PRETENDENTEN

Op 30 april 1602 werd in Napels een man als harlekijn uitgedost op een ezel naar de galeien gevoerd. Het was iemand die zich had opgeworpen als koning Sebastiaan van Portugal, die tijdens zijn Marokkaanse veldtocht in 1578 spoorloos was verdwenen. Nu was het vonnis nog mild geweest, maar het volgende jaar werd de valse Sebastiaan in het openbaar opgehangen omdat hij het middelpunt was van een complot om de Portugese zelfstandigheid te heroveren op de Spanjaarden. En dit was pas het begin van het zogenaamde Sebastianisme in Portugal.

Op 18 mei 1606 leidde een volksopstand in Rusland tot een slachting onder de Moskouse bevolking waarbij ook tsaar Dimitri werd afgemaakt. Hij was een jonge man met hoofse manieren geweest, die zich met succes uitgaf voor de zoon van tsaar Ivan IV. Zelfs de moeder van de echte Dimitri meende in hem haar zoon te herkennen. Maar in mei 1606 werd zijn naakte lijk, potsierlijk toegetakeld, door Moskou gesleept om het volk van zijn dood te overtuigen. Het was vergeefse moeite, want tot in de achttiende eeuw stonden nog veertig valse Dimitri's op.

Ook in West- en Midden-Europa heeft het niet ontbroken aan jongemannen die stemmen hoorden met de mededeling dat zij verdwenen vorsten of koningszonen waren. De Franse historicus Yves Marie Berce beschrijft in Le Roi Cache een beroemd geval. Op het moment dat Hendrik IV tegen de zin van de katholieke Liga de Franse troon besteeg, verkondigden hemelse stemmen aan een zekere Francoisode la Ramee dat hij als de (ontvoerde) zoon van koning Karel IX meer recht op de troon had dan de ex-protestantse nieuwe vorst. Hendrik versterkte de legitimiteit van zijn omstreden koningschap met zijn bekering, zijn plechtige kroning, en met de ceremonie van de handoplegging waarmee Franse koningen lijders aan klierziekte plachten te behandelen. Door hun kroningszalving beschikten zij immers over bijzondere gaven. Om zijn echtheid te bewijzen, praktizeerde Frans II, alias de la Ramee, ook de handoplegging. Hij verzamelde een aanhang van hardnekkige ligisten totdat het Parlement van Parijs in 1596 zijn snelle terechtstelling met bijbehorende verbranding van zijn lijk bevorderde: de la Ramee mocht de Liga geen politiek houvast meer bieden.

Berce maakt aan de hand van talrijke voorbeelden plausibel dat troonpretendenten niet alleen slachtoffers werden van hun geloof in hun nieuwe identiteit, maar ook van de politieke machten die hen naar voren schoven of blindelings volgden.

Volgens Berce is het motief van de terugkeer van vorst of prins een dramatische variant van bekende koningsmythen uit Bijbel, heiligenlevens, folklore en geschiedenis. Er zijn verschillende vorsten die zich tijdelijk uit de wereld terugtrokken om boete te doen voor hun zonden, zoals Boleslav II van Polen, Robert van Normandie en Willem van Aquitanie. In sommige gevallen keerden zij terug als boetelingen en werden slechts door weinigen herkend. Dat overkwam bijvoorbeeld Boudewijn van Vlaanderen, Karel de Stoute en Jacobus IV van Schotland. Dan was er de variant waarbij de koning zijn identiteit verborg om zich incognito van de toestand in zijn rijk op de hoogte te stellen. De reeks voorbeelden loopt hier van de Romeinse keizer Marcus Aurelius via Lodewijk de Heilige, Matthias Corvinus, Francesco Sforza, Hendrik VIII en Karel V naar Hendrik IV. Een merkwaardig verschijnsel vormen de vorsten die in het volksgeloof niet stierven, maar in een diepe slaap vielen in afwachting van het moment waarop zij hun onderdanen te hulp moesten schieten: Karel de Grote, koning Arthur en Eduard de Belijder, Frederik Barbarossa en Marko van Servie.

Het is de vraag of men deze vorstenmythen zo met elkaar in verband mag brengen. Een ding is echter duidelijk. Het bestaan van deze mythen maakte de aanspraken van de pseudo-Dimitri en Sebastiaan voor hun tijdgenoten plausibeler dan zij ons nu voorkomen. Trouwens, nog in de eerste helft van de vorige eeuw leidden de onzekerheid over leven en dood van Lodewijk XVI's zoontje 'Lodewijk XVII' en de behoefte aan een herstel van de oude orde tot het optreden van diverse pretendenten met overtuigde aanhang. Het zou de laatste keer zijn. Want eigenlijk werd het optreden van een pretendent met een aangenomen identiteit al onmogelijk in de rationele staat van absolutisme en verlicht despotisme.