brugklas kende al mengklassen (een MAVO/HAVO-klas en een HAVO/atheneumklas) en dat principe is nu ook doorgevoerd in de tweede klas. In alle klassen is de begeleiding van de leerlingen geintensiveerd. Het systeem slaat aan, op het Schoter ' krijgt je kind de beste kansen' heet het nu in de omgeving.

Niet hardop zeggen

De nieuwe rector Gerard Wentholt is een vriendelijke, bijna joviale man. Hij komt van de Scholengemeenschap Lelystad, waar hij conrector was. In Lelystad hadden ze een verlengde brugklas, projectonderwijs en nog meer vooruitstrevends. Ook op de tweede verdieping van het Schoter zijn, toen de school zo'n twintig jaar geleden werd gebouwd, een paar kleine lokalen voor projectonderwijs gemaakt. Ze zijn er nooit voor gebruikt. In Lelystad is het gemakkelijk om een progressieve school te zijn. De scholen daar hebben geen lang gekoesterde tradities, en wegens de alleen maar groeiende aantallen leerlingen en al evenmin fusieperikelen.

Wentholt is een voorstander van verlengde brugklassen, maar op het Schoter zal hij dat niet hardop zeggen. Alleen wie goed luistert en oplet zou het kunnen weten. In zijn toespraakje bij de opening van het nieuwe schooljaar bijvoorbeeld, haalde hij een onderzoek aan naar de mening van leraren over basisvorming. Uit het onderzoek bleek dat hoewel de meeste leraren nauwelijks weten wat de laatste voorstellen zijn ze zich toch tegen basisvorming verzetten. Wentholt zei niet dat deze koppige meerderheid gelijk heeft, hij zei: ' Ik nodig jullie allemaal uit je op de hoogte te blijven houden van de ontwikkelingen. De schoolleiding gaat waarschijnlijk nog dit jaar informatie over de basisvorming verstrekken.'

Gerard Wentholt is een realist. Zonder medewerking van 'de collega's' is de basisvorming tot mislukken gedoemd, weet hij. Heeft niet ook de Mammoetwet in feite gefaald? Kijk maar naar het Schoter: er is hier geen heterogene maar een MAVO/HAVO- en een HAVO/atheneumbrugklas. En misschien komt daar in de toekomst nog een atheneumbrugklas bij, om leerlingen te trekken die nu door hun ouders op een scholengemeenschap voor HAVO en VWO, of liever nog op het stedelijk gymnasium worden gedaan.

' In essentie wil ik dat alle mensen op deze school plezier hebben in hun werk', zegt Wentholt. ' Dat ze zich prettig voelen in de klas, bij vergaderingen en in de lerarenkamer. Dan ontstaat er vanzelf een klimaat waarin men gaat denken dat onderwijs ook wel eens anders kan worden opgezet.'

Hij luistert veel

De nieuwe rector heeft zich in korte tijd geliefd gemaakt. Hij luistert veel, en geeft pas zijn mening als alle anderen zijn uitgepraat. Vooral bij vergaderingen komt zijn tactiek duidelijk uit. Wentholt vat samen en komt vervolgens met het redelijke alternatief. ' Iemand als Gerard', zegt Hetty Knippen, ' geeft iedereen het gevoel dat hij of zij er toe doet, ook de mopperaars. Vooral op een school als deze, met een fusieverleden, is dat heel belangrijk.' Sinds de komst van Wentholt, vinden alle leraren, is de sfeer op school weer even open en ontspannen als voor de fusie.

Zelf zegt hij dat je als rector ' aan kleine dingen moet laten zien wat je opvattingen zijn'. Aan zo nu en dan een uitspraak over de basisvorming, aan binnenkort een andere opstelling van de tafels in de lerarenkamer, aan een extra abonnement op Uitleg, het informatiebulletin van het ministerie van onderwijs dat nu ter informatie op de Lorentztafel ligt, of aan zijn opstelling in de koffie-kwestie waar hij zich, meent hij, als rector niet mee dient te bemoeien.

Meestal is het foute boel

En inderdaad is de koffie-kwestie vanzelf opgelost. Max Havelaar verdwijnt, er komt weer gewoon Douwe Egberts. Theo Kooijman, de concierge die de koffie zet, heeft gewonnen. Volgende week is er weer sterke koffie.

