Authentiek schrijfgerei in een wolk van begeerte

Er schuilt iets pornografisch in de manier waarop de man mij, trots en tersluiks tegelijk, de inhoud van zijn opengeritste leren map toont. Daar liggen, keurig in rijen en veilig onder elastiekjes geklemd, zijn schatten: een stuk of honderd oude vulpennen. Als een potloodventer doet de man naast hem vlug even zijn colbert open: in de binnenzakken hangen in glinsterende rijen schaarse artikelen uit eigen bezit. Deze hele zaterdagmiddag hangt er een wolk van begeerte in de koffiekamer van het Tilburgse museum Scryption, waar de Nederlands-Belgische verzamelaarsclub een internationale ruilbeurs van authentiek schrijfgerei houdt.

In dozen en vitrines gelegd, in koffers en rekken uitgestald en in vilten doekjes gewikkeld liggen ze hier, talloze modellen in een eindeloze hoeveelheid kleuren, maten, vormen en materialen. Ze zijn van staal, zilver, goud, paarlemoer en zelfs hout, of van gevlekt, gewolkt, gestreept of effen kunststof. Ze imiteren marmer, jade, lapis lazuli en barnsteen of de huid van slang en hagedis. Ze kregen namen die romantiek paren aan voortvarendheid, zoals de Parker-reeks uit de jaren dertig: Pastel, True Blue, Moderne, Premiere, Zephyr, Royal Challenger.

De grote merken Waterman, Sheaffer, Parker en Pelikan zijn natuurlijk het beste vertegenwoordigd, maar er zijn ook exemplaren van de bedrijven die het niet hebben gered, bijvoorbeeld Swan en Conklin. Een enkele verzamelaar kan pronken met rariteiten als de Dunhill Namiki, een serie waarvoor een speciaal geengageerde Japanse 'lak-artiest' orientaalse voorstellingen in tere kleuren in schacht en dop verwerkte. De meeste dateren uit de hoogtijdagen van de vulpen, tussen 1920 en 1940, maar er zijn ook oudere exemplaren van zwartgroen gevulkaniseerd rubber, pennen zonder een echt vulsysteem, waar de gebruiker de inkt met een pipetje in moest doen. Overigens kwam dat systeem terug tijdens de Tweede Wereldoorlog, door het gebrek aan rubber voor inktzakjes.

Deze kenners Nederlanders, Belgen, Engelsen, Fransen, Duitsers, Zwitsers en een rijke Japanse zakenman weten ieder model te plaatsen. Met een loep bestuderen ze de verschillende merktekens en de toestand van de penpunt. Ze kunnen je precies vertellen hoe zeldzaam de stompe Engelse Parker Victoria is, of de Wahl Eversharp Skyliner met de gestroomlijnde vorm van een bolknak, of de gekleurde Mont Blanc die uitsluitend voor de export werd gemaakt.

Verzamelaar en reparateur H. Schippers uit Rotterdam staat op de beurs niet alleen met zijn eigen verzameling Watermans waarvan de meeste niet te koop zijn maar ook met een kaartenbak en een hele batterij onderdelendoosjes. 'Aan de hand van het nummer op de schacht van een Waterman kan ik in mijn kaartenbak precies nagaan welke penpunt en vulsysteem er bij horen', zegt hij. Maar hij is dan ook al sinds zijn zevende liefhebber. P. Tiesinga, overdag directeur van het Centraal orgaan voor het leerlingwezen, herinnert zich nog goed wat een enorme opluchting het voor hem als jongen was, dat er ook andere verzamelaars bestonden. 'Ze vonden het helemaal niet raar dat ik 350 pennen had, want ze hadden er zelf nog veel meer!'

Voor deze liefhebbers is het zuur om te ontdekken dat de authentieke pen ineens onder een breed publiek populair wordt en veel geld, steeds meer geld opbrengt. Op de beurs in Tilburg gaat er opvallend weinig contant over tafel: wie met iets bijzonders naar huis wil, moet er in de meeste gevallen iets even bijzonders voor in de plaats kunnen bieden. 'Geld bederft de markt', zegt Tiesinga. 'Ik wil mooie pennen, wat heb ik aan geld?'

In twee jaar tijd is de vulpen het rijk der liefhebberij ontstegen en werkelijk big business geworden. Een aantal fabrikanten heeft replica's op de markt gebracht van klassieke modellen, bij voorbeeld de Parker Duofold uit 1922, een van de meest succesvolle pennen die ooit zijn gemaakt. Aan reclame hiervoor besteedt Parker alleen al het komende kerstseizoen maar liefst 2,5 miljoen pond. Sinds twee jaar organiseert het Engelse veilinghuis Bonhams veilingen van uitsluitend vintage-pennen. 'De laatste twee pennenveilingen hadden een omzet van 70.000 en 50.000 pond, terwijl we met 40.000 al tevreden zijn', zegt Alexander Crum Ewing, afgestudeerd als archeoloog maar nu de pennenexpert van Bonhams. 'We merken op de veilingen dat de verzamelaars vaak bereid zijn meer te betalen dan de handelaren. Het kost ons meer moeite om koopwaar te vinden dan kopers.'

