Water-filmkijken is aangenaam voor zwemmers

Wie een avond uit gaat, doft zich op, zelfs wie een avondje naar de film gaat. Wie de voorstelling Film op waterbasis wil bezoeken, doet dat juist niet. Die zoekt gemakkelijke, snel te verwisselen, kleding uit. Make up loopt uit in het water dus die wordt zo veel mogelijk achterwege gelaten. Een tas, liefst een ouderwetse zwemtas die sluit met een koordje, wordt ingepakt met zwemkleding, badjas en handdoek, pas dan is men deugdelijk uitgerust om deze unieke voorstelling waardig te ondergaan.

Wanneer het gebouw dat in 1898 werd ontworpen als 'rijwielschool', wordt betreden, is het mogelijk dat de bezoeker opbotst tegen mensen met teleurgestelde gezichten. Het Zuiderbad is in het dagelijks leven een gewoon bad, waar mensen willen zwemmen: baantjes trekken, van de duikpank springen. Dat het nu even omgetoverd is in een theater kan hen niet bekoren en een toegangskaartje voor de voorstelling interesseert hen niet. Ze hebben ongelijk. Film op waterbasis is aantrekkelijk voor filmliefhebbers, maar zeker ook voor zwemmers, zelfs voor de zwemmers die zelden een bioscoop bezoeken.

De filmselectie, die afgelopen donderdag al juichend werd beschreven op onze filmpagina, wordt geprojecteerd op een groot doek aan de korter kant van het diep gedeelte van het bad. Inderdaad lijkt de selectie uitputtend, al miste ik ernstig een stukje uit The Party van Blake Edwards, waarin wordt aangetoond dat een zwembad een komisch personage kan zijn. De projectie is goed tot matig, terwijl het geluid meestal niet best tot zijn recht komt. Omdat alle filmscenes zich in zwembaden afspelen, heeft het filmgeluid niet zelden al een extra galm en die wordt nog eens versterkt door de akoestiek van het Zuiderbad zelf. Storen doet dit niet. Filmdialogen in zwembadlocaties blijken nauwelijks van belang, de beelden overheersen en die doen het prachtig in deze omgeving. Vaak lijkt het of het zwater van het doek zich voortzet in het echte water. En inderdaad: het heeft een aparte bekoring, het idee je bijna in hetzelfde zwembad te bevinden waar Stan Laurel de ene na de andere persoon ingooit (uit Sailors Beware, 1927) of waar Jack Nicholson Michelle Pfeiffer verleidt (The Witches of Eastwick, 1987). Dankzij de fotografie werkt vooral het fragment uit Breathless (1983) bijzonder magisch, zo dichtbij ligt Richard Gere boven ons op zijn springplank.

Het verdient dus aanbeveling tijdens de voorstelling niet op de houten stoeltjes langs de rand van het bad te blijven zitten, maar zich te water te begeven en langzaam heen en weer te zwemmen: op de buik naar het doek toe, ruggelings weer terug. Wie bang is dat hij het dat de drie kwartier die het programma voor de pauze in beslag neemt niet volhoudt, kan zich laten dobberen op een van de zwarte autobanden waar de de organisatie voor heeft gezorgd. Na de pauze, die wordt opgevuld met een speciaal voor deze voorstelling ontworpen, door vijf dansers uitgevoerde zwembaddans van Gonnie Heggen, kan alleen de zwemmer met de sterke zenuwen in het water blijven. Panters, moordenaars, van allerlei dreigends kan er verborgen zijn in en om het zwembad en juist het zwemmend filmkijken bewijst eens te meer hoe suggestief de cinematografie zijn werk kan doen.