Toen een van de leraren eind vorig jaar naar Zimbabwe vertrok, stelde hij voor Douwe Egberts te vervangen door de ideele Max Havelaar-koffie. Dan zouden de andere leraren zich hem blijven herinneren, en deden ze ook nog wat voor de Derde wereld. Op Theo na vond iedereen het een goed idee. Theo vond: we hebben hier goede apparatuur, daar hoort goede koffie in. Die Max Havelaar was bovendien duur, dus om de kosten wat te drukken deed hij er extra water op. Wie ernaar vroeg kreeg als antwoord: ' Dat soort koffie wordt niet gecontroleerd he? De ene keer is het goed, maar meestal is het foute boel.'

Theo is al 36 jaar concierge, eerst op het Lorentz, nu op het Schoter. Theo spreek je niet tegen. Hij maakt de mooiste schoolkrant van Nederland, organiseert grandioze reunies en weet precies hoe hij zijn kornuiten moet aanpakken, leerlingen en leraren. Wanneer na een spontane enquete wordt besloten weer over te gaan op Douwe Egberts maar bij elk pak een gulden opzij te leggen voor Zimbabwe, knapt zijn humeur zienderogen op. Als in de lerarenkamer iemand opmerkt dat er deze week veel zieken zijn, maakt Theo er zelfs een grapje over: ' Tsja, wat wil je met die slappe koffie'. En hij onthult dat het de postbode ook al was opgevallen. Die bleef de laatste tijd nooit meer een bakje meedrinken.

Koffie speelt een grote rol op school. Het is, zegt Wentholt, ' misschien wel de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde in het onderwijs'. Koffie is belangrijker dan Uitleg, dat niemand inkijkt. Na een paar dagen ligt het ongelezen op de stapel oud papier naast de koffiekopjes.

Koffie is ook belangrijker dan basisvorming, waar al evenmin iemand in is geinteresseerd. De meesten slaan de stukken in de krant die erover gaan stelselmatig over. Ze weigeren een mening te vormen, zoals Hetty Knippen, die tijdens de cursus 'Vrouw en management' de inleiding over basisvorming ' volledig langs zich heen heeft laten gaan'. Basisvorming is abstract, het is politiek en het is er nog niet.

Alleen de oudgedienden hebben een standpunt. Ze zijn mordicus tegen. Fries de Vries (58), die nog heeft gedemonstreerd tegen de Mammoetwet, wil ' gewoon de kwaliteit van het onderwijs bewaakt zien'. En dat betekent in feite niet veel meer dan ' geinspireerde leraren en homogene groepen'.

Otto Bloemberg (51, gymnastiek, ex-Lorentz) heeft het over ' gerommel in de marge'. Ook hij heeft het niveau van het Lorentzlyceum achteruit zien gaan toen de Mammoetwet werd ingevoerd en de vroegere MULO-kinderen opeens naar de HAVO mochten. Nu is er een MAVO bijgekomen, ' en zitten hier leerlingen die eigenlijk in het technisch onderwijs thuis horen'. ' Maar nee hoor, wij moeten ze zo nodig de MAVO laten halen.' Trouwens, hij ziet het aan zijn eigen kinderen. Zijn dochter, op het stedelijk gymnasium, ligt in ontwikkeling mijlen ver voor op zijn zoon, die het atheneum op een scholengemeenschap volgt. ' En ze komen uit hetzelfde nest, dus daar ligt het niet aan.'

Verplicht vrijwilligerswerk

Toch is iedereen er van overtuigd dat de basisvorming door zal gaan, en dan op de manier die ze zo langzamerhand van het ministerie van onderwijs zijn gewend. Als 'verplicht vrijwilligerswerk'. En ze zullen het doen, ze zullen hun best doen om twee of drie jaar lang kinderen van verschillende niveaus bij elkaar te houden, ook al vinden ze het absurd. ' Het is je werk, je kunt geen kant op, dus dan zet je de schouders er maar weer onder.'

Misschien verwoordt Cari Barker (Frans, van na de fusie) het algemene gevoelen over het ministerie nog het best wanneer ze zegt dat ' de mensen die de basisvorming zitten te bedenken hard de andere kant op zouden hollen als ze het zelf moesten doen'. Het ministerie neemt alleen maar economische maatregelen, daar is iedereen van overtuigd. Basisvorming betekent fuseren en fuseren betekent besparen. Dat fuseren nog heel wat meer inhoudt hebben zij inmiddels wel ervaren. ' Maar dat zal ze in Zoetermeer een zorg zijn.'

