Ajax-PSV: bijna een terugspeelbal per minuut

AMSTERDAM, 29 okt. Wie Ajax en PSV vergelijkt met toonaangevende elftallen als Liverpool, Bayern Munchen maar dichter bij huis ook Club Brugge of Anderlecht komt tot de conclusie dat het Nederlandse topvoetbal zo langzamerhand wordt gekenmerkt door een schrijnend gebrek aan agressiviteit in de persoonlijke duels, benevens een gemis aan tempo en slagvaardigheid. Tijdens Ajax-PSV werd in totaal 73 keer teruggespeeld op de eigen doelman, bijna een keer per minuut. Waarbij Ajax met 36 ballen op Menzo en PSV met 37 rollertjes terug op Van Breukelen elkaar perfect in evenwicht hielden. Dat de betrokken trainers Robson en Beenhakker na een dergelijke vertoning nog durven te praten over 'een topper die niet is tegengevallen' is bijna aandoenlijk. Maar gezien de belangen die er voor beide oefenmeesters en hun clubs op het spel staan wel verklaarbaar.

Er was tenslotte een 'buitenlander' voor nodig om de vinger op de zere plek te leggen. Georg Kessler, de ex-bondscoach die eind jaren zestig aan de basis heeft gestaan van 'de gouden eeuw' van het Nederlandse voetbal, merkte kritisch op: 'Het zal voor de Nederlandse topelftallen met dit over-georganiseerde voetbal in de toekomst erg moeilijk worden om internationaal nog belangrijke wedstrijden te winnen. Waarbij ik wel wil opmerken dat Ajax qua organisatie het meest verzorgd speelde.'

Onder aanvoering van Michels bij het Nederlands elftal wordt er door trainers niet alleen over voetbal gepraat of er een akademische studie van zeven jaar aan ten grondslag ligt, maar worden de theoretische beschouwingen door de meeste trainers ook als een soort alibi gehanteerd voor de matige prestaties van hun elftallen. Zo opende Beenhakker gisteren de rij met de opmerking dat Ajax verrast was dat PSV met drie spitsen speelde. Maar hij voegde er in een adem aan toe dat zoiets voor zijn elftal weinig uitmaakt omdat Ajax verdedigend met verschillende opties rekening houdt. PSV-trainer Robson: 'Het prettige voor Ajax en Leo is dat de topspelers nog geen wedstrijd echt geblesseerd zijn geweest. Terwijl bij ons de topspelers nog geen wedstrijd niet geblesseerd zijn geweest. Zonder spelers als Romario, Koeman en met een speler als Popescu die slechts voor 75 procent fit is kom je in wedstrijden op dit niveau te kort. Dat is de realiteit waar we vandaag opnieuw mee zijn geconfronteerd.'

Op aanraden van tweede trainer Dorjee ('Robson beslist uiteindelijk, ik weet niet of hij mijn advies woensdag tegen Roda overneemt') besloot PSV in het met 51.000 toeschouwers afgeladen Olympisch stadion Ajax met drie spitsen te bestrijden. Althans op papier. De realiteit was dat spelers als Ellerman en Kalusha veel te vaak in het centrum van de aanval waren te vinden en Bosman volstrekt geisoleerd raakte omdat van de zijkanten geen bruikbare voorzet kwam om de kopsterke aanvaller succesvol te lanceren. Vanenburg zou als hangende spits op de rechterflank met zijn goede traptechniek wel in staat zijn tot een goede voorzet, maar bij gebrek aan een aantal vaste basisspelers (vooral Koeman) liep de frele middenvelder zich als spelbepaler herhaaldelijk in het midden van het veld stuk op een concentratie van Ajacieden.

Niettemin kreeg PSV alleen de eerste helft al zeker drie opgelegde mogelijkheden om de wedstrijd definitief te beslissen. Ellerman, Linskens, Bosman en Popescu waren dicht bij een treffer. Maar Beenhakker legde er na afloop nog eens de nadruk op dat Ajax bij uitstek over de individuele kwaliteit in zijn elftal beschikt om een tegen een situaties uit te buiten. Pettersson en Bergkamp straften het op een lijn spelen van PSV tot twee keer toe doeltreffend af. Hoewel het 'misverstand' tussen Van Breukelen en Heintze, waar Ajax' tweede doelpunt uit ontstond, zelfs pupillen het schaamrood naar de kaken zou hebben gejaagd.