Confrontatie tussen hindoes en moslims kan uitlopen op eenbloedbad; Indiase leger opent vuur op militanten

LUCKNOW/ AYODHYA, 30 okt. Indiase militairen hebben vandaag het vuur geopend op duizenden militante hindoes die bij Ayodhya in de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh wilden beginnen met de bouw van een tempel op de plaats van een moskee. Ten minste vier mensen zijn om het leven gekomen.

De veiligheidstroepen openden het vuur nadat hindoes het politiekordon rond de moskee in Ayodhya probeerden te doorbreken. In zeker vijf deelstaten is de politie de straat opgestuurd om eventuele ongeregeldheden te voorkomen.

De Indiase autoriteiten sloten Ayodyha de afgelopen dagen hermetisch af uit vrees dat de confrontaties tussen hindoes en moslims zou leiden tot een bloedbad. Duizenden mensen zijn gearresteerd. Desondanks slaagden veel militanten erin Ayodyha te bereiken. In het hindoe-geloof geldt de stad als de geboorteplaats van de god Rama.

Eerder deze maand trok de fundamentalistische Bharatiya Janata Partij (BJP) haar steun aan de regering van V. P. Singh in uit protest tegen het tegenhouden van hindoes die naar Ayodhya wilden. BJP-leider Lal Advani werd gearresteerd op weg naar Ayodhya, waarna ernstige botsingen tussen hindoe's en moslims uitbraken die aan meer dan honderd mensen het leven kostten. Het godsdienstconflict kan leiden tot de val van premier Singh, die voor 7 november het parlement bijeen heeft geroepen voor de vertrouwenskwestie.

De straten van Locknow, de hoofstad van Uttar Pradesh, raakten gisteren al helemaal verstopt met mensen die wilden deelnemen aan de acties in Ayodhya, op 150 kilometer afstand. Demonstranten scheurden aanplakbiljetten van de premier van de deelstaat, Mulayam Singh Yadav, van de muren. Yadav had opgeroepen tot kalmte onder de hindoes die wilden optrekken naar Ayodhya.

De premier heeft 250.000 man politie en paramilitaire eenheden in drie ringen om Ayodhya gelegd en eveneens troepen gelegerd op toegangswegen naar Uttar Pradesh. Meer dan 100.000 mensen zouden inmiddels zijn aangehouden, zodat de regering scholen en lege gebouwen moest vorderen om alle kar sevaks, (tempelbouwers) vast te houden.

Steeds meer politieagenten, voor het grootste deel zelf ook hindoes, zouden zich verzetten tegen de bevelen op te treden tegen de processie. Het straatbeeld in Lucknow maakt duidelijk dat, zo ze al zouden willen, de agenten de agressieve menigte nooit onder controle kunnen houden. Jonge betogers, van wie velen een saffraan-rode band om hun hoofd dragen, zetten een tikka (een rode stip ten teken van zegen en vriendschap) op het voorhoofd van toeschouwers en verslaggevers. Met het stijgen van de spanning werd de tikka het symbool dat vrienden van vijanden scheidde. Mensen werden boos toen ik de stip weigerde.

Zou de woede van de demonstranten zich kunnen verplaatsen van de politie naar de moslims, vroeg ik een jonge activist. 'Alles is mogelijk', zei hij.

Lucknow was eens het culturele centrum van de islam in India. De taal van de stad werd het standaard Urdu, de taal van alle moslims op het subcontinent. Na de opsplitsing van Brits-Indie in 1947 in een islamitisch Pakistan en een hindoeistisch India verlieten veel moslims Lucknow en verloor de stad zijn betekenis als moslim-bolwerk. 30 procent van de twee miljoen inwoners van Lucknow is nu nog moslim.

In tegenstelling tot veel andere plaatsen in Uttar Pradesh staat Lucknow bekend om het vreedzame samenleven van hindoes en moslims. Deze harmonieuze verhoudingen staan onder grote druk nu hindoes uit het hele land naar de deelstaat zijn gekomen en de regering zich agressief opstelt door de religieuze gevoelens te negeren en over te gaan tot massale arrestaties.

    • Bernard Imhasly