Vermoeiend maar leuk

Donderdagmorgen staat in de krant dat het ministerie het ziekteverzuim in het onderwijs wil aanpakken. Er moeten sabbatsmaanden komen en meer aandacht voor de problemen van oudere leraren. In de lerarenkamer hebben de meesten alleen de kop van het artikel gelezen. ' Zouden we een lerarenbegeleider krijgen?', vragen ze zich gnuivend af. En: ' Ze hebben zeker weer ergens een potje met geld gevonden'.

Eigenlijk zijn ze best tevreden met hun werk. Lesgeven is vermoeiend maar leuk, en op school heerst sinds jaren weer een prettige sfeer. Nee, dan in 1982. Toen liep de Nederlandse onderwijswereld massaal te hoop tegen de eerste bezuiniging van minister Deetman, een forse salariskorting. Het is een hoorbare herinnering: de demonstratie, de saamhorigheid, het elan. Voor velen is het de enige memorabele gebeurtenis uit twintig jaar onderwijsbeleid.

Nu zouden ze zelfs niet meer protesteren tegen een 40-urige werkweek (in plaats van de 29 lesuren nu, een voorstel van minister Deetman dat door zijn opvolger is overgenomen). ' Maar dan moeten we natuurlijk wel betaald krijgen voor overwerk.' Alleen over het lage salaris van beginnende leraren willen ze zich nog wel eens opwinden, al lijden ze daar zelf niet onder. Slechts een enkele leraar droomt ervan ' nog een keer de straat op te gaan, misschien als de basisvorming echt komt'. Aan de andere kant: zij hoeven dan niet meer te fuseren. ' Dus met dat protest zal het ook wel niets worden.'

' Ik denk dat het contact met de kinderen ons op de been houdt', zegt Han Korting. ' Zolang je hier op de werkvloer plezier hebt in wat je doet, lijkt Zoetermeer ver weg.' Het gaat om het lesgeven en het gaat om de school. Voor de rest zien ze zelf wel.

Tegenover de talrijke Zoetermeerse voorstellen ter verbetering van het onderwijs stellen veel leraren hun eigen, amateuristische maar effectieve oplossingen. Michael Liefkes (scheikunde, van na de fusie) gaat straks een half jaar met onbetaald verlof naar het Verre Oosten. Cari Barker gebruikt de zomervakantie om ladingen boeken te lezen: ' In het onderwijs geef je zoveel, zo nu en dan moet je wat nemen'. Hetty wil, na haar cursus 'Vrouw en management', ' nog wel eens brugklascoordinator worden'. Ze is mentor, zit in het beleidsadviesorgaan, in het studievaardighedenproject en in de werkgroep voortgezet onderwijs/voortgezet speciaal onderwijs.

De meesten maken zich niet zo druk. Ze doen hun werk al zo'n twintig jaar, dan moeten ze dus nog vijftien ' en dat zal wel lukken'. Het Schoter vinden ze allemaal een aangename school, ' nu wel weer'. Het is er prettig streng: niet te veel regels, net genoeg. De kinderen, afkomstig uit een buurt van geschoolde arbeiders en middenstanders, zijn gezeglijk. Hun ouders zeggen dat ze op school hun best moeten doen en dat merk je. En sinds de komst van Gerard Wentholt is ook de relatie met de schoolleiding hersteld: ' Als je moeilijkheden hebt, kun je er weer terecht'. Op het Schoter, en daar gaat het om, heerst een sfeer ' waarbinnen je als leraar kunt functioneren', waar je (Fries de Vries) ' wordt gewaardeerd om je waarde en niet om je streepjespak'.

De school is er bijna weer bovenop. Sommige verhoudingen zijn wat fragiel, het marketingplan en de nieuwe onderwijsvisie moeten de meeste vruchten nog afwerpen. In een aantal opzichten is het Schoter al meer dan de optelsom van twee scholen. ' Het was de moeite waard, al had het met minder pijn gekund', zegt Paul Platt, de extra conrector sinds 1989. ' Maar misschien is het een wet dat een fusie vijf of zes jaar doorwerkt, zoiets als bij een rouwproces.'