Extremisten handhaven hun sterke positie in Baskenland; Verkiezingen voor het eerst sinds de dood van Franco rustig verlopen

Zestig procent van de kiezers bracht gisteren hun stem uit bij de regionale verkiezingen in Spaans Baskenland, tien procentpunten minder dan vier jaar geleden. De behoudende nationalisten, de PNV, bleken gisteravond al de grote winnaars. De partij won vijf zetels en heeft er nu 22 in het 75 leden tellende parlement. De PSOE kreeg er 3 minder dan in 1986 en heeft er nu 16, terwijl de extremistische Herri Batasuna niet won en niet verloor, maar op 13 bleef staan.

ARRASATE, 29 okt. Na de hoogmis blijven honderden kerkgangers nog een half uur schuilen, om na te praten, onder het ruime afdak naast de kerk. Dan wandelt een woud van regenschermen naar het stemlokaal. 'Slecht weer heeft geen invloed op de opkomst bij verkiezingen in het Baskenland', zegt Xavier Zubizarreta, de burgemeester van Arrasate, een kleine stad die onder Spaanstaligen bekend staat als Mondragon.

'Althans niet op de mensen die van plan waren op ons te stemmen', haast hij zich preciezer uit te drukken. Zubizarreta resideert al bijna vier jaar tegenover de kerk in het monumentale 17e eeuwse raadshuis, als vertegenwoordiger van Herri Batasuna, de meeste extreme van alle Baskisch-nationalistische partijen. Herri Batasuna wordt gemakshalve wel omschreven als 'de legale arm' van de terreurbeweging ETA, die nog niet zo lang geleden ook in Nederland met bomaanslagen van zich deed spreken.

Inderdaad weigert de partij het geweld van de ETA te veroordelen, zo lang de , contra-terreur' van overheidswege niet wordt beeindigd. In omvang is ze de derde politieke groepering in Baskenland, en in de aan Frankrijk grenzende provincie Guipuzcoa met bijna een kwart van alle stemmen zelfs de grootste.

De verkiezingen die gisteren in de drie Baskische provincies (Alava, Vizcaya en Guipuzcoa) werden gehouden, kenmerkten zich voor het eerst sinds de dood van Franco door een rustig verloop. Dat was een hoopvol teken. In de afgelopen tien jaar maakte ETA bij schietpartijen en bomaanslagen bijna 500 dodelijke slachtoffers en de verkiezingscampagnes waren steeds bij uitstek gelegenheden om de intensiteit van het geweld nog wat op te voeren. Dit keer vielen er geen doden, nauwelijks gewonden en werd een bom met een lading van meer dan 50 kilo springstof in het centrum van San Sebastian net op tijd onschadelijk gemaakt. De belangrijkste verkiezingsthema's waren, net als andere jaren, het terrorisme en de Baskische onafhankelijkheid. Andere onderwerpen interesseerden de kiezers vrijwel niet.

Verreweg de meeste Basken stemmen traditioneel op een van de vier nationalistische partijen. De grootste en oudste van deze vier is de PNV (Partido Nacionalista Vasco), die drie jaar geleden samen met de kleinere Euskadi Alkartasuna (EA) en het linkse Euscadiko Ezkerra het 'pact van Ajuria Enea' sloot, waarbij werd afgesproken dat niet meer zou worden samengewerkt met de vierde groepering, zo lang deze niet distantieerde van politiek geweld. Op landelijk niveau en in het regionale parlement lukte dat heel aardig, want Herri Batasuna neemt daar zelden deel aan de beraadslagingen. Men erkent de Spaanse grondwet nu eenmaal niet. In de gemeenteraden bleek het voornemen echter onuitvoerbaar. Het veertigtal burgemeestersposten dat door de extremisten in de wacht werd gesleept, getuigt daarvan.

'Nadat het pact van Ajuria Enea was gesloten, heeft men ook hier geprobeerd de coalitie op te blazen en mij af te zetten', zegt burgemeester Zubizarreta. 'Dat is mislukt, want de voorwendsels waren te doorzichtig. Wij zijn nu eenmaal een kleine gemeenschap van niet meer dan 26.000 zielen. Ik denk dat de kiezers van de andere nationalistische partijen het hun leiders zeer kwalijk zouden nemen als een kwart van hun buren en vrienden bij voorbaat zou worden uitgesloten van het stadsbestuur.'

