Iraks strategie om Koeweit-Stad economisch gelijk teschakelen was geen bluf; Saddam exploiteert angst van zijn vijanden

Wat wil Saddam Hussein met het door hem veroverde Koeweit? Waarom klemt de Iraakse president zich hardnekkig vast aan zijn plechtige bekendmaking dat Koeweit de negentiende provincie van Irak is geworden, 'de loot die naar de stam is teruggekeerd'? En waarom laat hij tegelijkertijd diezelfde provincie systematisch kaal plukken?

Wat is het strategische doel van Saddam om de economie en de demografie van Koeweit met allerlei directe en indirecte terreurmaatregelen zo radicaal mogelijk te wijzigen zodat er in Koeweit nog maar 300.000 van de meer dan 600.000 Koeweiti's over zijn? Afgezien van de moorden en martelingen, was een probaat middel de razendsnelle afbraak van de eens zo voortreffelijke medische voorzieningen, die thans voor Koeweiti's niet langer beschikbaar zijn, doch uitsluitend voor de Iraakse bezettingstroepen en hun bondgenoten. Welk nut wordt gediend om de infrastructuur van de nieuwe provincie tot op het bot te ontmantelen?

De grootscheepse roof van goederen, die voor Irak niet van onmiddellijk belang zijn van een gigantisch kermisrad en gekleurde straattegels tot en met de kunstschatten, de verkeerslichten en de straatlantaarns van Koeweit-Stad gaf de Koeweitse ballingen aanvankelijk moed. Zij kwamen tot de conclusie dat alle gepraat over 'de negentiende provincie' uitsluitend bluf was. Saddams acties wezen erop dat hij in feite bereid was Koeweit te verlaten, na het helemaal leeg te hebben gestolen.

De mondelinge toespelingen in Bagdad die keer op keer van officiele zijde onmiddellijk werden tegengesproken, bevestigden die indruk. In laatste instantie zou het Saddam er alleen om gaan het omstreden olieveld Roumailia in het noorden van Koeweit te houden, alsmede de door hem zo begeerde eilandjes Warba en Bubiyan, plus een ruime financiele tegemoetkoming van Koeweit voor de door Irak gemaakte kosten in de oorlog tegen Iran, die volgens Saddam immers ook ter bescherming van Koeweit werd uitgevochten.

Dit beeld leek bevestigd te worden door de nieuwe, officiele landkaarten van Irak en 'de provincie Koeweit' die aan de Iraakse ambassades in het buitenland werden gestuurd. De indruk werd nog versterkt door een massale Iraakse verdedigingslinie langs het gebied dat Saddam onder alle omstandigheden zou willen behouden: precies op de zuidgrens van de provincie Basra die met circa veertig procent Koeweits gebied werd uitgebreid. Saddam zou daarmee impliciet te kennen geven dat hij in het belang van de vrede die hem zo dierbaar is bereid is circa zestig procent van het Koeweit van voor de invasie alsnog te ontruimen.

Correctie

Maar de afgelopen dagen is het vertrouwen dat Saddam goedschiks een deel van het totaal kaal geplukte Koeweit zou willen verlaten aan het wankelen gebracht. De missie van de speciale afgezant van Sovjet-president Gorbatsjov naar Bagdad is, zoals het er nu naar uitziet, op niets uitgelopen. En steeds openlijker zeggen hoge regeringsfunctionarissen in Bagdad dat de Iraakse troepen in Koeweit 'een correctie' hebben toegepast. 'Wij hebben de toestand genormaliseerd. Koeweit-Stad is een normale stad geworden'.

Saddams bedoelingen zijn dus anders dan men aanvankelijk aannam, zeggen Koeweitse ballingen nu. Zij worden in hun mening gesteund door veel Westerse diplomaten in Bagdad. Saddams opzet zou zijn om in elk geval Koeweit-Stad hetzelfde aanzien te geven als elke doorsnee provinciestad in Irak.

Saddam zou zoals zo vele Arabieren die buitengewoon jaloers zijn op de naar hun mening veel te rijke en dikke oliesjeiks van mening zijn dat Koeweit-Stad, evenmin als de andere Iraakse provinciesteden, al die dure hotels en wolkenkrabbers moet hebben, en al die snelwegen en luxe koopcentra. Waarvoor zijn die nodig? Want wat is Koeweit anders dan een gewone havenstad met een paar olievelden niet meer en niet minder? Het hoeft dus ook niet zoveel inwoners te hebben. Het was een totaal abnormale situatie dat Koeweit voordat het weer bij zijn moeder Irak werd gevoegd een inheemse bevolking telde van iets meer dan een half miljoen Koeweiti's die buitensporig veel rechten hadden en bijna anderhalf miljoen buitenlandse gastarbeiders die weinig tot geen rechten hadden. Het Koeweit van voor 2 augustus was dan ook niet anders dan een kind met een waterhoofd.

