Oekraiense nationalisten zijn verlegen met hun succes

KIEV, 29 okt. Huilend staat ze met haar bloemetjeshoofddoek dichtgeknoopt, ongeveer zeventig jaar oud, stiekem tussen de gestrande trolleybussen te luisteren naar de flarden die uit de heilige Sofia-kathedraal naar buiten komen. Binnen preekt haar Russisch-orthodoxe patriarch Aleksei II. Maar ze kan, nauwelijks een maand nadat de vrijheid van godsdienst in de Sovjet-Unie ook wettelijk is vastgelegd, niet naar binnen. Oekraiense nationalisten hebben de kerk met een menselijk cordon afgegrendeld.

Dat de kathedraal, die onder het communistische bewind slechts de status van museum had, nu voor het eerst weer als godshuis dienst doet voor een mis van nota bene de leider van de orthodoxie, is een provocatie van de eerste orde. De kerk behoort toe aan de Oekraiense Autokephalen, aan niemand anders. Hun metropoliet, de 92-jarige Mistislav, is bovendien juist dezer dagen uit zijn Amerikaanse ballingschap naar Kiev overgekomen om er de nationale onafhankelijkheidsbeweging Roech in te zegenen. De liturgische verschillen tussen de Russische orthodoxie en de Oekraiense zijn gering. Daar gaat het dan ook niet om. Aan de orde is veeleer het 'nieuwe' Oekraine dat zich nu op alle fronten wil bevrijden van het 'Russische imperialistische juk'.

Ordedienst

Het is daar op het plein in Kiev gistermorgen niet bepaald een alledaags gezicht: zo'n demonstratie van een paar duizend ouderen en bejaarden en slechts enkele jongeren. Dat de jongerenbeweging begin deze maand tot een hongerstaking overging om de regering tot aftreden te bewegen, een actie die tien dagen geleden met succes werd bekroond, is zelfs grotendeels langs de nationalisten van Roech heengegaan. Oekraiens nationalisme is tot nu toe namelijk vooral een zaak geweest van ex-dissidenten boven de middelbare leeftijd, zo klaagt Serge Donije, een van de studentenleiders.

De beweging weet eigenlijk nog steeds niet goed wat ze met dit succes aanmoet. Een week domineerde de euforie. Het resultaat dat de studenten woensdag 17 oktober hadden weten te boeken, was immers ongekend. Niet alleen had premier Masol onder deze druk moeten aftreden, ook de andere eisen (een referendum over de vraag of er een half jaar na de vorige nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden, geen Oekraiense dienstplichtigen meer buiten de republiek, volledige onafhankelijkheid buiten het Unie-verdrag waarover nu wordt onderhandeld en confiscatie van de bezittingen van de partij en de jongerenorganisatie Komsomol) had de door de communisten gedomineerde Opperste Sovjet toen ingewilligd.

Haarscheurtjes

De afgelopen dagen moest Roech echter weer op aarde terugkeren. Tot de overwinning van tien dagen geleden had de beweging eensgezind kunnen zijn in haar afwijzing van de communistische macht. Nu doemt het perspectief van eigen macht op en dat stelt andere eisen. Op haar tweede nationale congres, dat donderdag uiteraard in jubelstemming was begonnen (werkelijk elke rede werd afgesloten met de slotclaus 'Leve de Oekraine') kwamen de eerste haarscheurtjes al aan het licht. Slechts met moeite wist Roech de eenheid te bewaren rondom het hachelijkste thema van het congres: de vraag of communisten wel lid mogen zijn van de beweging. Als groep worden ze uitgesloten omdat ze deel uitmaken van de 'buitenlandse communistische partij'. De toelating van individuele communisten wordt overgelaten aan de plaatselijke afdelingen, zo luidde het compromis na een debat waarin menige delegatie met opstappen dreigde.

