Twents ziekenhuis behandelt spoedgevallen uit Duitsland; Voorgewonden is Europa al een

ENSCHEDE, 29 okt. Het Duitse ambulancepersoneel snelt bij het bord spoedgevallen het ziekenhuis in Enschede binnen. 'Jullie weten de weg', vraagt de portier nog. 'Jaja', klinkt het in de verte. Er is geen tijd te verliezen. Een dergelijk tafereel valt regelmatig waar te nemen bij Medisch Spectrum Twente. Voor gewonden is de Europese eenwording al een feit.

Het ziekenhuis werd enige jaren geleden benaderd door de helikopter-reddingsdienst in Rheine met de vraag of men spoedgevallen ook in Enschede kon afleveren. De intensive care afdelingen in Osnabruck en Munster waren vaak vol. De spoedgevallen waren welkom. Inmiddels krijgt het Twentse ziekenhuis zo'n dertig tot veertig Duitsers per jaar binnen. Dat lijkt volstrekt te verwaarlozen op een totaal van 25.000 patienten per jaar, maar het gaat wel om slachtoffers met zeer ernstige verwondingen. 'Vaak zijn er twee, drie, soms wel vier intensive care bedden bezet door Duitsers', aldus J. Landman, secretaris van de Raad van Bestuur. Het ziekenhuis heeft maar twaalf intensive care bedden.

Het zijn niet alleen ernstige spoedgevallen die uit Duitsland naar Enschede komen. Ook voor hoogwaardige voorzieningen als CT-scanning en vaatchirurgie wordt een beroep op het Twentse ziekenhuis gedaan. Het gaat dan om patienten die door een klein ziekenhuis aan de andere kant van de grens worden doorgestuurd. Enschede is immers vaak veel dichter bij dan Munster. Per jaar worden zo een kleine honderd Duitsers doorverwezen naar Twente. Ook dat is in absolute zin niet veel, maar ze leggen wel een zwaar beslag op enkele faciliteiten. Bij de capaciteitsplanning is namelijk geen rekening gehouden met Duitse patienten.

'We maken ons vooral zorgen om de toekomst', aldus Landman. 'Nu sluiten Duitse ziektekostenverzekeringen behandeling in Nederland uit behalve als dat noodzakelijk is, zoals in geval van acuut levensgevaar. Normaal gesproken mag een patient uit Gronau net over de grens niet naar Enschede. Als er na 1992 minder belemmeringen zijn, zouden er hier wel eens veel meer Duitse patienten kunnen komen. Dan krijgen we te kampen met forse capaciteitsproblemen op onze hoogwaardige voorzieningen.'

Het is nu eenmaal zo dat er achter de grens een brede strook platteland ligt met alleen maar kleine plaatselijke ziekenhuizen. Middelgrote ziekenhuizen zijn er niet in de regio, zodat een Duitse patient voor een ingewikkelde behandeling, zoals haemodialyse of radiotherapie, naar het academisch ziekenhuis in Munster moet.

Bij de vaststelling van de capaciteit van een ziekenhuis wordt geen rekening gehouden met een buitenlands achterland. En een ziekenhuis mag ook niet op eigen houtje de capaciteit uitbreiden: die is gebonden aan de erkenningsbeschikking van het ministerie van WVC. Het ziekenhuis krijgt ook geen extra geld voor de behandeling van buitenlandse patienten; sterker nog, die kosten geld.

Idealiter zou dat niet hoeven. Duitse ziekenfondspatienten die een formulier E111 op zak hebben, hebben hier recht op precies dezelfde hulp als Nederlanders, maar alleen voor zover die hulp spoedeisend is. E111 is een typisch vakantiegangersformulier, waarmee bijvoorbeeld een Nederlandse skier ook in Italie zijn been in het gips kan laten zetten. Als er geen sprake is van spoed, moet het Duitse ziekenfonds toestemming geven voor behandeling in Nederland. De patient krijgt dan een ander formulier mee, E112 geheten. Als de formulieren in orde zijn, komt de betaling snel in orde.

