Van Amelsvoort sluit weerbastig dossier over lijfrente af; Voorwaarden aftrek soepeler

DEN HAAG, 27 okt. Vermoeid, maar zichtbaar opgelucht neemt staatssecretaris Van Amelsvoort plaats in een fauteuil op zijn werkkamer op het ministerie van financien. 'Een weerbarstig dossier', verzucht hij 'maar daar waren minister Kok en ik ons van bewust toen we aantraden op het departement.'

Het wekelijkse kabinetsberaad is net achter de rug en de bewindslieden hebben een compromis bereikt over de fiscale aftrekbaarheid van lijfrentepremies. 'En dat ging ook nu niet zonder slag of stoot', geeft Van Amelsvoort toe. Een week eerder was het het kabinet niet gelukt overeenstemming te bereiken over het 'weerbarstige dossier'. Vooral minister Andriessen (economische zaken) had felle kritiek. 'Niet uitvoerbaar' noemde Andriessen de regeling van Financien.

'Ik vind het erg jammer dat hij die kritiek naar buiten heeft gebracht. Over iets dat nog in de ministeraad aanhangig is, hoort een minister zich in het openbaar niet uit te laten', zegt Van Amelsvoort.

De verlaging van de fiscale aftrekbaarheid van lijfrentepremies van 17.000 naar 10.000 gulden is bedoeld om oneigenlijk gebruik tegen te gaan. 'We willen tegengaan wat op dit moment veel gebeurt, namelijk dat mensen zogenaamd een contract sluiten voor de oudedagsvoorziening, terwijl het in werkelijkheid een contract voor vermogensvorming is waaraan de fiscus meebetaalt', zo licht Van Amelsvoort toe.

Jaarlijks worden ongeveer 180.000 lijfrentecontracten afgesloten voor een totaal bedrag van twee miljard gulden. Deze aftrek kost de schatkist jaarlijks een miljard gulden. 'De nieuwe maatregel levert de schatkist structureel vijftig miljoen gulden op', zegt Van Amelsvoort.

Op doceertoon zet hij de essentie van de 'Nota van wijziging inzake Brede Herwaardering' uiteen. Het verschil tussen deze nota en de versie van een week geleden is dat de bewijslast is verlicht. 'In het oorspronkelijke voorstel stond dat de belastingplichtigde het moet 'kunnen aantonen'. Nu moet hij het 'aannemelijk kunnen maken'. In de praktijk betekent dit een beduidende versoepeling', meent Van Amelsvoort.

Financien maakte op maandag 15 oktober bekend dat de fiscale aftrekbaarheid van lijfrentepremies met ingang van 1 januari 1991 wordt verlaagd van 17.000 naar 10.000 gulden. Voor meerjarige contracten die na 15 oktober zijn afgesloten geldt alleen over dit jaar nog de maximale aftrek van 17.000 gulden. 'We hebben met zoveel partijen in de Eerste en Tweede Kamer gesproken dat ik verwacht dat we de datum van 1 januari halen', zegt Van Amelsvoort.

Belastingplichtigen (bij gehuwden geldt de regeling per echtpaar) die aan de basisaftrek niet voldoende hebben om in combinatie met de ouderdomsverzekering AOW een adequate oudedagsuitkering op te bouwen, bijvoorbeeld als gevolg van een pensioenbreuk, hebben de mogelijkheid om meer af te trekken dan 10.000 gulden. 'Maar de basisaftrek van 10.000 gulden is voor het allergrootste gedeelte van de mensen die een lijfrentecontract afsluiten een adequate oudedagsvoorziening', meent Van Amelsvoort.

De extra aftrek bedraagt 25 procent van het persoonlijk inkomen voorzover dat uitgaat boven 50.000 gulden (de zogenoemde franchise). Hierbij geldt een maximum van 50.000 gulden, waarbij rekening wordt gehouden met andere oudedagsvoorzieningen. Mensen die 'aannemelijk kunnen maken' een achterstand te hebben in de opbouw van een adequate oudedagsvoorziening, hebben de mogelijkheid van een aanvullende extra aftrek van 10.000 gulden.

Van Amelsvoort geeft een een voorbeeld: een zelfstandige van 45 jaar heeft een winst van 100.000 gulden. Hij heeft geen pensioenopbouw en ook in het verleden geen oudedagsvoorziening opgebouwd. Zijn fiscale aftrek bedraagt 10.000 gulden (basisaftrek) plus 12.500 gulden (inkomen 100.000 gulden minus de franchise van 50.000, en daar 25 procent van) en 10.000 gulden (omdat hij op basis van deze cijfers niet een pensioen heeft van 70 procent van zijn inkomen).

De staatssecretaris betreurt het dat het 'Herenakkoord' wat de verzekeringsmaatschappijen hadden gesloten met minister Ruding en staatsecretaris nu is gebroken. 'Maar we konden niet anders. Een kamermeerderheid van CDA en PvdA ging er niet mee akkoord.'

Een overval, zo typeerden de verzekeraars de maatregel van Financien. Van Amelsvoort is er niet van onder de indruk. 'Begin oktober heb ik hen gezegd dat ik genoopt zal zijn om de 'eerbiedigende werking' te laten ophouden op de dag dat de nota van wijziging zou worden gepubliceerd. Door de geruchtenstroom gedwongen, heb ik daar 16 oktober van gemaakt.'

Na overleg met minister Kok en premier Lubbers werd besloten het persbericht te versturen. 'Maar het is niet leuk. Ik besef dat de maatregel verstrekkende gevolgen heeft voor de bedrijfstak. Maar helaas, ik kan niet anders.'

Staatssecretaris M. van Amelsvoort