Een nieuwe voorzitter kon ze vervolgens ook niet vinden, zodat oprichter en dichter Ivan Drats, die eigenlijk had willen aftreden om zich geheel te kunnen wijden aan zijn parlementaire werk, zich gedwongen zag nog een termijn aan te blijven, zij het omringd door maar liefst vijftien vice-voorzitters die alle politieke en regionale stromingen vertegenwoordigen. En ook het nieuwe en veel radicalere programma werd er na vier dagen congresseren niet concreter op.

Over de doelen bestaat geen misverstand. Van een nieuw Unie-verdrag met Rusland kan geen sprake zijn. 'In hun democratisering moeten we niet geloven. Het zijn de stuiptrekkingen van het laatste koloniale imperium ter wereld', aldus Gorin, de secretaris van Roech die voorzitter had moeten worden. In de economische hervormingen zien de Oekraiense nationalisten evenmin heil. Dat zijn volgens Drats slechts 'onbegrijpelijk economische modellen die tot doel hebben het bankroet van het centrum te maskeren, pogingen de politieke dictatuur van Moskou te vervangen door een economische'. En het idee van de schrijver Aleksandr Solzjenitsyn om de drie slavische republieken (Rusland, Wit-Rusland en de Oekraine) in een federatie samen te brengen, is helemaal 'onacceptabel'. In de woorden van Dimitro Pavlitsko, ook dichter en voorzitter van de als gematigd bekende staande Democratische partij: 'Achter ons staat duizend jaar geschiedenis, achter de Russische chauvinisten staan louter dubieuze renegaten'.

Eigen krijgsmacht

Hoe het onafhankelijke Oekraine er zal uitzien, is globaal ook geen punt van meningsverschil. Het moet een markteconomie worden, een staat zonder kerncentrales (Tsjernobyl is een nationaal trauma), met vrije ondernemingen, vrije boeren, een eigen munt, gymnasia en een sterk conventioneel bewapend leger. Vooral die eigen krijgsmacht leeft. De Oekrainse dienstplichtigen worden nu in het Sovjet-leger zo getreiterd, dat menig jongen deserteert of zelfs de hand aan zichzelf slaat. Overal in het land zijn 'moedergroepen' actief. In Lvov, de hoofdstad van het westelijke Galicie waar Roech de meerderheid heeft, worden dienstweigeraars sinds een paar weken niet als 'deserteurs' maar als 'vluchtelingen' opgevangen. De kolonel die ongevraagd een vlammend en niet bijster bezonnen pleidooi hield tegen het Sovjet-leger, met zijn communistische commandanten, wist de zaal vrijdag in dit gemoed zo op te zwepen dat hij zich vanaf het podium direct in het congrespresidium wist te praten, waar de leiding van Roech hem aanvankelijk liever niet in had willen hebben.

Maar daarmee houdt de eenheid op. De tegenstellingen die afgelopen weekeinde op het congres in Kiev de kop opstaken, waren van velerlei aard. De spanning tussen Oost en West blijkt veel groter dan Roech lief zou zijn. Het westelijk deel van de Oekraine is pas in 1939 als uitvloeisel van het Molotov/Ribbentrop-pact door de Sovjet-Unie geannexeerd en heeft bovendien een Grieks-katholieke bevolking, wier Uniatenkerk nu bezig is op grote schaal eigenhandig kerken op de orthodoxen te heroveren. Het Oostelijk deel is altijd deel geweest van Rusland, sterker, voelt zich het eigenlijke hartland omdat Kiev tien eeuwen geleden de eerste hoofdstad was van het orthodox-christelijk rijk. In hun verzet tegen de Russische kerk zijn ze het eens, maar tussen de Autokephalen en Uniaten broeit het ook. Niet voor niets werd op het congres regelmatig bezwerend opgeroepen tot religieuze tolerantie. 'Hou van God, niet van een godsdienst'. 'Oekraine heeft maar een God'.