De burgemeester denkt dat het succes van zijn partij in Arrasate voor een deel te danken is aan het bijzondere karakter van zijn gemeente. Het stadje ligt in een kleine vallei, omsloten door steile, groene heuvels en is een regionaal centrum van werkgelegenheid. 'Ook al ligt Arrasate in het binnenland, er is hier nauwelijks landbouw. Wij zijn een gemeente van goed opgeleide arbeiders en kleine zelfstandigen; een dominerende rijke familie is hier nooit geweest. Dank zij de ijzermijnen en de hoogovens is er in de provincie Guipuzcoa al eeuwen een arbeidersklasse die zeer veel belang hecht aan zijn onafhankelijkheid en zijn eigen gewoonten. Vizcaya is meer de streek van het grootkapitaal en daar heeft de conservatieve PNV dan ook altijd het meeste succes.'

Als we Zubizarreta mogen geloven onderscheidt zijn bewind zich vooral door een grote mate van openheid. Burgers hebben tegenwoordig vrij toegang tot vergaderingen van de gemeenteraad, waarin ze ook het woord mogen voeren en moties mogen indienen, hoewel dat bij de wet verboden is. 'Sommige gemeenteraadsleden zien dat knarsetandend aan', zegt de burgemeester terwijl hij de fraaie, antieke raadszaal aan zijn bezoeker toont.

Het Baskenland is officieel tweetalig en de rechter heeft dan ook ingegrepen in een aantal gemeenten waar Herri Batasuna probeerde officiele documenten uitsluitend in het Baskisch te laten opstellen. De meerderheid van de Basken verstaat deze lang onderdrukte taal immers niet en slechts een kwart van de bevolking drukt zich er mondeling en schriftelijk goed in uit. Alle nationalistische partijen streven echter naar een nieuwe bloei van de eigen taal en daarom is er niet al teveel oppositie tegen de 'taalkundige normalisering' zoals Zubizarreta zijn beleid graag noemt.

Waarom noemt het in Madrid geredigeerde dagblad El Pais het stadje Arrasate/Mondragon dan toch 'een van de meest conflictieve gemeenten van Spanje' ? Misschien omdat bij alle raadsbesluiten een fractie consequent protesteert en tegenstemt: die van de sociaal-democraten. De PSOE van minister-president Felipe Gonzalez is de enige landelijke formatie die meetelt bij verkiezingen in Baskenland en zelfs een aanhang van rond de twintigprocent pleegt te veroveren. Hoewel de partij onder een eigen, Baskische naam opereert, zien de meeste Basken haar als een verlengstuk van de regering in Madrid en als een natuurlijke vijand van hun onafhankelijke belangen. Daarom was het een schok en een politiek waagstuk toen de PNV in 1987 besloot in het bestuur van Baskenland een verbond met de sociaal-democraten aan te gaan. Ondanks voortdurende spanningen in deze coalitie lijkt dat waagstuk met succes bekroond. De sociaal-democraten beroemen zich er op dat ze dank zij hun goede betrekkingen met de regering zowel economische als bestuurlijke voordelen voor de regio uit Madrid hebben weggesleept. De behoudende nationalisten menen dat hun moed met een normalisering van de verhoudingen is beloond. 'Madrid is geen lelijk woord meer', gaf PNV-voorman Jose Antonio Ardanza zelfs onlangs toe.

Inzet van de verkiezingen van gisteren was voortzetting van de omstreden coalitie PNV-PSOE. In de opiniepeilingen deed het monsterverbond het niet slecht, al gaf een meerderheid van de kiezers volgens sommige enquetes de voorkeur aan een regering van uitsluitend nationalisten. In de afgelopen vier jaar is weliswaar met succes de economie gestimuleerd, zo redeneren zij, maar een oplossing voor het terrorisme is nog geen stap dichterbij. De sociaal-democraten zijn aan handen en voeten gebonden door het consigne uit Madrid dat onder geen voorwaarde met de ETA mag worden onderhandeld. Een regionaal bestuur waarin ook Herri Batasuna is opgenomen, zou daartoe uitstekend zijn toegerust. Dat laatste betoogt althans de partij van Zubizarreta, die de PNV en het kleine EA dan ook een voorstel van die strekking heeft gedaan.

'In het geheim wordt er allang gepraat', zegt de burgemeester, 'en praten is de enige manier om vrede te krijgen in Baskenland. We moeten eerst onze problemen onderling oplossen en dan de regering in Madrid zo ver zien te krijgen dat ze akkoord gaat met een verregaande vorm van onafhankelijk bestuur en amnestie voor de gevangen ETA-leden.' In Arrasate bleef Herri Batasuna gisteren de grootste partij.