Americanitis III

DE VERENIGDE STATEN hebben vanaf dit weekeinde een goedgekeurde begroting voor het begrotingsjaar dat op 1 oktober is begonnen. Na de slepende onderhandelingen tussen Republikeinen en Democraten, tussen het Huis van Afgevaardigden, de Senaat en het Witte Huis, is een einde gekomen aan een potsierlijk vertoon van onmacht in Washington, waarbij de begrotingsvoorstellen over elkaar tuimelden, de federale overheid kortstondig werd gesloten en president Bush politieke schade opliep.

De nieuwe begroting bevat in financieel opzicht geen verrassing. Het federale tekort zal het lopende begrotingsjaar met 48 miljard dollar worden verminderd en niettemin uitkomen op een record van 254 miljard dollar. Door een combinatie van belastingverhogingen en bezuinigingen moet het tekort over vijf jaar met 492 miljard dollar zijn teruggedrongen. Het is een begin van sanering van de Amerikaanse federale overbesteding.

IN POLITIEK opzicht betekent de nieuwe begroting een omslag. De rebellie van het Congres tegen een eerder begrotingscompromis heeft uiteindelijk een resultaat opgeleverd waarbij meer belastingen worden geheven en minder wordt bezuinigd. Vooral vermogende Amerikanen zijn het kind van de rekening. De begunstiging van de rijke elite, die in de jaren tachtig heeft geprofiteerd van de anti-belastingstemming in de VS, is op steeds krachtiger verzet van de Amerikaanse middenklasse gestuit. De Democraten in het Congres hebben de begrotingsimpasse uiteindelijk doorbroken en de lasten voor een groter deel doorgeschoven naar de Amerikanen met de hoogste inkomens.

Dit nieuwe belastingpopulisme belooft school te maken. De Verenigde Staten zetten internationaal vaak de politieke toon voor economisch beleid. Dat was in de jaren tachtig het geval met belastingverlaging en aanbodeconomie. De jaren negentig kunnen het tijdperk van rebellie van de middenklasse worden. In Europa gaat dat dan ten koste van de 'solidariteit'.