Deze geografische spanning uit zich binnen Roech heel praktisch. De beweging is groot geworden in het Westen. In het Oosten, waar de zware industriele centra zich bevinden, moet niet alleen een grote achterstand worden ingelopen, maar kan ze het zich ook niet veroorloven de substantiele Russische minderheid te schofferen. Daar kan je nog niet ongestoord met het Oekrainse blauw-gele vlaggetje op je revers lopen. En in de hoofdstad Kiev, waar de partijbureaucraten onder leiding van de Brezjnev-adept Tsjerbitski decennia aan de draadjes hebben getrokken en waar tot een jaar geleden nog nauwelijks sprake was van een onafhankelijkheidsbeweging, is Roech de laatste tijd zo snel gegroeid dat de meeste leiders amper weten wat ze met hun nieuw verworven prestige moeten doen. Al was het maar omdat er in Oost en West een levendig wantrouwen bestaat jegens de hoofdstad. 'We moeten het centrum Moskou niet vervangen door het centrum Kiev', zoals enkele keren werd gezegd op het Roech-congres.

Roech kan bovendien, nu ze verantwoordelijkheden heeft, niet meer om de vraag heen hoe ze haar macht gaat aanwenden. Werkt ze binnen de Sovjets, die ook in de Oekraine worden gezien als 'koloniale' bestuursorganen, of streeft ze zo snel mogelijk naar bijvoorbeeld een Constituerende Assemblee die de heroprichting van de oude nationale Rada zou kunnen voorbereiden? Het zijn vragen die vooral de jongeren in Roech bezighouden. Jonge leiders als Donije en Serge Konjev (een 35-jarige Rus uit het oostelijke Donetsk en een van de vice-voorzitters van Roech) hielden de beweging voor dat ze een 'concept' ontbeert en dat ze nu dus snel concrete ideeen voor staatkundige wetgeving moet gaan uitwerken. Het zijn, paradoxaal genoeg, juist de ouderen voor wie de herinnering aan vroeger nog levend is die nu in Roech de radicale standpunten vertolken. Hetzelfde gemis doet zich voelen in het economische programma van Roech. De lokale leider Aleksandr Savtsjenko uit Kiev sprak op de eerste dag van het congres optimistisch over een overgangsperiode van maximaal maanden. Daarna zou de markt geheel vrij zijn, met als pikant detail dat de belastingdruk niet boven de 35 procent zou hoeven stijgen. Een ovatie was zijn deel. Fractievoorzitter Igor Joegnovski uit de Opperste Sovjet, die op die spannende woensdag anderhalve week geleden welhaast feilloos tactisch opereerde en daardoor definitief het breekijzer in de communistische meerderheid wist te zetten, waarschuwde daar vervolgens tegen. De overgang zal lang duren en gepaard moeten gaan met staatsinterventie om te voorkomen dat de mafia en de 'partocratie' profiteren van de privatisering. Maar dat ontlokte de zaal slechts een mager applausje.

En dan is er ook het probleem wat Roech met zichzelf wil. Als brede coalitie van partijen en individuen heeft ze succes gehad. Bij de komende verkiezingen zal de beweging wederom als blok moeten optreden, omdat versplintering de communisten alleen maar in de kaart zou spelen en de tot nu toe geboekte winst dan slechts een 'vodje papier' zal blijken te zijn. Maar desondanks is er aan persoonlijke en partijpolitieke ambities geen gebrek. De voormannen uit Lvov en omstreken claimen de beweging nu al en het aantal 'partijleiders' dat optrad kon ook als een voorbode beschouwd worden voor wat nog gaat komen. Het onvermogen om een opvolger voor Drats te vinden, was daarvoor een signaal.

Of Roech het als eenheid na de aanstaande verkezingen nog lang zal redden, werd zaterdagnacht aan de bar zelfs openlijk in twijfel getrokken. De voorzitter van de 'partijraad' van Roech formuleerde het zo: 'Er waart een geest rond, het spook van de toekomstige nederlagen die de vrijheid ons kunnen gaan bezorgen. God, help dit geknechte land, dit horizontaal en verticaal gespleten volk. Geef ons geduld en de kans om te vergeven'.