Het ziekenfonds ANOZ in Utrecht verzorgt de afhandeling van declaraties van Nederlandse ziekenhuizen voor buitenlande patienten. Als de formulieren inorde zijn, krijgt het ziekenhuis normaal gesproken in een week of vier zijn geld, aldus mevrouw P. van Broekhuizen, directeur binnenscheepvaart/ buitenland van ANOZ. Dat geld wordt door ANOZ voorgeschoten ten laste van de algemene kas van de ziekenfondsen. De afhandeling met het buitenlandse ziekenfonds kan veel langer duren, maar met Duitsland of Belgie is dat zelden het geval, is de ervaring van Van Broekhuizen.

ANOZ verwerkt jaarlijks voor 30 a 35 miljoen gulden aan declaraties voor buitenlandse ziekenfondsen. Verreweg het grootste deel daarvan gaat naar Duitsland (12,75 miljoen in 1989) en Belgie (11,25 miljoen in 1989). Afspraken over de afhandeling van ziekenfondspatienten in het buitenland worden door de nationale overheden gemaakt. De ANOZ voert ze alleen maar uit.

Niet elke patient heeft een formulier E111 of E112 op zak, is de ervaring in Enschede. Dan komen de problemen. Spoedgevallen die via de reddingsdienst binnenkomen, hebben vrijwel nooit zo'n formulier bij zich. Dat hoeft ook niet per se: het formulier kan ook na opname worden verstrekt. Alleen, als de patient bijvoorbeeld tijdens de operatie overlijdt is dat lastig. Men zou dan de familie moeten benaderen met het verzoek zo'n formulier aan te vragen. Die familie heeft dan echter wel wat anders aan het hoofd. Veelal laat het ziekenhuis het er dan maar bij zitten, aldus Landman. Dat betekent dat de rekening niet betaald wordt.

Wat ook wel gebeurt is dat een slachtoffer van een ongeval niet verzekerd blijkt. Hij heeft dan meestal ook geen geld om de behandeling zelf te betalen. In zulke gevallen kan de sociale dienst bijspringen, maar welke? Landman noemt het geval van een Duitser van wie een been werd afgezet na een ongeval: kosten inclusief vervolgbehandeling vijftigduizend gulden. De sociale dienst in Enschede en die in Duitsland schoven elkaar de zwarte piet toe. Landman: 'Het ziet ernaar uit dat ze geen van beide betalen. Dan is die vordering niet inbaar.'

Om zulke problemen te vermijden zijn ziekenhuizen en verzekeraars uit de grensstreek rond Enschede, de Euregio, een half jaar geleden om de tafel gaan zitten. Landman: 'Als ziekenhuis hebben wij geen offensieve strategie naar Duitsland, maar gezien onze ligging kunnen we ook geen afwachtende houding innemen.' Er ligt inmiddels een conceptplan, waarin onder meer sprake is van een regionaal vereveningsfonds dat het verschil tussen de tarieven in beide landen bijpast. Verzekeraars en ziekenhuizen betalen eraan mee en er is subsidie aangevraagd bij de EG. Een dag in een Duits ziekenhuis liggen is qua tarief veel goedkoper dan een dag in een Nederlands ziekenhuis. Dat komt doordat in Duitsland investeringen zoals gebouwen uit de algemene middelen worden betaald en dus niet op de tarieven drukken. Hier zijn afschrijvingen op investeringen in de tarieven verdisconteerd.

Andere plannen in de Euregio behelzen het inventariseren van de behoefte aan behandelingen over de grens en het bestuderen van de mogelijkheden om daar personeel te werven. Als de grensoverschrijdende patientenstroom groeit moet er bij de capaciteitsplanning rekening worden gehouden met het Duitse achterland, meent Landman: 'Als je dat doet, zou je de kosten daarvan ook in rekening moeten brengen in Duitsland. Dat vergt bereidwilligheid van beide kanten.'

Dit is het laatste deel van een serie. De vorige delen verschenen vorige week vrijdag en zaterdag.