Koddige moorden in bestoft kassucces

Ach ja, luidde de mare: Arsenicum en oude kant, dat was leuk, zo wordt er tegenwoordig geen toneel meer gespeeld. Sara Heyblom, eerder dit jaar op hoge leeftijd overleden, moet er honderden keren in hebben geschitterd voor het eerst in 1945, vlak na de bevrijding in het gezelschap van Cor Ruys, vier jaar na de premiere van het stuk in New York. Een ouderwetse thriller met een kluchtige inslag, waarin danig met lijken werd gesold. Bovendien baarde het feit dat twee oude, ragfijne dametjes al die doden op hun geweten hadden, in die tijd extra opzien. Het was vrolijk en morbide tegelijk.

De Hollandse Comedie, in 1988 ontstaan uit de resten van de Haagse Comedie en sindsdien actief op de vrije markt, heeft zich met succes gespecialiseerd in zulk stokoud repertoire. In het eerste seizoen The Mousetrap van Agatha Christie, daarna haar Tien kleine negertjes en nu Arsenicum en oude kant van de Amerikaanse routinier Joseph Kesselring. Het genre vergt grote herenhuizen met draperieen, schoorsteenmantels, vestibules en een joyeuze trap naar boven, benevens acteurs die zich daarin thuisvoelen en de terzijdes zodanig kunnen plaatsen, dat de toeschouwers alles in de gaten hebben en de medespelers niets. Ze dienen hun rol volstrekt serieus te nemen, anders wordt het niets. De situaties, hoe grotesk ook, moeten geloofwaardig blijven. Zo zijn de regels van het spel.

Bij de Hollandse Comedie verstaan ze dat vak. Vaardig en energiek worden hier alle vereiste tics, vreemde accenten en andere gekkigheden vertoond. Ina van Faassen en Elsje Scherjon spelen de dametjes; de eerste met een dribbelloopje, schrandere oogjes boven het brilletje en het hoofd telkens een beetje schuin op de schouders, de tweede wat dromerig en afwezig. Om hen heen maakt iedereen zich op koddig bedoelde wijze druk, alleen de beide tantetjes weten zich gesteund door de overtuiging met hun gifmengerswerk goed werk te verrichten.

Maar al hun inzet kan niet meer verhelen, dat Arsenicum en oude kant een omslachtig verteld stuk patronaatstoneel is geworden, dik bestoft en bespinragd een curiosum uit de oude doos, waarin geen nieuw leven meer te blazen valt. De grappen zijn vervaagd tot flauwiteiten, de misverstanden duren te lang om de spanning vast te houden. Het vroegere kassucces is net zo gedateerd als de knijpkatten, waarmee tijdens een van de scenes enig licht in de duisternis wordt gebracht. Tot dusver heeft de Hollandse Comedie drie keer op safe gespeeld; naar mijn smaak wordt het nu tijd voor een iets avontuurlijker repertoirekeuze.