VOLLEYBAL OOK MET BENEN EN VOETEN

Volleybal is met 150 miljoen beoefenaars een van de grootste georganiseerde sporten ter wereld en het heeft de laatste jaren ook als kijksport enorm aan populariteit gewonnen. Toch is dr. Ruben Acosta Hernandez, de Mexicaanse president van de Federation Internationale de Volley-Ball (FIVB), nog niet tevreden. Hij zegt jaloers te zijn op sporten als voetbal en tennis, maar ook op een popgroep als The Rolling Stones.

Ruben Acosta bezocht onlangs in Tokio een concert van de Rolling Stones. 'Ik hou helemaal niet van The Stones. Het is herrie, heel veel herrie en geen geweldige stem. Toch zaten de tribunes vol. Dat komt omdat de promotor het goed heeft weten te verkopen en het publiek is daar gevoelig voor. Dat moet bij ons ook lukken, want volleybal is een echte grote show', zegt Acosta.

De 56-jarige Acosta, ambitieus tot in zijn tenen, is er heilig van overtuigd dat volleybal als publiekssport kan concurreren met voetbal en dan met name op televisie. Acosta vindt het aantal camera's dat bij het volleybal wordt gebruikt ontoereikend. 'Daardoor lijkt het soms heel vervelend', zegt hij. 'Met tien of twaalf camera's wordt het een spektakel.' Acosta heeft het inmiddels al voor elkaar gekregen dat bij de Olympische Spelen van 1992 de volleybalwedstrijden door acht camera's zullen worden gevolgd.

Voor Ruben Acosta gaat vrijwel niets te ver om de sport 'kijkvriendelijk' te maken. Hij introduceerde bijvoorbeeld al het zogenaamde rally-pointsysteem in de vijfde set, waardoor de beslissing in de wedstrijd snel valt. Acosta's volgende idee betekent een nog grotere revolutie. De Mexicaan voelt er veel voor om de volleyballers de bal ook met de benen en voeten te laten spelen. Die gedachte wil hij binnenkort de spelregelcommissie van de FIVB voorleggen. 'De verdedigers hebben het moeilijk', legt Acosta uit. 'De bal wordt soms met een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur geslagen. Om de ploegen defensief meer kans te geven zouden ze de bal ook met het onderste deel van het lichaam kunnen opvangen. Het maakt het spel misschien ook voor de kleinere spelers aantrekkelijker. 'Maar', voegt hij er aan toe, 'ik besef dat het veel tijd kost om deze regelwijziging erdoor te krijgen.'

Ruben Acosta, afgestudeerd aan de rechtenfaculteit van Mexico Stad, heeft zeker niet alleen vrienden in het volleybal. Velen vinden hem te ambitieus en te commercieel. Zijn aanhangers zijn echter in de meerderheid. Zij wijzen op de vele veranderingen die er de laatste jaren onder het bewind van Acosta hebben plaatsgevonden. In Lausanne, waar ook het hoofdkwartier van de Internationale Olympisch Comite (IOC) zich bevindt, staat het riante onderkomen van de FIVB. Voor Acosta's tijd moest de federatie zich in Parijs behelpen met een kantoortje dat slechts via de keuken van een bakkerij te bereiken was. Ook riep de voorzitter de World League in het leven en binnen een jaar is het prijzengeld daarvoor al van een naar twee miljoen gulden gestegen. Over vier jaar moet dat tien miljoen gulden zijn. Volgens Acosta bestaat de kans dat de World League het wereldkampioenschap na 1998 overbodig zal maken.

Opvolger

In 1992 is Ruben Acosta acht jaar FIVB-president. Oorspronkelijk zou hij dan moeten aftreden. Speciaal voor Acosta werden echter de statuten gewijzigd zodat hij straks in ieder geval nog eens voor vier jaar kan worden gekozen. Acosta wil wel aan het bewind blijven en persoonlijk op zoek gaan naar een geschikte opvolger voor na 1996. Hij zegt geen functie bij het IOC zijn naam is gevallen als opvolger van president Samaranch te ambieren. Daarbij legt hij zijn hand op zijn hart. 'Volleybal is mijn leven en heeft al mijn aandacht nodig.' Hij reist als ambassadeur van het volleybal de hele wereld rond. Acosta: 'Ik ben op drie plaatsen in de wereld thuis; in Mexico, in Zwitserland en in het vliegtuig.'

Over het verloop van het wereldkampioenschap in Brazilie kan Ruben Acosta niet tevreden zijn. De organisatie is chaotisch, de faciliteiten zijn verouderd en de zalen waren vrijwel leeg op het moment dat het thuisland niet speelde. Acosta: 'Wij willen als FIVB in de toekomst invloed hebben op zaken als de toegangsprijzen en de promotie-activiteiten.' Hij wordt tijdens het WK als een president van een bevriende staat behandeld. Acosta heeft in twee hotels de mooiste suite en de aangrenzende appartementen tot zijn beschikking, krijgt permanente bewaking in Rio de Janeiro en hij wordt in een limousine naar de wedstrijden en congressen gereden.

Zijn echtgenote Malou vergezelt Acosta daarbij. Zij wijkt geen moment van zijn zijde, waakt over de agenda en houdt bij de vele afspraken van haar man de klok in de gaten. Malou Acosta is een charmante verschijning met vooral een zeer uitgebreide garderobe. 'Zij weet net zoveel van volleybal als ik', zegt Ruben Acosta. Zij was vroeger lid van de nationale zwemploeg van Mexico en speelde ook volleybal. 'Ik was een spiker (aanvaller, red.)', vertelt ze zelf. En met een lach op het gezicht wijzend naar haar man: 'Hij was spelverdeler. Hij is het intelligente deel van ons.'

Hoog net

Ruben Acosta kwam voor het eerst als 12-jarige jongen in contact met volleybal. 'Ik stond toen onder een net. Dat vond ik zo ontzettend hoog. Ik kon niet begrijpen dat mensen daar iets mee konden doen. Ik speelde destijds honkbal. Maar op de middelbare school vroeg een voetbalkeeper die een enorme sprongkracht had me of ik bij het volleybal zijn spelverdeler wilde worden. We zijn drie uur per dag gaan trainen. We vormden op den duur een hecht duo. Toen heb ik gemerkt dat volleybal vrienden maakt en dat het voor eendracht en teamgeest zorgt.'

Op bestuurlijk niveau is de voorzitter van de NeVoBo, Piet de Bruin, de rechterhand van Acosta. Het tweetal kan uitstekend met elkaar overweg. 'Hij is een hoogbegaafde vent', zegt De Bruin over Acosta. 'Hij denkt zeer commercieel. Dat zorgt ervoor dat hij veel vijanden heeft. Maar vooral respect is bij Acosta op zijn plaats. Voor zijn periode als president had de FIVB twee miljoen Zwitserse francs op de bank staan, momenteel is dat vijftig miljoen.'

Acosta is op zijn beurt ook vol lof over De Bruin, maar over een punt spreekt hij de eerste man van de Nederlandse bond af en toe verwijtend aan. De president zou graag zien dat Nederland een sterke nationale competitie krijgt. 'Ik heb veel respect voor de Nederlandse ploeg', zegt Acosta. 'Maar het is toch jammer dat door het model een speler als Zoodsma er niet bij is en dat geldt ook voor die lange, Posthuma, die heeft laatst in Singapore een geweldige show gegeven. Ik denk dat Nederland met zijn sterkste opstelling zich bij het WK op het niveau van Cuba en Italie had bevonden.'