Crum Ewing laat een foto zien van de wereldrecordhouder, een De la Rue van druk bewerkt negen karaats goud uit 1897. Deze zomer bracht die 5.500 pond op. De koper is in Tilburg aanwezig, maar behalve dat hij John heet en schrijver en 'professioneel verzamelaar' is, wil hij over zijn aanschaf niets kwijt. Crum Ewing heeft niet de indruk dat de collectors' items voor dagelijks gebruik dienen; ze moeten wel functioneren, maar de meeste verzamelingen verblijven permanent in de bankkluis.

Iedereen hier kent Andy: Andreas Lambrou, die oorspronkelijk uit Cyprus komt maar reeds lang in Engeland woont. Hij verzamelt al 36 jaar pennen en zijn bedrijf, Classic Pens Ltd., verkoopt en repareert ze. Tien jaar geleden richtte hij een club op met de intrigerende naam The Writing Equipment Society, die inmiddels 460 leden telt. Begin dit jaar ontstond de Modern Classic Pen Club, die zijn leden pennen uit de afgelopen vier decennia in beperkte oplagen te koop aanbiedt.

Twee jaar geleden gaf Lambrou zijn baan als chemicus in de voedseltechnologie op, om zich aan de pennen te wijden en om Fountain Pens, Vintage and Modern te schrijven, een uitgave van Philip Wilson Publishers in samenwerking met veilinghuis Sotheby's. Het is een gezaghebbend en rijk geillustreerd naslagwerk geworden waarin hij niet alleen het verhaal vertelt van pennenmagnaten Parker, Waterman en Sheaffer (alle Amerikanen van oorsprong), maar ook de geschiedenis, de techniek en de vormgeving van de Europese en Amerikaanse vulpen behandelt. In Tilburg vragen links en rechts fans hem om een handtekening in hun exemplaar van het boek; als een jonge man hem daartoe zijn eigen Duofold aanreikt komt hem dat op een reprimande te staan. De kenner leent immers nooit zijn vulpen uit!

Andy is vandaag zeer in zijn sas: door een ruil met een Duitse collega heeft hij een paar Deense Parkers op de kop getikt die in Engeland zeer zeldzaam zijn. 'Mijn eigen collectie bevat ongeveer 1.500 pennen', zegt hij, 'waarvan 1.200 van Parker. Dat merk heeft een grote verscheidenheid aan modellen van goede kwaliteit. Bovendien gebruikte ik zelf tijdens mijn studie een Parker.' Onder de druk van de toenemende concurrentie begin deze eeuw ontdekte Parker tijdens de Eerste Wereldoorlog de loopgraven als gat in de markt: het bedrijf bracht een pen uit met in de schacht een kleine houder voor zwarte inkttabletjes. De soldaat kon ze ter plekke in een beetje water oplossen en meteen aan een brief naar zijn geliefde beginnen. Het was ook Parker die van een van zijn gewilde modellen een variant op de markt bracht, met in plaats van een penpunt een sproeikopje voor wijwater: de Vacumatic Holy Water Sprinkler.

Al neemt de belangstelling voor de vintage-pen toe, de Nederlandse consument moet nog aan het idee wennen. Dat merkt de Amsterdamse goudsmid Paul Lijfering, die in zijn winkel aan de Oudemanhuispoort gespecialiseerd is in oude horloges en sinds kort ook in oude pennen. 'Terwijl hun ouderdom juist een teken is van goede kwaliteit', zegt Lijfering. 'De goedkope modellen zijn allang afgedankt. De White Dot-serie van Sheaffer gaf een garantie voor het leven. Je was er zuinig op en je pen maakte deel uit van je erfenis.

'Iedereen begrijpt dat een oude Bugatti juist aan waarde wint door zijn leeftijd, maar het idee dat een tweedehands vulpen om dezelfde reden veel waard zou zijn, is nog geen gemeengoed.'

Een jonge Nederlandse liefhebber heeft het zaterdag wel degelijk begrepen: een oude Mont Blanc die hij onlangs voor 65 gulden op een rommelmarkt kocht, blijkt op de ruilbeurs 1.500 D-mark alsmede een Sheaffer waard te zijn. Als hij de beurs verlaat is de winst reeds grotendeels omgezet in een ander pen-en-potloodsetje.