Aantonen doping met natuurlijk hormoon blijft controversieel

Eind november doet de arbitragecommissie van de internationale wielrenunie UCI uitspraak in de zaak Gert-Jan Theunisse. De wielrenner werd in juni van dit jaar voor ten minste twaalf maanden geschorst omdat bij de dopingcontrole binnen twee jaar driemaal een te hoog gehalte testosteron in zijn urine werd gevonden.

Bijgestaan door de juristen mr. E. Beugels (voorzitter van de internationale rennersorgansatie) en mr. E. Clerx en door de endocrinoloog prof.dr. J. H. H. Thijssen probeerde Theunisse de straf op 12 oktober tijdens een hoorzitting in Zurich ongedaan te maken. Zijn verweer was op drie argumenten gebouwd. Hij beriep zich op procedurefouten die rondom de dopingcontroles zouden zijn gemaakt, hij maakte bezwaar tegen de gehanteerde norm voor dopinggebruik en hoopte aan de hand van testen die hij in het laboratium van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht heeft gedaan, de arbitragecommissie ervan te overtuigen dat bij hem de verhouding testosteron-epitestosteron, waarop hij is veroordeeld, onder bepaalde omstandigheden boven normaal is.

De commissie onder voorzitterschap van de Westduitser Gohner raakte in Zurich nog niet overtuigd. De beslissing over de procedurefouten en de norm is uitgesteld tot 20 november. De eerste experimenten met Theunisse in het laboratorium hebben geen abnormale resultaten opgeleverd. Er zijn echter nog vervolgexperimenten ontworpen die ook na november nog hun invloed kunnen hebben.

Minimaal 6: 1

Thijssen viel tijdens de hoorzitting vooral de gehanteerde norm aan. Tegenspeler va de Utrechtse endocrinoloog tijdens de hoorzitting was prof. dr. M. Donike, de Westduitse biochemicus die de norm heeft ontworpen. Op grond van 4600 dopingcontroles in zijn laboratorium te Keulen concludeerde Donike dat wanneer de verhouding testosteron-epitestosteron in de urine minimaal 6: 1 bedraagt, sprake is van toediening van testosteron.

Het gebruik van de verhouding tussen testosteron en epitestosteron in urine is op grond van ervaringsfeiten rond 1980 tot stand gekomen. Bij de dopingcontroles op de Olympische Spelen van Moskou in dat jaar konden de dopingcontroleurs voor het eerst synthetische anabole steroiden opsporen, die voor die tijd als spierversterkend middel werden gebruikt. Er waren aanwijzingen dat sporters in plaats daarvan het natuurlijke steroidehormoon testosteron waren gaan gebruiken. Donike zag de testosteronconcentraties inderdaad meer varieren. Zoekend naar een standaard vond hij dat de verhouding tussen testosteron en epitestosteron bij de sterk afwijkende urinemonsters was gestegen. Het bleek een nauwkeuriger standaard dan het testosterongehalte alleen. De natuurlijke testosteronconcentraties varieren per individu. Bekend is ook dat slechts een fractie (ongeveer 1%) van het testosteron in bloed ook nog als testosteron in urine verschijnt. De rest wordt in de lever in andere afbraakprodukten omgezet. Donike definieerde uiteindelijk als standaard dat een sporter bij wie de concentratie testosteron gedeeld door de concentratie epitestosteron groter is dan zes was betrapt op het onreglementair gebruik van testosteron.

De medische commissie van de internationale wielrenunie, waarvan Donike tevens deel uit maakt, heeft daarom besloten dat een hogere verhouding dan zes strafbaar is.

Niet uitgesloten

Volgens Thijssen gaf Donike tijdens de hoorzitting in de urenlange discussie toe dat hij bij de bepaling van de limiet ook zijn twijfels heeft gehad. Donike gaat uit van een gevonden normaalverdeling. Bij de meeste mensen ligt de verhouding testosteron/epitestosteron rond de een. De verdelingscurve loopt langzaam af en nog maar heel weinig mensen mensen hebben een verhouding van vijf. Dat een normaal iemand een verhouding van zes of hoger heeft is daarmee statistisch en medisch echter niet uitgesloten. Thijssen kent uit zijn vakliteratuur onderzoek aan gezonde proefpersonen bij wie de verhouding van nature hoger is dan zes. Dat leidt tot vals positieve uitslagen. ' Op grond daarvan', zegt Thijssen, ' vind ik dat sportmensen het voordeel van de twijfel verdienen. Donike heeft geen echt bewijs.'

Thijssen heeft er niet zoveel bezwaar tegen dat bij dopingcontroles de verhouding zes tussen testosteron en epitestosteron wordt gebruikt. Maar zo'n uitslag zou het begin van verder onderzoek moeten betekenen en niet direct tot een veroordeling moeten leiden.

Roeiers

Thijssen werd begin september door de wielrennersorganisatie betrokken in de zaak Theunisse. Met doping heeft hij nooit iets te maken gehad, maar zijn wetenschappelijke carriere is gebouwd op de steroidhormonen waar testosteron toe behoort. Hij was ook al betrokken bij onderzoek naar de invloed van trainen op de hormoonconcentraties van toproeiers. ' Ik vond het wel leuk me deze zaak te bemoeien omdat ik wel vaker kritiek heb geuit op de zeggingskracht van 6: 1', verklaart hij zijn motivatie.

