Hongaarse benzinerevolutie is voorlopig verdampt

BOEDAPEST, 29 okt. Het massale 'benzine-oproer' dat vrijdag in Hongarije uitbrak en waarbij tienduizenden taxi- en vrachtwagenchauffeurs in het hele land met blokkades het openbare vervoer volledig verlamden, is voorlopig bezworen. Gisteravond bereikten vertegenwoordigers van de chauffeurs en van de regering in Boedapest overeenstemming: de benzineprijs, die afgelopen donderdag met 65 procent werd opgeschroefd tot 62 forint (f. 1,70), wordt teruggebracht tot 50 forint (f. 1,37). Voorwaarde was dat de chauffeurs hun wegversperringen voor vanmorgen vroeg zouden opruimen. Dat is inmiddels gebeurd.

Volgens het akkoord begint het parlement vandaag een discussie over nieuwe wetgeving die voorziet in liberalisering van de benzineprijs die voortaan de wereldmarktprijs zal volgen. Omdat de 12 forint waarmee de benzineprijs voorlopig wordt verlaagd geheel uit benzineaccijns bestaat, zal het parlement zich ook moeten uitspreken over de nieuwe hoogte van die accijnzen. De volksvertegenwoordigers moeten die kwesties voor 6 november aanstaande regelen. Daarmee schuift premier Jozcef Antalls regering van het Democratische Forum de verantwoordelijkheid voor de 'benzinecrisis' in feite door naar het parlement en wint zij in deze opgewonden dagen kostbare tijd.

Niemand kan hier bij benadering zeggen hoe hoog een geliberaliseerde benzineprijs zal uitvallen. Niet alleen omdat de hoogte van de benzine-accijns ter discussie staat, maar ook omdat de Golf een onberekenbare regio blijft. Een regeringswoordvoerder zei vorige week dat een benzineprijs van 61 forint per liter een wereldmarktprijs van 29 dollar per vat wierspiegelt. Als dat juist is moeten de Hongaarse taxichauffeurs nog rekening houden met onaangename verrassingen.

De Hongaarse regering besloot vorige week tot een drastische verhoging van de benzineprijs omdat de Sovjet-Unie de aanvoer van gesubsidieerde benzine sinds augustus met een derde heeft verminderd en tegelijkertijd de groeiende olie-importen van elders door de Golfcrisis zeer veel duurder zijn geworden. Bovendien wenst de Sovjet-Unie met ingang van 1 januari aanstaande ook wereldmarktprijzen in harde valuta voor haar olieleveranties.

Toen de regering afgelopen donderdag een benzineprijsverhoging van 65 procent aankondigde, wees zij erop dat er nog maar voor vier dagen benzine in het land was. Niettemin blokkeerden tienduizenden furieuze taxichauffeurs snel bijgestaan door vrachtrijders en particuliere automobilisten vrijdag eerst in Boedapest en later in het hele land doorgaande wegen, waardoor het openbare leven en de bevoorrading van de hoofdstad stagneerden.

Aanvankelijk kregen de chauffeurs veel blijken van sympathie van de bevolking, die ontevreden is over de algehele verlaging van het levensniveau en de aarzelende wijze waarop premier Antalls regering afstevent op een vrije-markteconomie. Maar door gebrek aan transportmiddelen, leeg rakende winkels en een steeds kritischer pers bekoelde dat enthousiasme vrij snel. Werden de actievoerende chauffeurs vrijdag nog door huisvrouwen onthaald op warme thee en gesmeerde broodjes en verzamelden zich toen massa's sympathisanten bij de wegversperringen, zaterdag stonden de actievoerders er veel geisoleerder en kleumend bij.

Het elan van de 'benzinerevolutie' verdampte snel. Zaterdagavond beloofden de taxichauffeurs in ruil voor voortgezet overleg met de regering het verkeer niet langer tegen te houden, maar slechts te vertragen en te 'inspecteren'. 'Onze inkomens kunnen niet verder omlaag', legde taxichauffeur Tibor Bakonyi gisteren uit op de nog voor een deel geblokkeerde Erzsebetbrug over de Donau in Boedapest. 'Er is gewoon geen ruimte meer. Het is onvoorstelbaar hoe de waarde van de arbeid in dit land is gedaald.'

