Schaken

Als je bij een wereldkampioenschapsmatch bent en in de perskamer schakers uit allerlei landen tegenkomt, lijkt het alsof de hele schaakwereld niets anders doet dan ademloos de partijen van de match volgen, maar dat is natuurlijk niet zo. Het schaken is een continubedrijf, er gaat geen week voorbij of er zijn wel tien internationale toernooien aan de gang, ook tijdens de match. Jeroen Piket won deze maand het toernooi in Oostende. Het is een goed jaar voor hem, kampioen van Nederland, daarna een overwinning op Cyprus en nu dit. Het tijdschrift Schachwoche schreef dat hij hard op weg is Nederlands tweede speler te worden. Van der Wiel zal er nog wel anders over denken.

Rudy Douven, de kampioen van Nederland van twee jaar geleden, was in Sotsji minder succesvol, maar hij kwam wel met interessante verhalen terug. In Schaaknieuws schreef hij een verslag. Het geeft een schrijnend beeld van de ontreddering die de perestroika in het Russische schaakleven heeft gebracht. Het was altijd heel moeilijk voor de organisatoren van toernooien in de Sovjet Unie om spelers uit het westen mee te laten doen. De prijzen waren in roebels, die niemand hebben wilde. Vaak moesten de spelers de heenreis zelf betalen. De ontberingen die een bezoek aan de Sovjet Unie met zich meebracht, zelfs voor een eregast, waren ook niet naar ieders smaak. Voor wie toch ging was het een pelgrimstocht. Er was een ding wat de Sovjet Unie wel kon bieden: een hartstochtelijk schaakleven. Het publiek was altijd deskundig en enthousiast. De toernooien waren interessant en loodzwaar, omdat de jonge wolven van het sovjetschaak, die altijd veel beter waren dan hun reputatie, iedere buitenlander woest naar de keel vlogen. Als je in het vliegtuig naar huis stapte, dacht je: nooit meer. Een paar jaar later ging je toch. Uit het artikel van Douven blijkt dat de organisatoren nu een veel groter probleem hebben. De sovjetspelers willen zelf niet meer meedoen. Ze mogen nu vrij reizen en ze willen alleen nog maar in het westen spelen, waar echt geld te verdienen is.

Dit jaar zou er een supersterk toernooi in Sotsji komen. Toen het moest beginnen bleken er slechts twee grootmeesters te zijn gekomen, Joesoepov en de Bulgaar Kyril Georgiev. Ze konden meteen weer naar huis, het toernooi ging niet door. Het toernooi waar Douven onlangs in meespeelde, ook in Sotsji, was veel zwakker, maar ook hier was het heel moeilijk om het deelnemersveld voltallig te maken. De eerste drie ronden ontbraken twee deelnemers. Geeft niet, begin maar vast, zeiden de organisatoren, ze zouden wel iets bedenken. Grootmeester Tsesjkovski zou langskomen. Douven schrijft: 'Hij had echter maar vier dagen de tijd en in die dagen zou hij zijn 11 partijen even afwerken. Bij de meeste van zijn partijen hoefde hij alleen nog maar een van te voren ingevuld notatiebiljet te ondertekenen. Protesten van de buitenlandse deelnemers hielpen niets.' Toen Douven zelf tegen Tsesjkovski moest spelen, kon hij kiezen uit drie mogelijkheden. Niet spelen en een gratis punt krijgen. Remise spelen na een paar zetten. Echt spelen, met wit. Dat laatste werd hem door de organisatoren sterk afgeraden. Douven maakte de keuze van een man van eer, hij bereidde zich goed voor en merkte toen hij aan het bord kwam dat ze hem zwart hadden gegeven, misschien als straf voor zijn koppigheid. Het toernooi was alleen maar georganiseerd om de jonge sovjetspelers meesternormen te laten halen. Daar werkte iedereen aan mee. Een van de spelers werd al gefeliciteerd lang voordat hij zijn norm had gehaald. Hij had alle buitenlanders gehad. De andere partijen konden geregeld worden. Wie overweegt een schaakje in Rusland te zetten, doet er goed aan Douvens conclusie ter harte te nemen: 'Het was een ware hel.'

In hun eigen land willen de sovjetschakers niet meer spelen en bij ons zijn ze minder welkom dan vroeger. In Oostende deden drie Russische grootmeesters mee. De organisatoren zeiden dat ze vijf anderen hadden afgewezen. Ze wilden niet dat de Russen alle prijzen zouden winnen. Misschien overdreven bezorgdheid. Piket was in grote vorm en zou nog voor geen twintig Russen bang zijn geweest.

Wit Piket-zwart Cifuentes

1. d2-d4 d7-d6 2. Pg1-f3 g7-g6 3. c2-c4 Lf8-g7 4. e2-e4 e7-e5 5. Lf1-e2 e5xd4 6. Pf3xd4 Pg8-e7 Dit systeem voor zwart zie je de laatste jaren wel vaker, maar een sterke indruk maakt het niet. 7. h2-h4 Meteen ten aanval, zo deed Kasparov het een keer tegen Speelman.7... Pb8-c6 8. Lc1-e3 h7-h5 9. Pb1-c3 Pc6-e5 10. Dd1-d2 a7-a6 11. 0-0-0 b7-b5 Een dubieus pionoffer, een teken dat de stelling hem niet bevalt. 12. c4xb5 Pe5-g4 13. Le2xg4 Lc8xg4 14. f2-f3 Lg4-d7 15. b5-b6 c7xb6 16. Pd4-e2 d6-d5 Na 16... Pc8, om de pion te behouden, zou zwart ook verschrikkelijk staan. 17. Pc3xd5 Pe7xd5 18. Dd2xd5 Dd8-c8+ 19. Kc1-b1 Ld7-e6 20. Dd5-d6 Zwart staat een pion achter en hij kan niet rocheren. Terecht maakt hij er nu snel een eind aan. 20... Dc8-c4 ..Ke7 23. Db7+ moet zwart toch de toren geven, want 23... Kf6 24. Lg5+ Ke5 25. Dc7 is mat. 23. Dc6xa8+ Ke8-e7 24. Le3-g5+ f7-f6 25. Td1xd7+ Ke7xd7 26. Da8-d5+ Kd7-e7 27. Th1-c1 ZWart gaf op.

Wit Hector-zwart Piket

1. e2-e4 d7-d6 2. d2-d4 g7-g6 3. Pb1-c3 c7-c6 4. Lf1-c4 Pg8-f6 5. Dd1-f3 Pb8-d7 6. Lc4-b3 Lf8-g7 7. g2-g4 0-0 8. g4-g5 Pf6-h5 9. Pc3-e2 e7-e5 10. c2-c3 e5xd4 11. c3xd4 c6-c5 12. Pe2-f4 Wit heeft de partij raar opgezet en is al bijna wanhopig. 12... c5xd4 12... Pxf4 13. Lxf4 cxd4 14. Lxd6 Pe5 zou nog simpeler zijn. 13. Pf4xh5 g6xh5 14. Df3xh5 Pd7-c5 15. Pg1-e2 Dd8-a5+ 16. Lc1-d2 Pc5-d3+ 17. Ke1-d1 Pd3xf2+ 18. Kd1-e1 Pf2-d3+ 19. Ke1-d1 Da5-b5 20. Th1-f1 Lc8-e6 21. Pe2-f4 Le6xb3+ 22. a2xb3 Db5xb3+ 23. Kd1-e2 Ta8-e8 24. Ta1-a3 Te8xe4+ 25. Ke2-f3 Te4xf4+ 26. Ld2xf4 Pd3-e5+ Wit gaf op.