Vakbond kritiseert gang van zaken Furness

ROTTERDAM, 29 okt. De Vervoersbond FNV vindt dat de groep aandeelhouders die onder leiding van het Amerikaanse beleggingsfonds Fidelity oppositie voert tegen het bod dat het havenconcern Pakhoed op branchegenoot Furness heeft uitgebracht, niet handelt in het belang van de werknemers van beide Rotterdamse bedrijven.

De Vervoersbond zegt dat de dwarsliggende aandeelhouders die ongeveer twintig procent van de aandelen Furness in handen hebben en het bod van Pakhoed te laag vinden, 'over de rug van de werknemers oppositie voeren voor profijt op korte termijn'.

Volgens de Vervoersbond heeft Fidelity, dat zelf een belang van vijftien procent in Furness zegt te hebben, uit speculatieve overwegingen aandelen in het Rotterdamse bedrijf gekocht omdat het verwachtte dat Furness zou worden overgenomen. De Vervoersbond is bang dat de fusie nu misschien niet doorgaat en dat dan de werknemrs van vooral Furness de dupe zijn. 'De transactie biedt meer zekerheid voor de werknemers van Furness en op langere termijn voor iedereen bij de gefuseerde groep', aldus een woordvoerder van de FNV-bond.

Pakhoed biedt voor twee aandelen Furness een aandeel Pakhoed plus 130 gulden in contanten. Uitgaande van de koersen van beide fonsen rond het middaguur, betekent dat per aandeel Furness ongeveer 163,50 gulden. Volgens de Amsterdamse Investeringsbank (AIB) die de oppositie vertegenwoordigt, zou Pakhoed gezien de intrinsieke waarde daarvan minimaal 200 gulden voor de aandelen Furness moeten bieden. De AIB vindt dat bij het bod van Pakhoed een aantal deelnemingen, waaronder het belang van 50 procent in het Antwerpse opslagbedrijf Clearing en Storage en dochteronderneming Theodora Tankers van Furness, te laag zijn gewaardeerd.