De operatie van de afgelopen weken had ten doel een eind te maken aan die volgens Saddam zo ongezonde situatie op politiek, economisch en demografisch gebied. In de toekomst zal zoals men zich dat in Bagdad voorstelt Koeweit worden bevolkt door die Koeweiti's die er dan nog zijn, door veel Palestijnen (voor de Iraakse invasie leefden in Koeweit bijna 400.000 Palestijnen en de verwachting is dat er meer zullen binnenkomen) en door de 'Bedoen'-stammen uit Irak die over de grens plachten te trekken en in Koeweit als non-Koeweiti's leefden.

De Palestijnen en de 'Bedoen' hebben in meerderheid de aansluiting van Koeweit bij Irak met enthousiasme begroet en actief meegeholpen aan de eenwording. Zij wezen aan waar zich de vijanden van Bagdad en van de Arabische eenwording bevonden en waar deze lieden hun rijkdommen hadden opgeslagen. De beloning liet niet lang op zich wachten: hun sociaal-economische status is in een klap met sprongen gestegen.

Volgens Koeweitse diplomaten en onafhankelijke waarnemers heeft de PLO zelfs, ondanks haar uitdrukkelijke ontkenningen, militaire manschappen naar Koeweit gestuurd tussen de zeven- en tienduizend man van het PLA, het Palestijnse Bevrijdingsleger, en van diverse PLO-groeperingen die in het dagelijks bestuur van de PLO zijn vertegenwoordigd en tegelijkertijd nauw met Irak zijn verbonden, zoals het Palestijnse Bevrijdingsfront van Abul Abbas en het Arabische Bevrijdingsfront. Zij staan de Iraakse troepen bij in hun taak om de nieuwe provincie te pacificeren.

tk Garanties

De leiding van de PLO hoopt dat als er op het laatste moment toch nog een politieke regeling voor Koeweit wordt gevonden en de door ieder zo gevreesde oorlog wordt vermeden, de PLO en de Palestijnen in de door Israel bezette gebieden de politieke vruchten zullen plukken, en de Koeweitse Palestijnen en daarmee de PLO de economische vruchten.

Maar voordat het zo ver is, moet die politieke regeling eerst worden gevonden. Velen zowel in als buiten Irak, en in toenemende mate nu ook in de VS zijn ervan overtuigd dat een politieke regeling zowel verkiesbaar als een reele mogelijkheid is. Saddam Hussein, zo betogen zij, zal tot het uiterste gaan om oorlog te vermijden. Hij weet dat het Iraakse volk en het overgrote deel van de Iraakse strijdkrachten na de verschrikkingen van de achtjarige oorlog tegen Iran oorlogsmoe zijn.

Als Saddam aan zijn volk kan verkopen dat Irak uit de overval op Koeweit een minimale winst heeft behaald, kan hij zonder al te grote risico's voor zijn overleven een terugtrekking van de Iraakse troepen uit Koeweit bevelen. Het hangt er alleen maar van af welke garanties hij voordien krijgt. Garanties dat er, na de terugtrekking uit Koeweit, geen wraak op Irak wordt genomen, dat het embargo wordt gestaakt en dat Irak niet alsnog economisch en militair wordt gewurgd.

Maar president Bush en premier Thatcher willen vooralsnog die garanties niet geven. Zij stellen dat het Irak van Saddam Hussein hoe dan ook onschadelijk moet worden gemaakt door middel van een oorlog of door middel van een ijzeren ring van de Irak omringende staten. Die ring zal, met hulp van het Westen, er ook in de toekomst voor moeten zorgen dat de Iraakse heerser niet opnieuw een dodelijke bedreiging voor zijn omgeving wordt.

Het Anglo-Amerikaanse duo stelt dan ook dat de dwingende resoluties waartoe de Veiligheidsraad van de VN besloot, geen enkele ruimte tot onderhandelingen toelaten. Er zijn alleen onderhandelingen mogelijk over de wijze en de snelheid waarmee Saddam onvoorwaardelijk Koeweit verlaat.

William Webster, de directeur van de CIA, zei een paar dagen geleden dat de regering-Bush 'geen echt vertrouwen heeft dat het gebied in de Golf ooit weer veilig zal zijn, zolang hij (Saddam) er nog is', tenzij er een macht tegen hem op regionaal gebied bestaat 'of als hij (Saddam) wordt losgemaakt van zijn massa-vernietigingswapens'. Margaret Thatcher zei in andere bewoordingen tijdens de Europese Top van het afgelopen weekeind precies hetzelfde.

Als Bush en Thatcher hun zin krijgen, is het met Saddam gedaan. Daarom probeert hij alsnog om via de Sovjet-Unie en Frankrijk de door hem gevraagde garanties te krijgen. Hij speelt in op de groeiende angst voor de verwoestende uitwerking van een oorlog in het Golfgebied. En hij maakt tevens gebruik van zijn gedwongen 'gasten', de gijzelaars. De Iraakse leider probeert het anti-Saddam-bondgenootschap uiteen te spelen door enkele gijzelaars vrij te laten en de grote meerderheid niet. Hij biedt diverse regeringen, die hij als 'slap' ervaart, aan om hun gegijzelde onderdanen vrij te laten in ruil voor de toezegging dat zij geen oorlog met hem voeren.

