Verzuring door landbouw blijkt tweemaal hoger

DEN HAAG, 29 okt. De neerslag van ammoniak op de Nederlandse bossen is veel groter dan de ministers van landbouw en van milieubeheer vorige week meldden in de kabinetsnota over de verzuringsproblematiek. De neerslag van de zure regen is voorzover het om door de boeren veroorzaakte ammoniak-emissies gaat, twee maal zo groot als tot nu toe werd aangenomen.

Dat zegt drs. J. Fransen van de Stichting Natuur en Milieu over de uitkomsten van een onderzoek van het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieuhygiene (RIVM) naar de verzuring in Nederland. Het eindrapport van deze studie die door het RIVM, de Landbouwuniversiteit Wageningen en diverse andere instellingen wordt gedaan, wordt begin 1991 verwacht.

Volgens Fransen blijkt uit het rapport dat de agrarische sector de grootste verzuurder van de Nederlandse bossen is en dat meer dan 30 procent van de totale neerslag of depositie van verzurende stoffen van de landbouw afkomstig is. Tot nu toe werd dit aandeel op 17 procent geschat. De andere verzuringsbronnen, zwaveldioxyde (SO) en stikstofoxyden (NOx), dragen volgens de nieuwste gegevens nog maar dertien procent bij, terwijl ruim vijftig procent van de zure regen zijn oorsprong in het buitenland zou vinden.

Uit deze gegevens concludeert de Stichting Natuur en Milieu dat het verzuringsprobleem veel krachtiger moet worden bestreden. Vooral in de agrarische sector zijn volgens Fransen harde ingrepen nodig. Een fikse inkrimping van de veestapel is volgens hem onvermijdelijk. Volgens Natuur en Milieu kan alleen een ingrijpende beleidswijziging op korte termijn nog voorkomen dat de bossen met dramatische verzuringsgevolgen te maken krijgen. Fransen meent dat verkleining van de veestapel gerealiseerd kan worden door een vleesquotering en een goede regeling voor bedrijfsbeeindiging voor boeren in te stellen.