Crisis onderbreekt Noorse glijvlucht richting Europa

ROTTERDAM, 30 okt. Zo zeker was Erik Solheim, de leider van de Noorse Linkse Socialistische Partij, er vorige herfst van dat de centrum-rechtse regering van premier Jan Peder Syse snel zou vallen dat hij beloofde zijn hoed op te eten als dat niet binnen vier maanden zou gebeuren. In februari zat Syse nog stevig in het zadel en zo restte Solheim niets anders dan de tanden in zijn hoofddeksel te zetten.

Iets meer dan een jaar heeft de uit drie partijen bestaande coalitie van Syse, op 16 oktober van het vorig jaar aangetreden, het ten slotte, ondanks pessimistische voorspellingen omtrent haar levensvatbaarheid, volgehouden. Een schrale troost voor de politieke waarnemers in Oslo was dat het kabinet wel viel over de kwestie waarover al vanaf het begin een crisis was verwacht: de betrekkingen met de Europese Gemeenschap.

Het regeringsprogramma op dit gevoelige punt was met opzet vaag gehouden om de tegenstellingen van de drie partijen te verbloemen. De kleine Centrum-partij, die vooral veel aanhang geniet onder de fors gesubsidieerde Noorse boeren, is al jarenlang fel tegen toetreding tot de EG en is in de praktijk allergisch voor iedere toenadering tot de EG. Syses conservatieve partij Hoyre daarentegen is voor toetreding, terwijl de derde coalitiepartij, de christen-democraten, geen uitgesproken standpunt heeft over de zaak.

Net als de vorige sociaal-democratische regering van mevrouw Gro Harlem Brundtland volgde het kabinet-Syse in de praktijk een koers van voorzichtige toenadering tot de Europese Gemeenschap. Lange tijd lukte het de 59-jarige Syse, die zich het afgelopen jaar ontpopte als een man met onvermoede diplomatieke gaven, om de Europese kwestie onder controle te houden.

Onlangs lieten EG-functionarissen Noorwegen echter weten dat het een aantal belangrijke beperkingen op buitenlandse investeringen zou moeten opheffen, wilde het land uitzicht hebben op nauwere banden met de EG. Een reeks oude wetten verbiedt buitenlanders het bezit van onroerend goed of industriele ondernemingen. Bevreesd om de aansluiting met de rest van Europa in economisch opzicht te missen, besloten Syse en zijn Hoyre dat het tijd werd voor actie, maar de Centrum-partij hield het been stijf. Haar leiders houden vol dat ze liever de regering ten val brengen dan de nationale Noorse belangen te verkwanselen aan het buitenland.

De Noorse politiek is hiermee in een impasse beland. Zonder het Centrum (11 zetels) kan de coalitie van Syse, die toch al afhankelijk was van de gedoogsteun van de extreem-rechtse Vooruitgangspartij van Carl Hagen, niet meer rekenen op een meerderheid in de 165 leden tellende Storting, het parlement.

De linkse oppositie van de sociaal-democratische partij (63 zetels) en de Socialistische Linkse partij (17 zetels) komen vijf zetels te kort om een meerderheidsregering te vormen. Een coalitie van links met het Centrum lijkt, net als een grote coalitie van Hoyre (37 zetels) en sociaal-democraten, niet waarschijnlijk.

De sociaal-democraten zijn namelijk eveneens voor verdere toenadering tot de EG, al hebben ze nog niet met zoveel woorden gezegd dat ze voor het aanvragen van het lidmaatschap zijn. Thorvald Stoltenberg, tegenwoordig de Hoge Commisaris van de VN voor de vluchtelingen, sprak als minister van buitenlandse zaken onder Brundtland eens over een Noorse 'glijvlucht' naar de EG. De Noorse toetreding zou volgens hem geleidelijk moeten verlopen om te voorkomen dat de oude wonden, die het fel omstreden referendum van 1972 over toetreding tot de EG had aangericht, weer zouden worden opengereten. Met een schuin oog houden de Noorse sociaal-democraten ook hun Zweedse collega's in de gaten, die inmiddels het lidmaatschap van de EG nastreven.

Het houden van nieuwe verkiezingen hoort voorlopig niet tot de mogelijkheden, want de Noorse grondwet schrijft voor dat deze slechts eens in de vier jaar worden gehouden. De Noorse kiezers kunnen dus pas op zijn vroegst in 1993 duidelijker verhoudingen scheppen in de Storting.

Het lijkt onder deze omstandigheden het waarschijnlijkst dat er opnieuw een minderheidskabinet komt, vermoedelijk van linkse signatuur. Maar dit zal zo mogelijk nog wankeler zijn dan de vorige regering.

Syse sloot gisteren niet uit dat hij zal aanblijven als premier van een minderheidskabinet. Maar dit zou wel heel weinig gezag genieten, temeer omdat Syse zelf de afgelopen weken nogal in opspraak is geraakt nadat was gebleken dat de premier met zijn eigen bedrijf een aantal voorschriften had overtreden. Weliswaar besloot de openbare aanklager de premier niet te vervolgen, maar Syses reputatie liep niettemin een forse deuk op.

Noorwegen moet intussen verder met een vleugeillamme regering. De belangrijke kwestie van het mogelijke lidmaatschap van de EG zal daardoor waarschijnlijk op de lange baan worden geschoven. Economisch kan het land overigens de eerste tijd weer tegen een stootje: dank zij de veel hogere olieprijzen stroomt er meer geld in de Noorse schatkist dan de Noren nog maar twee maanden geleden in hun stoutste dromen hadden kunnen vermoeden.