Mishandeling

Hoe machtig Saddam zijn gijzelaarswapen ervaart, heeft hij al laten zien in zijn gesprek met de Britse oud-premier Edward Heath. Deze kreeg van Saddam te horen dat de gijzelaars in geval van oorlog mishandeld zullen worden.

Saddam gokt er tevens op dat, naarmate de tijd verstrijkt en de oorlog dichterbij komt, steeds meer bondgenoten van de anti-Saddam-alliantie zullen afvallen. Niet alleen hun angst voor oorlog en hun zorg om de gijzelaars moeten Saddam daarbij helpen, maar ook de Palestijnen in de door Israel bezette gebieden. Zij vervullen een uiterst nuttige functie. Meer dan ooit tevoren zullen zij de intifadah proberen op te voeren; en de regering-Shamir zal daarop alleen maar met nog hardere maatregelen weten te antwoorden. Met als gevolg dat de Amerikanen steeds verder in verlegenheid komen en de anti-Saddam-alliantie steeds verder afbrokkelt.

Het is dan ook zaak voor Saddam om koste wat het kost tijd te winnen en de wereld te tonen dat de sancties tegen Irak weinig tot geen effect sorteren. Vandaar dat hij gisteren opeens zijn minister van oliezaken ontsloeg en de plannen om de benzine te rantsoeneren in de ijskast zette.

Want hoe sterker Saddam zich betoont, des te angstiger worden zijn tegenstanders. Met deze tactiek heeft hij 22 jaar lang op binnenlands gebied succes gehad. En met diezelfde politiek wist hij vele jaren zijn tegenstribbelende Arabische broeders in het buitenland aan zich te binden.

Nu hoopt hij op dezelfde wijze de internationale coalitie tegen hem te intimideren. De grootscheepse militaire versterkingen die hij de afgelopen dagen naar Koeweit liet brengen, tesamen met de installaties die erop wijzen dat Irak, in geval van oorlog, zijn chemische wapenarsenaal zal gebruiken dat allemaal heeft de bedoeling de vijand tot andere gedachten dan oorlog te brengen.

Akkoord verscheurd

Mocht echter het gevaar van een oorlog te groot worden, dan staat Saddam nog steeds de weg open naar een terugtocht. Al eerder in zijn loopbaan wist hij zijn verlies te incasseren om in een later stadium opnieuw toe te slaan. Het duidelijkst toonde hij dat in zijn politiek van vrede en oorlog met Iran.

Toen Saddam op 17 september 1980 het Akkoord van Algiers verscheurde, dat hij vijf jaar tevoren plechtig met de sjah van Iran had gesloten, legde hij de Nationale Vergadering (het parlement van Irak) uit: 'Moed druk je niet alleen uit door goed gebruik van geweer en zwaard op het slagveld. (...) Moed kun je ook uitdrukken door moedige politieke beslissingen van de leiding, ter verdediging van Volk en Natie en ter bescherming van de soevereiniteit. Dit geldt speciaal als deze doelen niet uitsluitend bereikt kunnen worden door het scherp van het zwaard en door de loop van het geweer.'

'De beslissing (van 1975) redde Irak van een ernstig gevaar dat Iraks integriteit, veiligheid en mogelijkheden voor de toekomst bedreigde. Het bood ons volk een kans om zowel zijn revolutie voort te zetten als het proces van opbouw en vooruitgang, teneinde meer macht, meer vooruitgang en meer voorspoed te verwerven. Daardoor wordt Iraks eer en soevereiniteit hoog gehouden en komen de machtige en sterke Irakezen beschikbaar voor de Arabische Natie en zijn glorieuze missie.'

'Zo'n besluit was echter geen capitulatie voor een bittere werkelijkheid, hoewel de werkelijkheid wel degelijk bitter en ernstig was. Maar het was een manier om greep te krijgen op de werkelijkheid door een knap staaltje van leidersschap, waarbij alle omstandigheden en mogelijkheden werden afgewogen.'

Na het uitspreken van deze woorden deelde Saddam de Nationale Vergadering mee dat de tijden en de omstandigheden inmiddels zodanig waren veranderd, dat Irak het Akkoord van Algiers niet langer hoefde te erkennen en dat dus ook niet langer deed. De Grote Leider werd uitbundig toegejuicht. Dat was in september 1980. Twee maanden geleden toonden 's Leiders volgelingen oftewel het ganse Iraakse volk zich even blij en gelukkig met de mededeling dat Irak, terwille van de vrede met Iran, bereid was om het Akkoord van Algiers alsnog te aanvaarden.

Dictators zijn, meer dan anderen, in staat om van de ene op de andere dag van politieke koers te veranderen. Niemand hoeft dan ook te wanhopen dat Saddam niet, toch morgen, overmorgen, volgende maand of volgend jaar opeens besluit dat de zo gewelddadige Iraakse hereniging met Koeweit in het belang van het Iraakse Volk en de Arabische Natie alsnog ongedaan moet worden gemaakt.

Wat er dan nog van Koeweit over is, is een andere zaak.