Oost-Europabank biedt hoog salaris

ROTTERDAM, 29 okt. De nieuwe Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa zal voor belangrijke staffuncties hogere salarissen betalen dan gangbaar zijn bij de Wereldbank of andere multilaterale ontwikkelingsbanken.

De salarisstructuur is vorige week vastgesteld op een vergadering van ambtenaren van de lidstaten van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (in het Engels afgekort tot EBRD) in Londen. Naast een basissalaris en de gebruikelijke secondaire voorzieningen zullen hoge stafleden een bonus krijgen, gebaseerd op hun prestaties, en een marktpremie op individuele basis voor schaarse deskundigheid.

Voor deze hogere beloningen is gekozen om de salarisstructuur van de EBRD vergelijkbaar te maken met die in het particuliere bankwezen. De Ontwikkelingsbank wil zoveel mogelijk als een particuliere bank werken en zal zestig procent van zijn leningen aan particuliere bedrijven in Oost-Europa verstrekken. Daarom, zo is besloten, moeten de topsalarissen van de EBRD concurrerend zijn met die van bankiers.

De salariskosten worden bovendien opgedreven omdat de kosten van levensonderhoud in Londen, de vestigingsplaats van de EBRD, hoger zijn dan in Washington waar de Wereldbank is gevestigd. De EBRD is nog op zoek naar een definitieve lokatie in Londen, maar omdat de kantoorhuren in Londen de hoogste van Europa zijn, zullen de huisvestingskosten aanzienlijk zijn.

Mede door deze hoge kosten verwacht de EBRD in het eerste jaar van zijn bestaan een aanloopverlies van 30 miljoen ecu (70 miljoen gulden). Ter beperking van de kosten is onder meer afgesproken in het eerste jaar waarin de bank functioneert, het aantal uitvoerend directeuren en hun staf te beperken. In het tweede jaar moet de bank winst maken.

In tegenstelling tot een vergadering van de EBRD deze zomer, waarbij de aangewezen president van de bank, Jacques Attali, woedend de bijeenkomst verliet, is de bijeenkomt van vorige week in grote harmonie verlopen. Volgens zegslieden heeft Attali zich heel constructief opgesteld, stond hij open voor argumenten en was hij bereid compromissen te sluiten.

De EBRD zal officieel op 1 maart 1991 zijn werkzaamheden beginnen met 41 lidstaten. De DDR, die nog mede-ondertekenaar was bij de oprichting van de bank, heeft opgehouden te bestaan. Het verenigde Duitsland heeft gezegd de aandelen van de ex-DDR niet te zullen overnemen, zodat de Duitse stem in de bank niet groter wordt. De aandelen van de DDR kunnen te zijner tijd aan nieuwe leden van de bank worden toegewezen.

De Nederlandse regering heeft inmiddels een wetsvoorstel voor deelname in de EBRD naar het parlement gestuurd. Het Nederlandse aandeel in de bank bedraagt 2,48 procent. De EBRD zal de beschikking krijgen over een kapitaal van in totaal 10 miljard ecu (23 miljard gulden). De bank heeft als opdracht de financiering van projecten die de markteconomie bevorderen in Oosteuropese landen waar de democratie is hersteld.

Volgend jaar maart zal een officiele openingsplechtigheid in Londen worden gehouden in aanwezigheid van de ministers van financien en van buitenlandse zaken van alle aangesloten landen. Voordat het vuurwerk bij die gelegenheid kan worden ontstoken, moet nog een beeldmerk voor de nieuwe bank worden ontworpen. Attali heeft daarvoor een wedstrijd uitgeschreven en alle ontwerpopleidingen in de aangesloten landen uitgenodigd mee te doen.