De onderzoekers met wie hij roeiers onderzocht betrok hij ook bij de zaak-Theunisse. Het zijn dr. W. de Vries, van het Janus Jongbloed Researchcentrum voor inspanningsfysiologie te Utrecht, en dr. D. de Boer, farmacoloog aan het Nederlands Instituut voor Drugs en Doping Research.

Theunisse werd eerst gevraagd thuis drie dagen zijn urine in porties op te sparen en op te schrijven wat hij at en deed. Gert Jan Theunisse in rust bleek echter een normale verhouding tussen testosteron en epitestosteron te hebben.

Maar wielrenners spannen zich bij tijd en wijle erg in en vooral de kopmannen staan onder grote druk. Kan lichamelijke of geestelijke stress de verhouding tussen testosteron en epitestosteron veranderen? Misschien, zegt Thijssen. In de literatuur bestaan aanwijzingen. ' We hebben hem gevraagd testen te doen onder zware inspanning. Wij hoopten dat hij onder extreme inspanning een dusdanige verandering zou krijgen dat hij dik boven de 10 zou komen.'

Theunisse werd op een fiets-ergometer gezet, waarop een bergetappe werd nagebootst. Gedurende vijfeneenhalf uur bereikte zijn hartslag pieken van tweehonderd. Het laatste half uur moest hij tot het maximum gaan. De renner verloor achteneenhalve liter vocht. Na een uur fietsen was de verhouding testosteron/epitestosteron in zijn urine 3,5, in het vervolg van de 'koers' kwam dat getal niet boven de 6.

Thijssen realiseert zich dat de omstandigheden in een wedstrijd toch weer anders kunnen zijn. Psychische spanningen kunnen hun invloed hebben, maar hun effect is in het laboratorium niet te meten.

Bijnierschors

De laatste mogelijkheid die overblijft om de onschuld van Theunisse aan te tonen ligt in de concentratie epitestosteron. Bij de dopingcontroles waarbij Theunisse werd betrapt was zijn testosterongehalte niet zo hoog vooral het epitestosterongehalte was laag. Ook dat levert een hoge verhouding. Het is niet goed bekend waar epitestosteron vandaan komt, maar waarschijnlijk is het een afbraakprodukt van het hormoon androsteendion dat voor het grootste deel in de bijnierschors wordt gemaakt. Als die tijdelijk niet werkt, maar met de testosteronproduktie is niets mis, dan schiet de gevreesde verhouding boven de zes.

Thijssen heeft een hypothese voor de slechte werking van de bijnieren. Corticosteroiden zijn ontstekingsremmende middelen, die ook wel als doping worden gebruikt. Ze werken wellicht euforie-opwekkend, de sporter denkt alles te kunnen, maar op den duur krijgt hij er slappe spieren van.

Corticosteroiden worden ook door ons lichaam gemaakt, en wel in de bijnierschors, onder invloed van het hormoon ACTH uit de hypofyse. Net als bij de testosteronproduktie wordt de aanmaak gestaakt bij hoge concentraties in het bloed. Bij gebruik van corticosteroiden stopt, in een tragere reactie bij langdurig gebruik, ook de produktie van androsteendion. En daardoor kan het gehalte epitestosteron in de urine teruglopen.

Thijssen gaat dat experiment eerst met een aantal proefpersonen uitvoeren.

Dopinglijst

Waarom mannelijke wielrenners geen testosteron mogen gebruiken, is Thijssen overigens een raadsel. ' Ik vind dat het voor volwassen mannen niet gevaarlijk is. Het staat terecht op de dopinglijst omdat anders iedere idioot het aan een kind of een vrouw kan geven. Maar bij volwassen mannen, die zelf al testosteron maken, bereik je niet veel met testosteron. Ik heb zelfs mijn twijfels over de risico's van het gebruik van testosteron. Donike heeft die ook, zei hij in Zurich.'

' Wanneer je mannen heel lang en zwaar belast daalt het testosterongehalte. Het idee is dat het herstel van het lichaam daarna langer zou duren dan bij normaal testoteron-niveau', zegt Thijssen. ' Maar testosteron is niet prestatiebevorderend. Alle experimenten die gedaan zijn om te bewijzen dat synthetische anabole steroiden en testosteron prestatieverhogend werken, hebben nooit iets aangetoond. Dat in de Tour de France testosteron verzwakte renners doet herstellen is ook nooit aangetoond. Heel veel testosteron-effecten zijn volgens mij placebo-effecten. Dat het op termijn van jaren iets doet zal wel zo zijn, want de gemiddelde man heeft meer spieren dan de vrouw. En die verschillen ontstaan in de pubertijd als de testosterongehalten bij jongens omhoog gaan en bij meisjes laag blijven.'

Thijssen heeft tijdens de hoorzitting in Zurich Donike ten overstaan van vijf juristen geprobeerd ervan te overtuigen dat het niet is bewezen dat testosteron de ratio van Theunisse omhoog stuwt. ' Voorlopig heb ik alleen bereikt dat ze zijn gaan twijfelen. Het is zeker geen gewonnen zaak, maar ook niet verloren. Anders hadden ze het wel gezegd.'