Hij verdient na aftrek van kosten gemiddelde 400 gulden per maand. 'Nu de regering de benzineprijs met 65 procent heeft verhoogd, kunnen de Hongaren zich geen taxi meer permitteren', vreest hij. 'Met de benzineprijzen gaan alle prijzen drastisch omhoog en zal iedereen lijden. Onze boycot is dus een actie voor het hele volk.'

De werkloze ex-telefonist Ference Solymas, die solidariteit kwam betuigen, riep: 'Het geld en ook de dollars uit het buitenland verdwijnen in de zakken van de voormalige communisten en de nieuwe machthebbers. Maar de armen kunnen niet armer worden. Ik leef nu van het maandloon van mijn vrouw van 10.000 forint (280 gulden). Wij hebben drie kinderen en een paar kinderschoenen kost 40 gulden.'

Wat vindt hij van de overgang naar de vrije-markteconomie? 'Dat is een goede zaak, maar je moet beginnen met gematigde aanpassingen en prijsstijgingen. Je kunt niet zoveel druk op de mensen leggen. Velen leven hier al in armoede.' Zijn conclusie: 'De rechtse regering van het Democratische Forum kan de crisis niet aan. Er zitten te veel amateurs en ex-communisten in. We hebben een regering van managers en bankiers nodig die beslissende actie onderneemt.'

Precies 34 jaar geleden groepten Hongaren ook bijeen in het centrum van Boedapest om van een communistisch regime vrije verkiezingen, politieke partijen en het vertrek van Sovjet-militairen te eisen. Dit jaar waren er volop verkiezingen, aan politieke partijen is evenmin gebrek en de terugkeer van Sovjet-militairen naar huis werd gisteren nabij de zuidelijke stad Szekesfeherver zelfs opgehouden door een taxiblokkade.

Wrang? Taxichauffeur Bakonyi: 'Natuurlijk zijn wij nog altijd blij met het vertrek van de Russen en met vrije verkiezingen. Maar er verandert zo weinig. Wij gaven ons vertrouwen aan de regering van president Jozsef Antall. Zij heeft dat beschaamd en moet vertrekken. Het volk heeft perspectief, bemoediging en motivatie nodig. Dat ontbreekt totaal. Daarom moet de (oppositionele) Alliantie van Vrije Democraten de macht overnemen.'

Voor het mooie parlementsgebouw in de hoofdstad was de stemming gisteren radicaal anders. Daar kwamen duizenden aanhangers van het regerende Democratische Forum bijeen met op spandoeken teksten als 'Wij willen orde', 'Weg met de taxi-staatsgreep' of 'Fascisme, nazisme, taxisme'. Een vrouw riep: 'Wij moeten begrijpen dat de regering geen geld heeft. De communisten lieten een lege kas achter. Wij hebben nog benzine voor drie a vier dagen. Als de regering de prijzen niet had verhoogd, hadden de pompen nu droog gestaan.'

Jozsef Papp, een leraar die met een groene Forum-vlag zwaaide, vertelde: 'Ik begrijp die taxichauffeurs wel, maar ik keur hun methoden af. Het land verlammen is barbaars en terroristisch. Het zal leiden tot chaos en stoot de buitenlandse investeerders af die we juist zo nodig hebben.'

Aan de betoging nam ook Istvan Csurka deel, bekend dramaturg, tevens lid van het presidium van het regerende Democratische Forum. 'Onze regering heeft fouten gemaakt bij de fasering en de presentatie van de benzineprijsverhoging', bekent hij. 'Het publiek was blijkbaar onvoldoende geinformeerd en voorbereid. Maar wij zullen het alsnog overtuigen. Iedereen die ook maar een beetje benul van de situatie heeft, weet dat er aan prijsstijgingen niet valt te ontkomen.'

Dat benul zal weldra opnieuw worden beproefd. Niet alleen als de benzineprijs binnenkort wordt geliberaliseerd, maar ook als de regering vanaf 1 januari aanstaande volgens plan drastisch gaat snijden in landbouwsubsidies. Een doorsnee-dag, zo zegt men in het hedendaagse Boedapest, is erger dan gisteren, maar beter dan morgen.

'Iedereen die een beetje benul heeft, weet dat er aan prijsstijgingen niet